“Iemand anders heeft mijn kind gered”
Femke werd na een ernstige voedselvergiftiging gered door donorbloed. Haar ouders werden ook donor.
Ook bloed- of plasmadonor worden? Meld je aan en red een leven!
Tamara en Daniël zagen hoe hun dochter Femke bijna overleed aan een voedselvergiftiging. Donorbloed redde haar leven. Beiden meldden zich daarna aan bij Sanquin als bloeddonor.
Het was een heel gezellig familie-etentje in een restaurant, voor de verjaardag van Tamara. Helaas werd haar dochter Femke (toen 13 jaar) de volgende dag doodziek: misselijk, spugen, diarree. Omdat de symptomen een paar dagen bleven aanhouden, bezocht haar vader Daniël in het weekend met zijn dochter de huisartsenpost. “Het is maar een griepje,” zeiden ze daar, “gewoon uitzieken.” Maar Femke begon steeds groener te zien en kon alleen nog maar gal spugen. Ook de eigen huisarts zei na een week: “Het is maar een griepje.” “Nee”, antwoordde Daniël, “Dit is mijn dochter niet meer. Haar bloed moet onderzocht worden.”
HUS
Femkes bloedwaarden bleken inderdaad heel slecht. Zo slecht, dat het ziekenhuis na de uitslag belde dat ze met spoed naar het Amsterdam UMC gebracht moest worden. Femke bleek de aandoening HUS te hebben, wat staat voor het hemolytisch uremisch syndroom. HUS wordt veroorzaakt door een infectie via het voedsel, door een bepaald type E. coli-bacterie. Deze bacterie kan een gifstof produceren en veroorzaakt vaak ernstige diarree. De gifstof komt via de darmen in de bloedbaan en maakt zo het hele lichaam ziek. Het zorgt voor afbraak van rode bloedcellen en een tekort aan bloedplaatjes, doordat deze samenklonteren en stolsels vormen. Die kunnen de organen beschadigen. Omdat Femke al een week ziek was, waren haar nieren aangetast en werkten ze niet meer.
Bloedtransfusie nodig
“Femke moest binnen 24 uur geopereerd worden om dialyse mogelijk te maken,” vertelt moeder Tamara, “omdat anders haar situatie nog veel meer zou verslechteren. Maar omdat ze zo verzwakt was, kon dat niet. Ze had eerst een bloedtransfusie met twee eenheden donorbloed nodig om aan te sterken.”
Bij de operatie kreeg Femke slangetjes in haar buik om op een dialyse-apparaat aangesloten te worden. Dat was nodig om de afvalstoffen uit haar bloed te verwijderen, wat eigenlijk door de nieren wordt gedaan. Normaal gesproken moet je lichaam na die operatie twee weken herstellen vóór je kunt starten met dialyseren. Maar vanwege haar slechte situatie werd Femke direct aangesloten. Tamara: “Het was heel spannend of dit goed zou gaan. Daniël en ik keken elkaar aan met de vraag wie eventueel een nier voor haar zou afstaan. Maar gelukkig ging het goed en herstelde ze, na een dagenlange dialyse.”
Na de eerste keer doneren zei Daniël tegen zichzelf: “Dit had ik veel eerder moeten doen”
Gered
“Ik ben blij dat ik die bloedtransfusie heb gehad”, zegt Femke, inmiddels 17 jaar oud. “Anders had ik hier niet gezeten.” Dat besef kwam ook binnen bij haar ouders. Daniël: “Tamara en ik hadden het er vroeger al eens over gehad of het bloeddonorschap niet wat voor ons was. Maar dat idee hadden we nooit doorgezet. En toen gebeurde dit met Femke. Iemand anders heeft mijn kind gered. Toen heb ik me direct aangemeld als bloeddonor.” Na de eerste keer doneren zei Daniël tegen zichzelf: “Dit had ik veel eerder moeten doen, want het stelt niks voor. Het kost een uurtje van je tijd, lekker belangrijk.” Na vijf keer bloed doneren is hij op verzoek van Sanquin overgestapt naar plasma, omdat de vraag naar plasmageneesmiddelen zo groot is.
Spannend
Ook Tamara meldde zich aan als bloeddonor. Daarvoor moest ze wel haar angst voor naalden overwinnen. Tamara: “Heel eerlijk? Ik vind het nog steeds spannend om te doneren. Ik doe het, omdat als anderen dit niet hadden gedaan, ik mijn kind niet meer had gehad. Als die donors nu voor me stonden, zou ik ze om de nek vliegen van dankbaarheid.” Tamara wil ook overstappen naar plasma, maar durft dat nog niet goed vanwege haar naaldenangst. “Gewoon de andere kant opkijken”, zegt Daniël nuchter. Ze hebben zich voorgenomen om samen een keer te gaan doneren.
Kinderverpleegkundige
Femke is trots op haar beide ouders omdat ze donor zijn geworden. Het gaat goed met haar, al heeft ze door HUS wel nierschade opgelopen. “Ik ben daardoor heel snel moe”, zegt ze. “Sporten lukt me bijvoorbeeld niet meer. Ik ga jaarlijks op controle, de toekomst moet uitwijzen of ik nog een nieuwe medische behandeling nodig heb.”
De nare ervaring met de voedselvergiftiging heeft voor Femke toch ook iets positiefs opgeleverd: “Ik heb zúlke lieve artsen en verpleegkundigen gehad in het ziekenhuis”, zegt ze. “Dat hielp me bedenken wat ik later wil worden: kinderverpleegkundige. Ik wil andere kinderen helpen die ook ziek zijn geworden.”



