Terug naar overzicht

Meer kankerpatiënten helpen met bloedplaatjes van donors

Datum
22 november 2017

Met een aanvullende test voor bloedplaatjes worden in de toekomst meer donors geschikt voor patiënten met een afweerreactie tegen donorplaatjes. Voor dergelijke patiënten, vaak kankerpatiënten, zijn namelijk bloedplaatjes van zeer zorgvuldig gematchte donors nodig. Soms is het heel lastig een juiste donor te vinden. Zonder goed gematchte plaatjes lopen die patiënten een risico op ernstige bloedingen. Onderzoekers van Sanquin publiceerden hierover in het vaktijdschrift Blood.

Zware chemotherapie maakt kankerpatiënten afhankelijk van bloed- en plaatjestransfusies. Chemotherapie remt namelijk het beenmerg en zo ook de aanmaak van bloedplaatjes. En met te weinig bloedplaatjes krijgen patiënten last van bloedingen. Bij een bloedplaatjestransfusie wordt standaard een mengsel van plaatjes van vijf donors gebruikt. Een deel van de patiënten ontwikkelt daartegen een afweerreactie: zij produceren antistoffen die maken dat de bloedplaatjes van de donor snel uit het lichaam verdwijnen. Alleen plaatjestransfusies van zorgvuldig gematchte donors kunnen hen nog helpen.

Donors typeren

Anno_SarisDaarvoor heeft Sanquin een donorbestand aangelegd waarbij een aantal belangrijke celkenmerken, zogeheten HLA-moleculen, zijn getypeerd. Deze zijn ook aanwezig op de buitenkant van plaatjes. “Je kan het een beetje vergelijken met de bloedgroepen van de rode cel” vertelt Anno Saris, promovendus bij Sanquin. “Het zijn die HLA-moleculen die soms een afweerreactie oproepen. Ze worden door het afweersysteem van de patiënt als lichaamsvreemd herkend.” Omdat plaatjes maar maximaal zeven dagen houdbaar zijn, worden getypeerde donors speciaal opgeroepen als een patiënt hun plaatjes nodig heeft.

Finetunen

Als een patiënt veel verschillende antistoffen tegen HLA-moleculen aanmaakt, is het erg lastig om een geschikte donor te vinden. Saris heeft ontdekt dat met een aanvullende test meer donors inzetbaar zijn. Die test meet de hoeveelheid van de HLA-moleculen op bloedplaatjes. Hoewel sommige donors positief waren met de genetische test die standaard wordt uitgevoerd, bleken zij in werkelijkheid heel lage hoeveelheden van die HLA-moleculen op hun plaatjes te hebben. Hun bloedplaatjes zullen daarom niet worden gebonden door de antistoffen van de patiënt. Waarschijnlijk zijn deze donors dus toch een goede match. In de toekomst kan deze nieuwe test de genetische typering finetunen en wordt de speurtocht naar een geschikte donor makkelijker.

Vervolgstappen

Saris liet vervolgens in het lab zien dat bloedplaatjes die met de nieuwe test geen of lage hoeveelheden van bepaalde HLA-moleculen op de buitenkant vertoonden, inderdaad niet door antistoffen herkend worden. Ze overleefden daarmee de aanval van immuuncellen. Of de op die manier geselecteerde plaatjestransfusies inderdaad aanslaan bij patiënten met veel verschillende antistoffen, moet nog in de praktijk uitgetest worden. Hiervoor zijn vervolgstappen nodig, zoals het standaardiseren van de test.

Over HLA

HLA-moleculen zijn eiwitten die op de buitenkant van alle lichaamscellen zitten, behalve op rode bloedcellen. HLA moleculen komen in heel veel variaties voor, vergelijkbaar met de bloedgroepen van de rode cel, maar dan nog complexer. Bij orgaan-en stamceltransplantaties worden de HLA-moleculen van donor en patiënt zo goed mogelijk gematcht. Bloedplaatjes bevatten alleen HLA klasse I moleculen. De genetische test die routinematig wordt uitgevoerd voorspelt welke HLA moleculen op de cellen aanwezig zijn. De nieuwe test meet de daadwerkelijke hoeveelheid van verschillende HLA-moleculen op de bloedplaatjes.

Het onderzoek van Anno Saris vond plaats in de groep van Professor Marieke van Ham en Anja ten Brinke en werd medebegeleid door Pieter van de Meer van de Bloedbank en Professor Jaap Jan Zwaginga uit het LUMC

Publicatie:

Platelets from donors with consistent low HLA-B8, B12 or B35 expression do not undergo antibody-mediated internalization. Saris A, Tomson B, Brand A, Mulder A, Claas FH, Lorinser J, Scharenberg J, van Ham SM, Ten Brinke A, Zwaginga JJ, van der Meer PF. Blood 2017 Nov 1. pii: blood-2017-07-799270

Terug naar overzicht