menu menu

Onderzoek in het Erasmus MC: “We zien écht mooie resultaten!”

Als anti-COVID-19-donor draag je bij aan de strijd tegen corona. Antistoffen tegen COVID-19 kunnen andere patiënten helpen bij het opruimen van het coronavirus. Hoe dat het beste kan, daarnaar wordt veel onderzoek gedaan. Dat levert soms wonderbaarlijke en mooie resultaten op, vertelt Casper Rokx, internist-infectioloog in het Erasmus MC.

Momenteel loopt in samenwerking met Sanquin en het LUMC in meerdere Nederlandse ziekenhuizen de CoV-Early-studie. In die studie en in een speciaal programma voor de meest kwetsbaren wordt plasma met een zeer hoog gehalte aan antistoffen toegediend aan mensen die besmet zijn met het coronavirus en extra risico lopen op een ernstig verloop daarvan.

Wat is het idee achter de CoV-Early-studie?

Casper: “We hebben eerder onderzoek gedaan naar toediening van plasma met antistoffen tegen COVID-19 – ‘convalescent plasma’ in vakjargon – bij COVID-19-patiënten die ernstig ziek in het ziekenhuis lagen. Uit die studie bleek dat toediening van het plasma weinig effect had; de patiënten hadden zelf al veel antistoffen gevormd, extra antistoffen van donors maakte niet meer uit voor wat betreft de opnameduur of het risico op sterfte. Het was in feite als water naar de zee dragen. In de nieuwe studie geven we het convalescent plasma juist aan mensen die zelf nog niet veel antistoffen aanmaken. Het omslagpunt – hebben we ontdekt – ligt op ongeveer een week nadat je klachten hebt gekregen.”

De mensen die aan de CoV-Early-studie meedoen liggen dus niet in het ziekenhuis?

Casper: “Klopt, de mensen in de nieuwe studie behoren tot risicogroepen die door een coronabesmetting daar terecht zouden kunnen komen. De meesten zijn pas een paar dagen ziek en ouder dan 69 jaar, of ouder dan 50 jaar met extra risicofactoren zoals een chronische ziekte, verminderde afweer of zwaarlijvigheid. Inmiddels kunnen ook patiënten van 18 tot 50 jaar met een afweerstoornis deelnemen in de studie.

Deze mensen komen bij ons via hun huisarts of via de GGD waar ze een positieve testuitslag hebben gekregen. Of ze melden zich aan na het lezen van een oproep in advertenties om mee te doen aan de studie. Zij krijgen het convalescent plasma toegediend, waarna we ze 28 dagen blijven volgen om te kijken hoe de klachten zich ontwikkelen. We hebben ook een controlegroep van mensen die regulier plasma toegediend krijgen, zonder COVID-19-antistoffen. Dat gebeurt dubbelblind: zowel de behandelend artsen als de patiënten weten niet of ze in de controlegroep zitten of in de groep die de antistoffen krijgt.”

En als je in de controlegroep zit en ernstig ziek wordt?

Casper: “We geven het convalescent plasma ook aan mensen als ze veel klachten krijgen en maar niet opknappen na plasmatoediening. Wanneer er dan geen antistoffen in het bloed meetbaar zijn, geven we ze nogmaals plasma waarvan we dan zeker weten dat er antistoffen in zitten. We hebben nu 150 deelnemers, maar hopen uiteindelijk bijna 700 mensen in de studie te krijgen. De omvang moet voldoende groot zijn om te kunnen stellen dat de resultaten niet op toeval berusten en om een klein verschil al op te kunnen pikken. Als er een heel groot effect is, kunnen we misschien wel met minder deelnemers af. We verwachten in de loop van 2021 mogelijk al de eerste resultaten te kunnen zien. Als die gunstig uitpakken, kan dit een standaardbehandeling worden van COVID-19.”

Het onderzoek loopt nog, maar wat zijn de voorlopige resultaten?

Casper: “Met name bij mensen met een heftige afweerstoornis zien we opvallend goede resultaten. Deze mensen kunnen, bijvoorbeeld door hun medicatie, zelf geen antistoffen aanmaken tegen corona. Maar na toediening van de antistoffen van donors worden bij velen de klachten een stuk minder. De koorts zakt razendsnel en de witte vlekjes die we op longfoto’s zien – dat zijn ontstekingsplekken door het virus – verdwijnen als sneeuw voor de zon. Heel mooi om te zien dat in sommige gevallen het plasma met antistoffen dus echt een wezenlijk verschil maakt. De patiënten zijn zó dankbaar naar donors toe. In dit soort gevallen geven we ook ziekenhuispatiënten plasma op basis van compassionate use.”

Wat is dat?

Casper: “De term ’compassionate use’ komt uit de geneesmiddelenindustrie. Het betekent dat de behandelend arts een geneesmiddel dat nog niet officieel goedgekeurd is voor een bepaalde indicatie, toch mag inzetten voor de behandeling van een specifieke patiënt. Dit mag omdat het van levensbelang kan zijn, er geen alternatief is en er goede reden is om een effect te vermoeden. Convalescent plasma is geen geneesmiddel, maar een bloedproduct. Toch geldt ook hier dat we nog onderzoek doen naar de effectiviteit en het geen standaardbehandeling is. Maar af en toe behandel ik er ook mijn patiënten in het Erasmus MC mee.

Zo lag er onlangs een relatief jonge man op de afdeling, een veertiger nog, met lymfeklierkanker. Hij had corona opgelopen en was echt doodziek met hoge koorts; zijn toestand werd kritiek, hij ging achteruit. Ook omdat hij, door de medicatie die hij voor kanker kreeg, zelf niet goed antistoffen kon aanmaken. Nadat hij het plasma had gekregen knapte hij binnen een week enorm op. Helemaal koortsvrij en schone longen, dat was echt wonderbaarlijk om mee te maken. Grote kans dat hij het anders niet gehaald had en nu hebben zijn twee jonge kinderen nog een vader. Alleen deze ene patiënt al maakt het voor mij helemaal de moeite waard dat we deze studie doen. Met grote dank aan alle donors die hun convalescent plasma doneren.”

 

Voor een werkzame behandeling is goed onderzoek essentieel. In Nederland vindt daarom de CoV-Early-studie plaats, in samenwerking met Sanquin. Ken jij iemand bij wie COVID-19 is vastgesteld en die minder dan één week klachten heeft? Wijs hem of haar dan op de mogelijkheid om deel te nemen aan de studie.

Meer hierover lezen en aanmelden kan op cov-early.nl of door een e-mail te sturen naar [email protected].

23 februari 2021