Terug naar overzicht

Hoe werkt een stamceltransplantatie?

Jaarlijks ontvangen diverse ziekenhuizen in Nederland vele patiënten met (een verdenking op) leukemie. Een snelle diagnose en behandeling zijn dan van levensbelang. Voor patiënten in het AMC en het VU Medisch Centrum speelt Sanquin niet alleen bij de diagnose, maar ook bij het bepalen van de prognose, de behandelkeuze en de eventuele stamceltransplantatie een rol.

Stellen van de juiste diagnose

Als mensen met een verdenking op acute leukemie binnenkomen bij bijvoorbeeld het AMC in Amsterdam, dan wordt op basis van bloedonderzoek en een beenmergpunctie de diagnose gesteld. De vorm van de witte bloedcellen en de eiwitten op het celoppervlak vertellen al vrij nauwkeurig om wat voor soort leukemie het gaat. Een deel van het beenmerg gaat direct door naar Sanquin voor verder onderzoek.

Onderzoek naar de risico’s van leukemie

Uit het onderzoek naar het beenmerg van de patiënt wordt duidelijk wat de ‘risicostratificatie’ is. Die bepaalt welke prognose en behandeling de patiënt zal krijgen, en wat de kans is op terugkeer van leukemie. Daarna wordt de behandeling gestart. Over het algemeen begint een behandeling van leukemie met hoge doses chemotherapie. Op basis van de eerder bepaalde risicostratificaties wordt het verdere verloop van de behandeling bepaald. Is de kans op genezing met chemotherapie groot, dan wordt de behandeling op dezelfde manier voortgezet. Blijkt iemand echter een agressieve vorm van leukemie te hebben die niet alleen met chemotherapie is te behandelen, dan komt de mogelijkheid van een stamceltransplantatie ter sprake.

Zoeken naar een geschikte stamceldonor

Om te bepalen of een stamceltransplantie kans van slagen heeft of niet, wordt het bloed van elke patiënt met acute leukemie getypeerd op HLA-kenmerken. Deze kenmerken bepalen in belangrijke mate of er een afstotingsreactie plaatsvindt na een stamceltransplantatie en helpen bij de zoektocht naar een geschikte donor. Eerst wordt onderzocht of de patiënt familieleden heeft die een goede match zouden vormen. De kans op afstoting is namelijk kleiner als een donor uit de familie komt. Is er echter geen geschikte donor binnen de familie, dan wordt de speciale databank Europdonor ingeschakeld om wereldwijd op zoek te gaan naar potentiële donors. Als Europdonor een juiste donor vindt, controleert Sanquin het bloed nogmaals goed op de HLA-kenmerken. Zo weten we zeker of de match optimaal is.

Stamcellen uit navelstrengbloed

Helaas is er soms geen goede match te maken op HLA-kenmerken, terwijl de patiënt toch dringend een stamceltransplantatie moet ondergaan. In dat geval wordt gebruik gemaakt van navelstrengbloed. De stamcellen uit dit bloed zijn ‘naïever’ en daardoor makkelijker te matchen, maar hebben als nadeel dat de navelstreng relatief weinig stamcellen bevat. Daarom gebruiken we in dit geval vrijwel altijd twee verschillende navelstrengbloeddonaties. Op deze manier draagt Sanquin bij aan de behandeling van leukemiepatiënten en door middel van onderzoek proberen we onze bijdrage steeds effectiever en efficiënter te maken, zodat zoveel mogelijk patiënten geholpen worden.

Junior Lardy, hoofd afdeling HLA diagnostiek

Terug naar overzicht