Nieuwe behoeften vragen om nieuwe voorzieningen

Medische vragen Omniplasma

Ik heb een vraag over het gebruik van Omniplasma, waar kan ik terecht?

De Unit Transfusie Geneeskunde (UTG) is een onderdeel van de divisie Sanquin Bloedbank en levert medisch advies aan artsen, apothekers, medisch specialisten en klinisch chemici. Artsen van de UTG zijn 24 uur per dag, 7 dagen per week telefonisch te consulteren voor professionals.

Neem contact op met UTG

Ik wil een bijwerking van Omniplasma melden, moet ik dit nu melden aan Octapharma of IGZ?

Hoewel Omniplasma volgens de wet een geneesmiddel is wordt het in de klinische praktijk als transfusieproduct ingezet. Voor transfusieproducten is het systeem van melden aan TRIP van toepassing. Dit systeem is ook van toepassing voor Omniplasma. Er is een overeenkomst tussen TRIP en Sanquin en tussen TRIP en Lareb om ervoor te zorgen dat meldingen van mogelijke bijwerkingen bij de juiste instanties terechtkomen en zonodig gemeld worden aan de autoriteiten. Naast TRIP mag u natuurlijk ook altijd melden aan Sanquin of Lareb.

Wat zijn de contra-indicaties van Omniplasma?

Deze staan vermeld in de SPC:
• IgA-deficiëntie met gedocumenteerde antistoffen tegen IgA.
• Overgevoeligheid voor het actieve bestanddeel, voor een van de hulpstoffen of residuen uit het fabricatieproces
• Ernstig proteïne S- tekort
In een aantal van deze situaties kan uitgeweken worden naar Q-plasma. In geval van  IgA-deficiëntie heeft Sanquin speciaal plasma beschikbaar van IgA-deficiënte donors.

Waarom is ernstig proteïne S tekort een contra-indicatie?

Proteïne S is, net als de plasmineremmer alpha2-antiplasmine, labiel voor de SD-chemicaliën die gebruikt worden. De SD-behandeling heeft dus effect op de concentratie van deze eiwitten. Door aanpassing van de duur van de SD-behandeling in het productieproces van Omniplasma zijn de waardes van deze twee eiwitten overigens aanzienlijk verbeterd ten opzichte van Octaplas in het verleden.

Kan bij de aferese van een TTP-patiënt gebruik gemaakt worden van Omniplasma?

Omniplasma kan worden gebruikt bij de behandeling van TTP. De indicatie is opgenomen in de SPC. Daarnaast is er literatuur over de samenstelling van het product specifiek voor ADAMTS13 concentratie en activiteit alsmede factor H voor de behandeling van atypische HUS.

Edel et al. Efficacy and Safety Profile of Solvent/Detergent Plasma in the Treatment of Acute Thrombotic Thrombocytopenic Purpura: A Single-Center Experience.  Transfus Med Hemother 2010;37:13–19 

Heger et al. Normal levels of ADAMTS13 and factor H are present in the pharmaceutically licensed plasma for transfusion (Octaplas®) and in the universally applicable plasma (Uniplas) in development. Vox Sanguinis
(2007) 92, 206–212

In hoeverre dient rekening gehouden te worden met het volumeverschil tussen Q-plasma en Omniplasma?

Een eenheid Omniplasma bevat 200 ml en Q-plasma bevat 310 ml. De ervaring in Finland leert dat in aantal eenheden een toename van 15% werd gezien. Dat zou betekenen dat veelal de eenheid in aantal volstaat. Daar waar dosering per ml aan de orde is, zoals bijvoorbeeld bij TTP, zullen meer eenheden nodig zijn.

Wat zijn de voordelen van een gepoold product?

Door het poolen wordt een product verkregen met een gestandaardiseerde samenstelling, dit maakt het klinisch effect beter voorspelbaar. Daarnaast zijn er ook voordelen ten aanzien van transfusiereacties:
TRALI: door het poolen van zowel mannelijk als vrouwelijk plasma worden eventuele HLA- en HNA-antistoffen verdund en/of geneutraliseerd. Uit hemovigilantie-databases uit andere landen worden geen TRALI’s gemeld bij gebruik van Octaplas.
Allergische reacties: ook allergenen worden in de pool verdund. Op basis van de Oostenrijkse hemovigilantie-database wordt een reductie van 15,6% gezien in allergische reacties. Let wel, reacties ten gevolge van anti-IgA kunnen ook bij dit product plaatsvinden, hiervoor dient dan gebruik gemaakt te worden van IgA- deficiënt Q-plasma.

Laatst bewerkt op: 10 december 2015