Researchproject leidt direct tot invoering screening op westnijlvirus

Nieuws
Beurzen, awards & publicaties
Bloedtransfusie
Aangemaakt

Onderzoek van Sanquin Research heeft aangetoond dat de bloedveiligheid verder kan worden verhoogd als volbloeddonaties in bepaalde regio’s tijdens het muggenseizoen worden gescreend op de aanwezigheid van het westnijlvirus.

Het virus is bloedoverdraagbaar en kan dus via transfusies worden overgedragen aan patiënten, die vaak extra kwetsbaar zijn.

Besmettingen met het westnijlvirus (WNV) komen al jarenlang voor in Zuid- en Zuidoost-Europa. Behalve door muggen, is WNV overdraagbaar via bloedproducten. Sanquin screent daarom altijd al donaties van donors die recent in een gebied zijn geweest waar besmettingen bij de mens zijn gevonden. Nu het in Nederland steeds warmer wordt, krijgen we ook hier vaker te maken met besmettingen. Wat betekent dit voor de bloedvoorziening, en zijn we er op tijd bij met screenen als we wachten op het seintje dat er een mens ziek geworden is door WNV?

Huissteekmug

Het virus, waarvan de meeste mensen nauwelijks ziek worden, wordt in Nederland overgedragen door de gewone huissteekmug. Muggen raken besmet wanneer ze een vogel steken die het virus bij zich draagt. Vervolgens kan de mug het virus overdragen op andere vogels, mensen en ook paarden. Mensen en paarden kunnen het virus vervolgens niet verder verspreiden, ook niet als zij weer worden geprikt door muggen, maar kunnen er zelf wel ziek door worden.

De onderzoeksgroep Bloedoverdraagbare Infecties (BOI) van Sanquin Research wilde weten of er ongemerkt al besmettingen in Nederland voorkomen. Deze kennis is belangrijk, omdat we tijdig moeten gaan screenen bij donors om virusbesmettingen van bloedproducten te voorkomen. Dus de vraag was of we de bloedvoorziening veiliger kunnen maken als we vinger aan de pols houden. Klinisch viroloog en onderzoeker bij Sanquin, Mariet Feltkamp vertelt: “Het viel me op dat we vaak pas aan het eind van het muggenseizoen hoorden over WNV-positieve muggen, vogels en paarden, in plaats van tijdens de piek in augustus-september, wat je zou verwachten. Dat komt voor ons dan eigenlijk te laat, want juist tijdens de piek van het seizoen zou je het grootste risico op WNV-positieve donaties verwachten. Daarnaast is het zo dat slechts een kleine minderheid van de mensen, en dus ook van onze donors, echt ziek wordt door dit virus. Veruit de meesten merken er niets van en komen gewoon doneren, wat natuurlijk ook een risico met zich meebrengt.”

Zo ging het onderzoek

Voor dit vinger-aan-de-pols onderzoek werden, en worden nu nog steeds donaties op WNV getest van donors die wonen in gebieden in Nederland waar het westnijlvirus eerder is aangetroffen. In 2025 was dat alleen in dieren, en bij een kleine uitbraak in 2020 ook bij mensen. Het onderzoek werd gefinancierd met een bijdrage uit het Sanquin Research Fund, en werd door middel van een Young Investigator Award toegekend aan Sanquinonderzoeker Mart Pothast.

Bij volbloeddonors die toestemming hebben gegeven voor gebruik van hun bloed voor wetenschappelijk onderzoek, wordt met een PCR-test in plasma uit restmateriaal getest op de aanwezigheid van WNV-RNA. Van telkens 24 donaties wordt een pool gemaakt. Als een pool positief test, worden de afzonderlijke donaties getest om vast te stellen welke donor precies besmet is. Al in de eerste week van het onderzoek werd een positieve donatie gevonden. De donor woont in de provincie Utrecht en was niet recent in het buitenland geweest.

Hoe het verder gaat

Omdat er een besmette donor is gevonden, schakelt Sanquin conform Europese regelgeving meteen over op het screenen van alle donaties in de betreffende regio. In ons geval de provincie Utrecht en Gooi en Vechtstreek. Ondertussen loopt de studie ook nog door, wat zal uitwijzen of er nog meer regio’s in Nederland met besmettingen worden gevonden. Of Feltkamp verbaasd is dat er meteen al een besmetting is gevonden: “Toch wel, ik had het niet zo snel verwacht, vooral omdat het muggenseizoen maar traag opgang kwam dit jaar. Daarin lijkt nu wel verandering te komen, als ik zo kijk naar wat er bij mij thuis zoal naar binnen vliegt.”

Het researchproject, dat nog tot eind september doorloopt, gaat nog door in de overige gebieden. Pothast gaat vervolgens samen met Boris Hogema van BOI met de data aan de slag. Hij is ook bezig een AI-model te ontwikkelen dat beter kan voorspellen waar en wanneer er gescreend moet worden bij donors, zowel bij verblijf in gebieden in Nederland als in Europa. En dat kan helpen bij het nemen van beslissingen wanneer je moet beginnen met screenen, hoe lang je dat moet blijven doen, en wanneer je het los kan laten.