Veelgestelde vragen

Zoek hier ook op trefwoord voor meer informatie over een onderwerp, medicijn of ziekte.
  • Bij de keuring bleek dat mijn bloeddruk aan de hoge kant was, maar ik merk er niets van. Hoe zit dat?

    Soms kan een hoge bloeddruk klachten geven bij het bereiken van heel hoge waarden. Een normale waarde is lager of gelijk aan 140/90 mm Hg. Meestal merk je niets van een hoge waarde. Mensen met een langdurig hoge bloeddruk hebben een vergrote kans op ziekten van hart- en bloedvaten. Je huisarts kan dit voor jou het beste beoordelen en eventueel behandeling adviseren. Veel medicijnen voor de bloeddruk zijn geen bezwaar voor het geven van bloed of plasma. 

  • Waarom moet ik elke keer een vragenlijst invullen?

    Dankzij de vragenlijst op het keurings-en afnameformulier (het KAF) en de vragen die door de medewerkers van Sanquin gesteld worden, kunnen we beoordelen of je gezondheidstoestand het op dat moment toelaat om bloed of plasma te geven. Dit is van belang voor de donor en voor de ontvanger van het bloed of het plasma. Correcte, waarheidsgetrouwe antwoorden zijn van groot belang voor de veiligheid van het bloed.

  • Wat gebeurt er als de bloedgroep van donor en patiënt verschillen?

    Als de bloedgroepen van donor en ontvanger niet passend zijn, reageren antistoffen tegen de bloedgroepantigenen en dit leidt tot hemolyse, oftewel afbraak van de rode cellen. Dit heeft ernstige gevolgen voor de patiënt.

  • Welke bloedgroepen passen bij elkaar?

    Voor het ABO-bloedgroepsysteem gelden de volgende principes:

    •Bloed van bloedgroep O kan aan iedereen worden toegediend. 
    •Bloedgroep A kan worden toegediend aan patiënten met A en AB. 
    •Bloedgroep B kan worden toegediend aan patiënten met B en AB. 
    •AB kan alleen worden toegediend aan mensen die zelf ook AB hebben. 

    Voor het rhesus-bloedgroepsysteem gelden de volgende principes:

    •RhD-negatief bloed kan aan iedereen worden toegediend.
    •RhD-positief bloed kan alleen worden toegediend aan mensen die zelf RhD-positief zijn.  

    Bovenstaande regels gelden voor bloed, niet voor bloedplasma. Als een patiënt door eerdere bloedtransfusies of een zwangerschap een antistof tegen een bepaalde bloedgroep heeft ontwikkeld, dan moet naast de bovengenoemde ABO- en rhesus-bloedgroepen ook met andere bloedgroepen rekening worden gehouden.

    Vrouwen

    Daarnaast zijn er voor vrouwen jonger dan 45 jaar extra voorwaarden bij de selectie van donorbloed. Naast de ABO- en RhD-bloedgroep wordt er dan ook gekeken naar de bloedgroepen Rhc, RhE (van het rhesus-systeem) en naar de bloedgroep K (van het Kell-systeem). Voor vrouwen met een kinderwens is het belangrijk dat zij door een bloedtransfusie niet worden gesensibiliseerd  door delen van het donorbloed, zoals bijvoorbeeld het K-antigeen van het Kell-systeem. Wanneer dit wel gebeurt, maken zij antistoffen aan die later problemen kunnen geven bij een nieuwe bloedtransfusie of bij een pasgeboren baby.

  • Welke bloedgroep kan aan iedereen worden toegediend?

    Bloed van bloedgroep O-negatief kan over het algemeen aan iedereen worden toegediend. Iemand met deze bloedgroep wordt ook wel een 'algemene gever' genoemd.

  • Wat zijn antistoffen?

    Als je besmet raakt met een virus of een andere ziektekiem, ziekteverwekker, bacterie of micro-organisme, maakt je afweersysteem een antistof aan om de ziekteverwekker onschadelijk te maken. Je wordt dan vaak ziek, maar je geneest meestal weer. Soms is de verwekker te sterk of te hardnekkig, of je afweersysteem schiet te kort.

    In sommige gevallen is ziekte te voorkomen door vaccinatie. Je afweersysteem wordt dan in aanraking gebracht met een verzwakte of gedode verwekker. Dan wordt je meestal niet ziek, terwijl je wel antistoffen aanmaakt. Als je vervolgens besmet raakt met de ziekteverwekker, word je vervolgens niet ziek aangezien je antistoffen al beschikbaar zijn.

    Het is ook mogelijk om een mens te beschermen en genezen met de antistoffen van een ander mens. 

  • Wat is een HLA-getypeerd bloeddonorschap?

    Van iedere donor wordt een aantal bloedgroepen bepaald. Meestal betreft het bloedgroepen van de rode bloedcellen, waaronder de ABO- en de rhesus (D)-bloedgroep, maar ook de witte bloedcellen (leukocyten) en de bloedplaatjes (trombocyten) bezitten bloedgroepen. Het meest bekende bloedgroepsysteem van witte bloedcellen, stamcellen en bloedplaatjes is het zogenaamde HLA-systeem.

    In Nederland zijn zo’n 30.000 bloeddonors - na vooraf verkregen toestemming - getypeerd voor deze kenmerken. Deze HLA-typeringen geven Sanquin de mogelijkheid speciale bloedproducten te vervaardigen zoals HLA-getypeerd trombocytenconcentraat en HLA-geselecteerde stamcellen ten behoeve van stamceltransplantatie. 

  • Verlies je bij een donatie een deel van de antistoffen en afweercellen die je in je bloed hebt?

    Ja, maar als het nodig is, maakt je lichaam het gewoon weer aan. Bij een bloed- en plasmadonatie geef je inderdaad ook antistoffen, ook wel immunoglobulinen. Als je ervan uitgaat dat je gemiddeld vijf liter bloed hebt en 500 ml per donatie geeft, geef je dus tien procent van je antistoffen af. We maken gebruik van die antistoffen. Uit het plasma van volbloed- en de meeste plasmaferese-procedures wordt bijvoorbeeld ook IVIG - intraveneuze immunoglobulinen - gemaakt. Dit wordt gebruikt bij mensen met een immuundeficiëntie of bij een auto-immuunziekte.

    Als je gezond bent, kun je deze antistoffen prima missen. Je houdt immers nog negentig procent over na een donatie en je maakt deze antistoffen gewoon weer aan als dat nodig is. Soms dalen ook je antistofconcentraties die je hebt opgebouwd na een vaccinatie. Dit verschilt per soort antistof en per donor. Ook dit is niet erg. Je lichaam heeft geheugencellen die - zodra er een nieuw contact is met de ziekteverwekker of na een vaccinatie - weer actief antistoffen zullen maken. 

  • Wat is plasma?

    Plasma is bloed zonder de bloedcellen. Het is het lichtgele of grijs-gele deel van het bloed waarin de bloedcellen vermengd zijn. Het plasma bevat water, eiwitten (albumine, globuline, fibrinogeen, enzymen), hormonen, glucose, zouten, vetten en antistoffen.

  • Waar wordt plasma voor gebruikt?

    Vaak hebben patiënten alleen een bepaald bestanddeel van bloed nodig, zoals plasma. In dat geval kan jouw plasma toegediend worden. Daarnaast worden er ook belangrijke medicijnen van gemaakt. 

    Van eiwitten uit plasma worden medicijnen gemaakt, zoals stollingsfactoren. Mensen met bijvoorbeeld hemofilie missen sommige van deze eiwitten, waardoor hun bloed niet goed stolt. Hierdoor kunnen spontane bloedingen optreden, met mogelijk ernstige gevolgen. Met behulp van deze medicijnen leiden zij een vrijwel normaal leven. 

    Er zijn meerdere eiwitten in het plasma die als geneesmiddel worden gebruikt en van groot belang zijn voor patiënten. De belangrijkste zijn:

    •albumine; gebruikt bij sommige operaties of ernstige brandwonden
    •proteaseremmers; gebruikt bij behandeling van bepaalde erfelijke stoornissen van het bloed, bijvoorbeeld hereditair angio-oedeem.

    Antistoffen

    Antistoffen in plasma worden bij gezonde personen aangemaakt na een besmetting met een ziekteverwekker of na een vaccinatie. We halen deze antistoffen uit het plasma en verwerken ze tot geneesmiddelen. Ze worden gebruikt bij de behandeling van ziektes zoals hepatitis A, hepatitis B en tetanus.