Veelgestelde vragen

Zoek hier ook op trefwoord voor meer informatie over een onderwerp, medicijn of ziekte.
  • Waarom mag er niemand mee in de keuringskamer?

    Het is de bedoeling dat de donor alle vragen op de vragenlijst eerlijk beantwoordt. In de vragenlijst staat een aantal privacygevoelige vragen over seksuele contacten. Het kan voorkomen dat de donor zich pas tijdens het invullen van het formulier realiseert dat hij of zij een 'risicovraag' met 'ja' moet beantwoorden, maar dit vanwege het bijzijn van een gezinslid of kennis niet durft. Dit kan tot een vervelende situatie leiden en bovendien voor de ontvanger van het bloed een groot risico inhouden. Sanquin wil te allen tijde voorkomen dat dit gebeurt. Daarom geldt de regel dat kinderen ouder dan zes jaar niet meer mee mogen in de keuringskamer. Ook partners en ouders mogen om dezelfde reden niet mee in de keuringskamer, ook niet als zij aangeven geen geheimen te hebben voor elkaar.

  • Waarom vragen jullie bij de keuring of er in de afgelopen vier dagen pijnstillers zijn gebruikt?

    Sommige pijnstillers hebben invloed op de bloedplaatjes. Deze zogenaamde trombocytenaggregatieremmers (TAR’s) remmen het samenklonteren dat nodig is voor het stollen van het bloed. Die geremde bloedplaatjes kunnen we niet gebruiken voor transfusie, omdat een patiënt met een tekort aan bloedplaatjes juist optimaal werkende bloedplaatjes nodig heeft. Jij kunt dan wel bloed geven, want het effect op de bloedplaatjes is voor je eigen stolling geen probleem. Je rode bloedcellen en je plasma kunnen we ook gewoon gebruiken. Het effect op de bloedplaatjes van zo’n pijnstiller duurt tot ongeveer vier dagen na het slikken van de laatste tablet. Voorbeelden van TAR’s zijn ibuprofen, diclofenac en naproxen. Een pijnstiller die hier niet onder valt en geen invloed heeft op de bloedplaatjes, is paracetamol.

    We stellen deze vraag ook omdat de reden waarom je de pijnstiller neemt bezwaarlijk kan zijn voor het geven van bloed, zoals bijvoorbeeld koorts, keelpijn of hevige hoofdpijn.

  • Waarom is er soms een langere wachtrij voor de eerste afspraak / keuring?

    In vergelijking met een vaste locatie is de ruimte en daardoor de capaciteit van een mobiele afnamelocatie (MAL) natuurlijk kleiner. Ook komen de meeste mobiele afnamelocaties minder dan twaalf keer per jaar langs. Daardoor is er op sommige locaties sprake van een langere wachttijd voor de eerste afspraak. Als dat bij jou het geval is, dan vragen we je om naar een nabijgelegen locatie te komen voor de eerste afspraak. Zo kunnen we je sneller helpen. Uiteraard krijg je daarna voor de eerste donatie gewoon een uitnodiging om langs te komen bij de MAL van jouw keuze. Via de locatiezoeker kun je zien waar de dichtstbijzijnde locatie is.

  • Beïnvloedt bloed geven de bloeddruk?

    Wanneer je bloed hebt gegeven, daalt de bloeddruk een heel klein beetje, maar deze stijgt later weer en stabiliseert snel. Bloed geven is dus geen behandeling tegen een te hoge bloeddruk.

  • Op de keuring bleek dat mijn bloeddruk aan de hoge kant was, maar ik merk er niets van. Hoe zit dat?

    Soms kan een hoge bloeddruk klachten geven bij het bereiken van heel hoge waarden. Een normale waarde is lager of gelijk aan 140/90 mm Hg. Meestal merk je niets van een hoge waarde. Mensen met een langdurig hoge bloeddruk hebben een vergrote kans op ziekten van hart- en bloedvaten. Je huisarts kan dit voor jou het beste beoordelen en eventueel behandeling adviseren. De meeste medicijnen voor de bloeddruk zijn geen bezwaar voor het geven van bloed of plasma.

  • Heb ik na een bloedtransfusie twee soorten DNA in mijn lichaam?

    Dat is nauwelijks het geval. In de eerste plaats hebben rode bloedcellen geen kern en dus geen DNA. In de tweede plaats hebben rode bloedcellen een beperkte levensduur van enkele maanden. Een bloedtransfusie overbrugt dus een periode van bloedarmoede, maar daarna is het lichaam weer aangewezen op de eigen productie van rode bloedcellen. Van de toegediende cellen is dan niets meer over. 

  • Heb ik na een beenmergtransplantatie twee soorten DNA in mijn lichaam?

    Ja. De donor is met zorg gekozen en zal met betrekking tot de zogenaamde ‘weefseltypering’ (HLA, kenmerken van witte bloedcellen) zo veel mogelijk lijken op de ontvanger, maar het DNA van de donor zal niet identiek zijn aan het DNA van de ontvanger. Er zijn, als alles goed gaat, na de transplantatie dus twee verschillende ‘DNA-profielen’ te onderscheiden. Het is zelfs mogelijk dat de ontvanger wisselt van bloedgroep. 

  • Ik ben flauwgevallen, hoe kan ik dit voorkomen?

    Bij ongeveer één op de duizend bloeddonaties treedt een zogenaamde vasovagale reactie op die kan leiden tot een flauwte, een kortdurend bewustzijnsverlies door lage bloeddruk en een langzame pols. In liggende houding, liefst met de benen wat hoger, herstel je in de regel snel.

    Zo’n flauwte wordt deels veroorzaakt door het verlies van 500 ml bloed. Daarnaast is het een combinatie van vochtverlies, spanning en de prikkeling van de vaatwand door de naald die deze (reflex)reactie in gang zet. Het is vergelijkbaar met het snel van houding veranderen, van liggen naar staan. Om dit te voorkomen, kun je de volgende maatregelen treffen:

    - fit zijn als je bloed komt geven 
    - voor de donatie voldoende eten en drinken
    - tijdens en na de donatie extra water en zout nemen
    - (half)liggend bloed geven
    - voor afleiding zorgen
    - niet te snel opstaan na donatie
    - een spierspanningstechniek toepassen (van het onderlichaam)
    - na afloop minstens tien minuten aan de koffietafel iets blijven drinken.

  • Ik heb een blauwe plek gekregen na het prikken, is dat normaal?

    Dit komt niet vaak voor, maar het is niet altijd te voorkomen. Het wordt veroorzaakt door het onderhuids lopen van wat bloed uit de ader na het aanprikken of bij het verwijderen van de naald. Ook als er vervelend genoeg mis geprikt wordt of als de stuwband of manchet te strak zit, kan er een bloeduitstorting ontstaan. Je lichaam zorgt ervoor dat dit bloed wordt opgeruimd. Om dit zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken, dient de donor het bloedvat na de afname op de prikplaats dicht te drukken tot het bloeden is gestopt. De donor krijgt hiervoor een drukverbandje. Het advies is dit twee uur te laten zitten en de arm te ontzien.

  • Klopt het dat er littekens ontstaan na het geven van bloed en is dat geen probleem als je later zelf een infuus nodig mocht hebben?

    Bij mensen die heel vaak doneren of al heel lang donor zijn, zien we soms dat er door het vele aanprikken littekenweefsel gevormd wordt in de huid in de elleboogplooi. Het verschilt per donor of en hoeveel dit gebeurt, want elke huid is nu eenmaal anders. Als het aanprikken lastiger wordt, zal de afname-assistente dit opmerken. Als je zelf merkt dat het lastiger gaat, bespreek het dan met de donorarts of de donorassistent(e). 


    Sommige mensen vragen zich af of dit kwaad kan als ze zelf ooit een transfusie of infuus nodig hebben. In het algemeen worden infusen op andere plaatsen aangelegd. Als je erg moeilijk te prikken bent, is het zinvol dit eens kritisch te bekijken met een donorassistent(e) of een donorarts.