menu menu

Wat is fibrinogeen?

Fibrinogeen is één van de vele eiwitten die in je bloedplasma zit. Het heeft een belangrijke rol bij de stolling van je bloed. Fibrinogeen wordt aangemaakt in je lever en staat ook wel bekend als stollingsfactor I. 

De functie van fibrinogeen

Samen met je bloedplaatjes zorgen fibrinogeen en andere stollingsfactoren voor de stolling van je bloed. Een goede stolling is belangrijk om te voorkomen dat je teveel bloed verliest als je gewond bent. Als je bloedt, gaat je bloed stollen. Hiervoor is een kettingreactie nodig waar allerlei stollingsfactoren bij betrokken zijn. Uiteindelijk wordt fibrinogeen omgezet in fibrine. Deze stof vormt op de plaats van de beschadiging draden waarin bloedplaatjes blijven hangen. Er ontstaat een stolsel. Soms stolt je bloed ook zonder dat er een wond is. Dat noemen we trombose.   

Fibrinogeen normaalwaarde

Het bloed van een gezonde volwassene heeft tussen de 2,0 en 4,0 g fibrinogeen. Dit is genoeg om je bloed te laten stollen. Als iemand een andere waarde heeft dan kan dat betekenen dat je bloed niet goed stolt. Of het kan betekenen dat er iets anders aan de hand is. Het is daarom belangrijk om achter de oorzaak van een te lage of te hoge fibrinogeenwaarde te komen. Dit kan via een bloedonderzoek. Wij meten de fibrinogeenwaarde van donors niet. 

Wat als je fibrinogeen te laag is?

Als je fibrinogeen minder dan 2,0 g/L is, stolt je bloed niet goed of te langzaam. Je fibrinogeen is te laag. Je kunt dan bij een bloeding meer bloed verliezen dan goed voor je is. Een te laag fibrinogeengehalte kan chronisch zijn. Bijvoorbeeld als je lijdt aan de zeldzame erfelijke ziekte afibrinogenemie of hypofibrinogenemie. 

In de meeste gevallen is een te lage waarde het gevolg van iets anders, zoals een leverziekte of bloeding. Daarnaast kan de hoeveelheid fibrinogeen in je bloed dalen door het gebruik van bepaalde medicijnen (tegen bloedstollingen bijvoorbeeld). Je behandelend arts kan je hier meer over vertellen.   

Wat betekent het als je fibrinogeen te hoog is?

Als je fibrinogeen meer dan 4,0 g/L is, dan is dit te hoog. Gelukkig heeft dat geen invloed op de stolling van je bloed. Fibrinogeen noemen we ook wel een acute-fase eiwit. Dit betekent dat dit eiwit bijvoorbeeld al vroeg bij een ontsteking stijgt. Maar ook een operatie, een hartinfarct, een ongeluk of kanker kan het fibrinogeen laten stijgen. En ook als je zwanger bent, gaat de hoeveelheid fibrinogeen in je bloed vaak omhoog. Wanneer de oorzaak verdwenen is, gaat de hoeveelheid fibrinogeen in je bloed vaak weer terug naar de normaalwaarde.

Fibrinogeen en bloed doneren

Als je bloed doneert, scheiden we rode bloedcellen, bloedplaatjes, witte bloedcellen en plasma van elkaar. Stollingsfactoren worden gegeven aan mensen die antistolling gebruiken en een bloeding hebben. We kunnen jouw plasma goed gebruiken! Uit jouw plasma halen we stollingsfactoren waarmee we mensen kunnen helpen die bloedingen krijgen. Wist je dat je lichaam sneller herstelt van plasma doneren dan van bloed? Dat komt doordat je rode bloedcellen gescheiden worden door een machine. Na het scheiden houden wij het plasma en krijg jij de rode bloedcellen terug in je lichaam. Hierdoor herstelt je lichaam sneller en kun je vaker doneren: tot wel 26 keer per jaar! Maar zelfs met 1 keer doneren zijn we al blij.

Meer weten over plasma doneren? Bekijk dan eens onze pagina over plasma of meld je direct aan als plasmadonor.