Het waarborgen van de koude keten voor erytrocytenproducten bij Sanquin en in ziekenhuizen

Sanquin krijgt regelmatig vragen over de bewaking van de koude keten voor erytrocyten tijdens opslag en transport door Sanquin en na uitgifte in ziekenhuizen.
Hieronder willen we enkele recent ontvangen vragen beantwoorden.

door: dr. Dirk de Korte en dr. Petra van Krimpen

Vraag:
Waarom zitten er wel loggers in de boxen van het gekoelde buizentransport (Diagnostiek Sanquin) en niet in de boxen van het gekoelde bloedproducttransport van Sanquin (Bloedbank)?

Antwoord:
Voor beide vormen van transport worden gevalideerde transportboxen gebruikt, die de temperatuur handhaven binnen de gewenste temperatuurrange onder zeer koude en onder zeer warme omstandigheden. Op basis van deze validaties is tijdens het transport geen registratie van de temperatuur nodig, mits de boxen gesloten blijven. De reden dat er bij de boxen voor buizentransport wel loggers worden gebruikt is omdat deze boxen regelmatig worden geopend tijdens de ronde die de bodes langs de ziekenhuizen maken. Bij aankomst op Sanquin wordt daarom gecontroleerd aan de hand van de gelogde data of de temperatuur binnen specificaties is gebleven. De boxen met bloedproducten die door Sanquin Bloedbank worden verzonden worden slechts eenmalig, op de bestemming, geopend en hebben daarom geen logger nodig voor de bewaking van de temperatuur tijdens het vervoer.

Vraag:
De Vlaamse bloedvoorziening plakt op elke eenheid erytrocyten een temperatuurindicator. Waarom doet Sanquin dat niet?

Antwoord:
Tijdens opslag en transport van eenheden erytrocyten door Sanquin Bloedbank wordt het handhaven van de koude keten bewaakt door batchgewijs te waarborgen dat de temperatuur binnen de gewenste specificaties blijft. De temperatuur in de opslagruimtes voor erytrocyten wordt voortdurend gemonitord met een systeem voorzien van alarmering en de transporten worden met gevalideerde methodes uitgevoerd. Om die reden is het niet nodig om individuele eenheden van een temperatuurindicator te voorzien. Hierbij geldt tevens dat een temperatuurindicator op de buitenkant van de zak nog geen betrouwbare informatie geeft over de inhoud van de zak (zie volgende vraag) en dat bij de toepassing van dergelijke indicatoren het gaat over het vastleggen van de de temperatuurgeschiedenis na uitgifte van de eenheid in het ziekenhuis. Daarbij zijn we niet geïnteresseerd in cumulatieve blootstelling aan hogere temperaturen gedurende korte perioden (waardoor de indicator uiteindelijk ook kan omslaan), maar in de vraag of de eenheid na uitgifte opgewarmd is geweest tot een temperatuur boven de 10°C.

Vraag:
Hoe weet ik dat de koelboxen gedurende het transport gesloten zijn gebleven?

Antwoord:
Sanquin vervoert de boxen in speciale transportauto’s. Het vervoer wordt gedaan door speciaal opgeleide chauffeurs die weten hoe belangrijk de gesloten koude keten is. De chauffeur sluit altijd de auto af als hij de auto verlaat. Op dit moment onderzoeken wij de mogelijkheid om de boxen per stuk te verzegelen zodat het voor de ontvanger aantoonbaar en zichtbaar is dat de box gesloten is gebleven.
Medio september starten wij met een pilot bij enkele ziekenhuizen om de werkwijze uit te proberen. Zodra hier meer over bekend is zullen wij de gebruikers informeren.

Vraag:
Wij willen de temperatuur van de eenheden monitoren in het ziekenhuis, wanneer ze uitgegeven zijn door het klinisch chemisch lab. We gebruiken op dit moment een temperatuurindicator die we op het etiket van de eenheid plakken. De resultaten zijn tot op heden niet heel goed. Kan Sanquin ons hierover adviseren?

Antwoord:
In de Nieuwsbrief voor Laboratoria nr. 12, oktober 2012 is al een keer aandacht besteed aan het bewaren van erytrocytenconcentraat buiten de koelkast. Alleen als het mogelijk moet zijn het concentraat weer in de ziekenhuisvoorraad terug te nemen is het noodzakelijk maatregelen te nemen om de temperatuur te waarborgen. In het genoemde artikel werd aangegeven dat bij het gebruik van temperatuurindicatoren die op het etiket van de zak geplakt worden het nodig is om aanvullende maatregelen te treffen, om te voorkomen dat de omgevingstemperatuur de metingen teveel beïnvloeden. Hiervoor kan een gesloten (koel)box zonder koelelementen (voor meerdere eenheden) of een luchtkussenenvelop (per eenheid) worden gebruikt. Als eenheden binnen het ziekenhuis na uitgifte mogelijk langere tijd buiten de koelkast zullen zijn wordt aangeraden om soortgelijke transportboxen als door Sanquin gebruikt worden toe te passen, waarbij een passieve koeling (koelelementen) zorgt voor het handhaven van de temperatuur tussen 2 en 6°C.

Laatst bewerkt op: 19 augustus 2013