Sanquin schaalt westnijlvirus-testen op

Nieuws
Over Sanquin
Donorbeleid
Aangemaakt

Sanquin test vanaf vrijdag 18 september in heel Nederland donaties van bloed, bloedplaatjes en plasma bestemd voor directe transfusie op de aanwezigheid van het westnijlvirus (WNV). Aanleiding is dat binnenlandse besmettingen met het virus op meerdere plaatsen bij een groeiend aantal mensen is vastgesteld. Met deze screening blijft Sanquin de veiligheid van bloeddonaties bewaken.

1063x709-Cobas

In de eerste week van augustus vond Sanquin Research in een steekproef van bloeddonaties de eerste binnenlandse besmetting met WNV sinds 2020, bij een donor in Utrecht. Als gevolg daarvan startte de bloedvoorziening op 14 augustus de individuele screening van donors uit dat gebied. Pas als de screening geen besmetting met WNV heeft vastgesteld, geeft Sanquin de bloedproducten uit de donatie vrij voor transfusie. 

“Sindsdien is het westnijlvirus bij meer mensen en op meer plaatsen in Nederland vastgesteld. Daarom kiezen we er nu voor om donaties in heel Nederland te testen. Voor donors verandert er weinig aan de donatie zelf, maar met deze extra controle zorgen we ervoor dat het bloed voor patiënten zo veilig mogelijk blijft,” aldus Merlijn van Hasselt, woordvoerder Sanquin.

“Praktisch gezien worden alle individuele donaties getest in heel Nederland, uitgezonderd Groningen, Drenthe en Friesland. Net als onze standaard bloedtesten zijn de uitslagen binnen 24 uur na donatie bekend. In Groningen, Drenthe en Friesland zijn nog geen WNV besmettingen bij mens of dier gevonden. Ook al geeft dat geen directe aanleiding tot daar testen, blijven we ook daar voorzichtig. Alle donaties uit die provincies worden daarom ook getest, maar dan met samengestelde testen in plaats van individueel.” 

Ook in 2020 en 2021 getest

Het is niet de eerste keer dat Sanquin Nederlandse bloeddonaties op het westnijlvirus test. In 2020 werden voor het eerst mensen gevonden die het virus in Nederland hadden opgelopen. Sanquin startte daarop met screening van donaties uit de betreffende risicogebieden. In 2020 en 2021 werden tienduizenden donaties onderzocht, maar werd geen westnijlvirus bij donors aangetroffen. Daarmee is de screening na 2021 beëindigd. In de jaren daarna werd het virus in Nederland nog wel incidenteel aangetroffen bij dieren en muggen, maar niet bij mensen die in Nederland besmet waren geraakt. 

In 2025 werden de signalen duidelijker: het virus werd aangetroffen bij verschillende vogels en muggen en voor het eerst ook bij paarden. Van Hasselt: “Dat was voor ons aanleiding om in 2026 onderzoek te starten, we wilden onderzoeken of een WNV-infectieongemerkt bij donors aanwezig was. Begin augustus vonden we een donor die het virus in Nederland had opgelopen. Daarmee hadden we een duidelijk signaal dat het virus weer binnen Nederland van muggen op mensen werd overgedragen.”

Milde klachten bij gezonde personen 

Het westnijlvirus wordt voornamelijk verspreid via muggen die besmette vogels steken en vervolgens een mens of zoogdier. Het virus kan in principe niet van mens tot mens worden overgedragen, maar wel via een bloedtransfusie. Omdat veel mensen van een besmetting niets merken, kan het gebeuren dat een besmet persoon bloed doneert. Voor een klein aantal kwetsbare patiënten kan een infectie ernstige gevolgen hebben. Sanquin test daarom vanaf 18 september alle donaties van volbloed, bloedplaatjes en het quarantaineplasma dat rechtstreeks voor transfusie wordt gebruikt op het westnijlvirus. Hiervoor wordt met een PCR-test gecontroleerd dat er geen genetisch materiaal van het virus in de donatie aanwezig is.