“Kinderen kunnen zó opknappen na een transfusie”
Kinderoncoloog Lieve Tytgat ziet dagelijks het belang van donorbloed voor kinderen met kanker.
In het Prinses Máxima Centrum ziet kinderoncoloog Lieve Tytgat dagelijks hoe belangrijk transfusiebloed is voor de behandeling van kinderen met kanker. “Sommige kinderen komen binnen met ernstige bloedarmoede of ze hebben tijdens de chemotherapie tijdelijk te weinig bloedcellen of bloedplaatjes. Een transfusie kan dan het verschil maken: kinderen knappen zichtbaar op en kunnen hun behandeling beter aan.”
In de gangen van het Prinses Máxima Centrum zie je regelmatig een kind op een driewieler voorbijkomen. Aan de achterkant van het fietsje is een infuuspaal bevestigd. Op het zadel een patiëntje dat heen en weer fietst. “Dat is precies hoe we de kinderen willen zien, en niet bleek en futloos in bed”, zegt kinderoncoloog Lieve Tytgat. Het beeld van een fietsend kindje laat voor haar precies zien wat donorbloed kan betekenen: “Kinderen kunnen zó opknappen na een transfusie.”
Belangrijk element
Kinderkanker is zeldzaam, maar in het Prinses Máxima Centrum behandelen Lieve en haar collega’s kinderen voor bijna 50 vormen van kanker: van leukemie en lymfeklierkanker tot hersentumoren en solide tumoren. Iedere ziekte vraagt om een andere aanpak, maar één element komt steeds terug: zonder bloedproducten is veel zorg niet mogelijk. “Bij sommige kinderen is de bloedaanmaak al verstoord door de ziekte zelf,” legt Lieve uit. “Bij anderen raakt die verstoord door de behandeling, zoals chemotherapie. Chemotherapie is heel effectief bij kinderen, maar helaas remt het naast de tumor ook de aanmaak van rode bloedcellen en bloedplaatjes. Als hun lichaam dat niet voldoende kan bijhouden, hebben we transfusies nodig om kinderen überhaupt verder te kunnen behandelen.” Er zijn ook kinderen die door de therapie een tekort aan bloedplaatjes hebben, waardoor ze blauwe plekken en bloedingen krijgen. Verder is er bij operaties om tumoren weg te halen regelmatig donorbloed nodig vanwege bloedverlies.
“Na een transfusie zie je die kleintjes al snel weer levendig worden”
Eén donor
Gelukkig heeft Lieve nog nooit meegemaakt dat er geen passend bloed beschikbaar was voor een van haar patiëntjes. “De bloedvoorziening is in Nederland heel goed geregeld, dat is een geoliede machine. Ik herinner me wel een kind dat een zéér zeldzame bloedgroep had, waarvoor maar één donor bekend was die in Maastricht woonde. Die heeft toen heel veel voor haar gedoneerd, echt bijzonder.”
Bewegingsvrijheid
Bij bloedtransfusies aan kinderen gaat het om maatwerk. Artsen kijken niet alleen naar de richtlijnen voor wanneer te doneren bij welke lage Hb-waarden, maar vooral naar hoe een kind zich voelt. Lieve: “Soms wachten we bewust nog even, als we zien dat het lichaam zelf herstelt. Want een transfusie brengt het risico op een allergische reactie met zich mee. Maar als een kind letterlijk niet meer op de been kan blijven, dan grijpen we in.”
“Ik weet hoe betrokken donors zijn. Ook daarom voel ik zoveel waardering voor ze”
Dat ingrijpen met donorbloed is vaak meteen merkbaar. Lieve: “Na een transfusie zie je die kleintjes al snel weer levendig worden. Dan hebben ze weer energie en willen ze bewegen.” Om dat mogelijk te maken, zijn in het ziekenhuis speciale kinderfietsjes ontwikkeld, waar een infuuspaal voor de medicatie aan vastzit. Zo hoeven kinderen niet stil te blijven liggen terwijl ze afhankelijk zijn van een infuus. “Vroeger liepen ouders rennend met de infuuspaal in de hand achter hun kind aan,” herinnert Lieve zich. “Nu kunnen kinderen zelf rondrijden. Dat geeft vrijheid, en het helpt bij hun herstel.”
Dagelijks donorbloed
In het Prinses Máxima Centrum worden dagelijks transfusies gegeven. Lieve: “Voor ons is het routine, maar het blijft bijzonder om te beseffen dat al die producten afkomstig zijn van mensen die vrijwillig bloed doneren.” Ze weet ook hoe het aan de donatiekant voelt: Lieve was zelf jarenlang bloeddonor, tot aan de zwangerschap van haar eerste kind. “Bovendien heb ik in mijn studententijd als bijbaan bloed afgenomen op verschillende Sanquin-locaties. Ik weet hoe betrokken donors zijn. Ook daarom voel ik zoveel waardering voor ze.”
Zonder die bereidheid van donors zou de zorg er heel anders uitzien, benadrukt ze. “We zien de overleving van kinderen met kanker stijgen van 75% naar 80%. Donors leveren daar een cruciale bijdrage aan. Donorbloed is essentieel om kinderen te helpen opknappen. Zodat ze om te beginnen weer een rondje kunnen fietsen door de gangen.”



