Veelgestelde vragen

Filter resultaten

Filter categorieën

Bloed geven (87) Coronavirus (27) Mag ik bloed of plasma geven (249) MijnSanquin (16) Over Sanquin (22) Over bloed (25) Over plasma (5) Plasma geven (66) Serum geven (19)
Zoek hier ook op trefwoord voor meer informatie over een onderwerp, medicijn of ziekte.
  • Hoeveel bloedgroepen zijn er?

    Er zijn meer dan driehonderd verschillende bloedgroepen. Meestal gaat het bij de bloedbank om de bloedgroepen van het ABO-systeem en om het rhesus (D)-kenmerk of de rhesus-factor (+ of -). Er zijn op basis hiervan acht bloedgroepen, namelijk A+, A-, B+, B-, O+, O- AB+ en AB-

  • Hoe lang duurt bloed geven?

    Bij elkaar kost je bezoek aan de bloedbank ongeveer een uur. Dit is inclusief het invullen van de vragenlijst en de keuring. Het bloed geven zelf duurt ongeveer tien minuten. Sanquin heeft een ruime hoeveelheid locaties, verspreid door heel Nederland, dus er is er altijd wel één bij jou in de buurt.

  • Vanaf welke leeftijd kun je je aanmelden als bloeddonor?

    Je kunt je aanmelden als bloeddonor als je tussen de 18 en 65 jaar bent. Bloed geven is mogelijk tot en met 79 jaar.

    Donors die zestig jaar of ouder zijn worden jaarlijks gekeurd door de donorarts. Tijdens deze seniorkeuring wordt bepaald of de kans op ongewenste effecten van donatie niet te groot worden.

  • Wat houdt een bloedgroep eigenlijk in?

    Het woord bloedgroep betekent letterlijk dat een bepaald erytrocytenantigeen - een molecuul op de buitenkant van de rode bloedcel - slechts bij een bepaalde groep mensen voorkomt. Daardoor kunnen mensen na een transfusie met bloed van een ander individu antistoffen maken tegen bloedgroepantigenen die op het donorbloed aanwezig zijn, maar op het eigen bloed ontbreken. In het ergste geval reageren die antistoffen met de antigenen zodanig dat de rode cellen worden afgebroken (hemolyse), met alle gevolgen van dien voor de patiënt. Daarom moeten de rode bloedcellen van de donor en de ontvanger zo goed mogelijk bij elkaar passen.

  • Verlies je bij een donatie een deel van de antistoffen en afweercellen die je in je bloed hebt?

    Ja, maar als het nodig is, maakt je lichaam het gewoon weer aan. Bij een bloed- en plasmadonatie geef je inderdaad ook antistoffen, ook wel immunoglobulinen. Als je ervan uitgaat dat je gemiddeld vijf liter bloed hebt en 500 ml per donatie geeft, geef je dus tien procent van je antistoffen af. We maken gebruik van die antistoffen. Uit het plasma van volbloed- en de meeste plasmaferese-procedures wordt bijvoorbeeld ook IVIG - intraveneuze immunoglobulinen - gemaakt. Dit wordt gebruikt bij mensen met een immuundeficiëntie of bij een auto-immuunziekte.

    Als je gezond bent, kun je deze antistoffen prima missen. Je houdt immers nog negentig procent over na een donatie en je maakt deze antistoffen gewoon weer aan als dat nodig is. Soms dalen ook je antistofconcentraties die je hebt opgebouwd na een vaccinatie. Dit verschilt per soort antistof en per donor. Ook dit is niet erg. Je lichaam heeft geheugencellen die - zodra er een nieuw contact is met de ziekteverwekker of na een vaccinatie - weer actief antistoffen zullen maken. 

  • Wat is een HLA-getypeerd bloeddonorschap?

    Van iedere donor wordt een aantal bloedgroepen bepaald. Meestal betreft het bloedgroepen van de rode bloedcellen, waaronder de ABO- en de rhesus (D)-bloedgroep, maar ook de witte bloedcellen (leukocyten) en de bloedplaatjes (trombocyten) bezitten bloedgroepen. Het meest bekende bloedgroepsysteem van witte bloedcellen, stamcellen en bloedplaatjes is het zogenaamde HLA-systeem.

    In Nederland zijn zo’n 30.000 bloeddonors - na vooraf verkregen toestemming - getypeerd voor deze kenmerken. Deze HLA-typeringen geven Sanquin de mogelijkheid speciale bloedproducten te vervaardigen zoals HLA-getypeerd trombocytenconcentraat en HLA-geselecteerde stamcellen ten behoeve van stamceltransplantatie. 

  • Welke bloedgroepen komen het meeste voor?

    Binnen de Nederlandse bevolking zien we vooral de bloedgroepen O (47%) en A (42%). De bloedgroepen die beduidend minder voorkomen zijn B (8%) en AB (3%). Daarnaast is 84% rhesus (D)-positief en 16% rhesus (D)-negatief. Veel donors en patiënten zijn dus A+ of O+, terwijl B- en AB- juist weinig voorkomen.

  • Wat gebeurt er als de bloedgroep van donor en patiënt verschillen?

    Als de bloedgroepen van donor en ontvanger niet passend zijn, reageren antistoffen tegen de bloedgroepantigenen en dit leidt tot hemolyse, oftewel afbraak van de rode cellen. Dit heeft ernstige gevolgen voor de patiënt.

  • Waar wordt plasma voor gebruikt?

    Vaak hebben patiënten alleen een bepaald bestanddeel van bloed nodig, zoals plasma. In dat geval kan jouw plasma toegediend worden. Daarnaast worden er ook belangrijke medicijnen van gemaakt. 

    Van eiwitten uit plasma worden medicijnen gemaakt, zoals stollingsfactoren. Mensen met bijvoorbeeld hemofilie missen sommige van deze eiwitten, waardoor hun bloed niet goed stolt. Hierdoor kunnen spontane bloedingen optreden, met mogelijk ernstige gevolgen. Met behulp van deze medicijnen leiden zij een vrijwel normaal leven. 

    Er zijn meerdere eiwitten in het plasma die als geneesmiddel worden gebruikt en van groot belang zijn voor patiënten. De belangrijkste zijn:

    •albumine; gebruikt bij sommige operaties of ernstige brandwonden
    •proteaseremmers; gebruikt bij behandeling van bepaalde erfelijke stoornissen van het bloed, bijvoorbeeld hereditair angio-oedeem.

    Antistoffen

    Antistoffen in plasma worden bij gezonde personen aangemaakt na een besmetting met een ziekteverwekker of na een vaccinatie. We halen deze antistoffen uit het plasma en verwerken ze tot geneesmiddelen. Ze worden gebruikt bij de behandeling van ziektes zoals hepatitis A, hepatitis B en tetanus.

  • Welke bloedgroepen passen bij elkaar?

    Voor het ABO-bloedgroepsysteem gelden de volgende principes:

    •Bloed van bloedgroep O kan aan iedereen worden toegediend. 
    •Bloedgroep A kan worden toegediend aan patiënten met A en AB. 
    •Bloedgroep B kan worden toegediend aan patiënten met B en AB. 
    •AB kan alleen worden toegediend aan mensen die zelf ook AB hebben. 

    Voor het rhesus-bloedgroepsysteem gelden de volgende principes:

    •RhD-negatief bloed kan aan iedereen worden toegediend.
    •RhD-positief bloed kan alleen worden toegediend aan mensen die zelf RhD-positief zijn.  

    Bovenstaande regels gelden voor bloed, niet voor bloedplasma. Als een patiënt door eerdere bloedtransfusies of een zwangerschap een antistof tegen een bepaalde bloedgroep heeft ontwikkeld, dan moet naast de bovengenoemde ABO- en rhesus-bloedgroepen ook met andere bloedgroepen rekening worden gehouden.

    Vrouwen

    Daarnaast zijn er voor vrouwen jonger dan 45 jaar extra voorwaarden bij de selectie van donorbloed. Naast de ABO- en RhD-bloedgroep wordt er dan ook gekeken naar de bloedgroepen Rhc, RhE (van het rhesus-systeem) en naar de bloedgroep K (van het Kell-systeem). Voor vrouwen met een kinderwens is het belangrijk dat zij door een bloedtransfusie niet worden gesensibiliseerd  door delen van het donorbloed, zoals bijvoorbeeld het K-antigeen van het Kell-systeem. Wanneer dit wel gebeurt, maken zij antistoffen aan die later problemen kunnen geven bij een nieuwe bloedtransfusie of bij een pasgeboren baby.