menu menu

Peter: “Ik had die 125 zakken bloed graag terug willen doneren”

Van het moment dat hij op de fiets werd aangereden door een trein, kan Peter Smit (46) zich niets herinneren. Vier lange maanden lag hij in het ziekenhuis en ontving hij maar liefst 125 zakken bloed. “De artsen waren perplex dat ik zo goed hersteld ben.”

Het is alweer ruim 20 jaar geleden dat Peter met een vriend naar de kermis was gegaan en ze ’s avonds laat besloten langs het spoor naar huis te fietsen. “Ik wilde eigenlijk niet met mijn dronken kop gaan fietsen, maar we wilden ook niet lang wachten op een taxi. Er liep een smal paadje langs de rails waar we overheen fietsten. Op een gegeven moment moesten we bij een brug de rails oversteken.”

En toen ging het goed mis, al kan Peter zich er niks meer van herinneren. Niks van de aanstormende trein en de harde klap. Niks van hoe hij op de pijler van de brug werd geslingerd. Niks van de zaklamp die de machinist in zijn ogen scheen om te kijken of hij nog leefde.

De ambulance was razendsnel ter plekke doordat de machinist direct na de klap 112 had gebeld. Peter: “Ze hadden net een nieuw middel in de ambulance dat je aderen bij elkaar knijpt, waardoor je minder bloed verliest. Dat is mijn redding geweest. Want het gutste er werkelijk aan alle kanten uit. Ik had onder meer een slagaderlijke bloeding bij mijn lies.”

Wonderbaarlijk

Half 4 ’s nachts werd hij het ziekenhuis ingereden en begonnen artsen hem direct te opereren. 12 uur later waren ze pas klaar. Peter moest vier maanden blijven in het ziekenhuis. In die periode ontving hij 125 zakken bloed. “Ik had veel inwendige bloedingen. Een pompje bij mijn lies haalde het oude bloed er steeds uit.” Hij heeft ook aan de vele transfusies geen enkele herinnering. Maar de vele littekens op zijn lichaam vertellen hem iedere dag het verhaal van zijn ongeluk.

“De artsen dachten dat ik ook ernstige hersenschade zou hebben opgelopen. Maar daarbij heb ik ongelooflijk veel geluk gehad.” Wel is hij ander werk gaan doen. “Ik deed fysiek zwaar sjouwwerk in de landbouw. Dat kon ik na het ongeluk niet meer, dus ben ik kraanmachinist geworden. Hardlopen kan ik ook niet meer, maar lopen en fietsen gelukkig nog wel. Het is wonderbaarlijk hoe mijn lijf weer functioneert. Toen ik twee jaar na het ongeluk ter controle bij de arts kwam, zei die ook dat hij en zijn collega’s perplex waren hoe goed ik hersteld was.”

Iets positiefs

Uit dankbaarheid dat hij het had overleefd, besloot Peter na zijn ongeluk bloeddonor te worden. “Dat kon in die tijd nog, ook al had ik bloedtransfusies gehad. Ik wilde iets positiefs doen, zodat mijn ongeluk niet voor niets was geweest. Ik had me voorgenomen om minstens 125 keer te doneren, om al het bloed dat ik zelf had ontvangen ‘terug te betalen’.” Helaas moest hij na acht keer al stoppen. In Engeland is waarschijnlijk rond 1980 de ziekte van Creutzfeldt-Jakob (CJD)  opgekomen – de ‘gekkekoeienziekte’. CJD is een ernstige bloedoverdraagbare ziekte waar het bloed niet op getest kan worden. Daarom heeft Sanquin de regel ingesteld dat mensen die zelf na 1980 bloed hebben ontvangen niet meer mogen doneren. Peter: “Dat vond ik ontzettend jammer. Ik vertel in mijn omgeving nog vaak mijn verhaal en zeg daar altijd bij: ‘Word donor!’ Mensen die zelf bloed hebben gekregen zijn het fanatiekste hè, wij weten precies waarom het zo belangrijk is.”

Om toch nog iets te kunnen betekenen, heeft Peter regelmatig zijn verhaal verteld op jubileummomenten van donors die honderd keer hebben gedoneerd. “‘Voor mij ben jij een held’, zei ik dan tegen de donor. ‘Dankzij mensen zoals jij leef ik nog steeds.’” 

08 september 2021