Bloedtransfusie: informatie voor patiëntjes (8-12 jaar)

Wat is een bloedtransfusie?

Bij een bloedtransfusie krijg je extra bloed uit een zakje in je lichaam. Dat gebeurt met een ‘infuus’. Een infuus bestaat uit een naald met daarin een heel klein plastic buisje. De naald wordt in je arm geprikt. Bijvoorbeeld in je hand, je elleboog of je onderarm. Het plastic buisje komt dan in een ader (dat is een buisje in je lichaam waar je bloed doorheen stroomt). De zak bloed wordt aan het infuus vastgemaakt, en zo kan het extra bloed via het buisje jouw lichaam instromen.

Wat zit er in een bloedtransfusie?

Bloed bestaat uit verschillende deeltjes: rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes. Deze deeltjes zwemmen allemaal rond in een soort soep die we ‘bloedplasma’ noemen. Als je een bloedtransfusie krijgt, zit in het zakje bloed maar één van die deeltjes. Dat is het deeltje dat jij nodig hebt.

Waar komt het bloed van de transfusie vandaan?

Het bloed dat jij krijgt, komt van een ‘donor’. Dit is een gezonde volwassen man of vrouw die een beetje van zijn/haar eigen bloed heeft gegeven om zieke mensen te kunnen helpen. Als iemand bloed geeft, mag dat alleen maar als hij of zij heel gezond is.

Bloed op maat

Het is belangrijk dat je bloed krijgt dat bij jou past. Op de bloedcellen zitten verschillende ‘stickertjes’. Die stickertjes noemen de artsen ‘ABO en Rhesus bloedgroep’. Niet iedereen heeft dezelfde stickertjes op zijn bloedcellen. Je moet dan ook geen bloed krijgen van iemand met andere stickertjes. Want dan gaat je lichaam deze bloedcellen met andere stickertjes afbreken. Hierdoor krijg je dus geen extra bloed, wat natuurlijk niet de bedoeling is! Daarom neemt de arts voor de transfusie een beetje bloed bij jou af en kijkt hij hoe jouw stickertjes (je ABO en Rhesus bloedgroep) eruit zien. Vlak voordat je een bloedtransfusie krijgt, controleert de verpleegkundige nog een keer goed of het bloed inderdaad voor jou geschikt is.

Meer weten?

Laatst bewerkt op: 3 november 2015