Veelgestelde vragen

Wanneer je iets niet kunt vinden, kun je middels de zoekfunctionaliteit op zoek gaan naar de antwoorden op je vragen.
  • Ik ben aan het trainen voor de halve marathon. Kan ik in deze periode bloed geven?

    Ja, dat is wel mogelijk, zolang je rekening houdt met het volgende:

    Na een donatie heeft je lichaam tijd nodig om te herstellen. Sporten gedurende de eerste 12-24 uur geeft meer kans op duizeligheid of flauwvallen.

    Kort voor een hele of halve marathon doneren is niet verstandig als je optimaal wilt presteren. Dit hangt samen met je Hb. Overleg tijdens de keuring over je plannen. Dan kunnen we bepreken wat je reserve is en hoe lang van tevoren je beter niet kunt doneren.

    Na een grote prestatie als het lopen van een marathon of een wandelvierdaagse is je Hb tijdelijk lager, omdat er bij grote lichamelijke inspanning rode bloedcellen kapot gaan. Wachten met het geven van bloed is dan ook verstandiger.

  • Vegetariërs hebben een lager Hb-gehalte. Hoe gaat bloedbank hiermee om?

    Niet alle vegetariërs of flexitariërs (mensen die af en toe vlees eten) hebben een lager Hb dan gemiddeld. Voor een voldoende hoog Hb is de ijzervoorraad belangrijk. IJzer zit in allerlei voedingsmiddelen. Vrijwel alle gezonde donors kunnen een voldoende grote voorraad hebben. Bij elke donatie bepalen we vooraf het Hb-gehalte en als dit te laag is, nemen we geen bloed af. Een donor hoeft zijn levensstijl dus niet aan te passen.

  • Hoe snel is je plasma weer aangemaakt?

    Plasma bestaat voornamelijk uit water. Het water wordt binnen enkele uren weer aangevuld door drinken en onttrokken aan andere weefsels. De diverse eiwitten, elektrolyten en andere stoffen die in het plasma zitten, worden in enkele uren tot zeven dagen na de donatie weer aangemaakt of aangevuld door opname uit voeding.

  • Waarom mag je wel plasma maar geen bloed geven na een bezoek aan een malariagebied?

    Malariaparasieten zitten een gedeelte van hun levenscyclus in rode bloedcellen. Pas als die cellen massaal ten onder gaan, word je ziek. Een donor die gezond lijkt, kan dus toch via de rode bloedcellen een patiënt besmetten. Daarom mag een donor pas na een halfjaar zonder malariaverschijnselen weer bloed geven. Het is ook belangrijk dat de donor geen ziekteverschijnselen heeft gehad. Plasma bevat nauwelijks rode cellen en ondergaat nog een behandeling. Daardoor is overdracht met plasma niet mogelijk. In verband met andere infectieziekten moet een plasmadonor - net als een vol bloeddonor - na terugkomst uit een land buiten Europa wel 28 dagen wachten met geven.

  • Ik krijg tijdens mijn plasmadonatie soms tintelende vingers. Hoe komt dat?

    Tintelende vingers tijdens de plasmaferese kunnen meerdere oorzaken hebben. Eén daarvan is dat je arm langdurig in dezelfde houding ligt. Als je de arm iets verlegt of de armleuning iets lager of hoger doet, verdwijnen de klachten meestal. Ook kan er sprake zijn van een zogenaamde citraatreactie. Bij plasmaferese wordt het bloed tijdens de scheiding van plasma en cellen onstolbaar gemaakt door een klein beetje citraat toe te voegen. Citraat vangt calcium weg en zonder calcium kan het bloed niet stollen.

    Bij het teruggeven van de cellen aan de donor, komt een klein beetje citraat in de bloedbaan van de donor. Het wordt door de lever snel weer geneutraliseerd. Als dit wat langer duurt, kan het calciumgehalte in het bloed tijdelijk wat dalen. De donor merkt in dat geval een tinteling rond de lippen en in de vingers. De assistente zal dan de teruggave wat langzamer zetten en de donor iets laten drinken met veel calcium, denk aan melk of een opgelost calciumtablet. Dit zal ervoor zorgen dat de klachten verdwijnen.

  • Kun je echt troebel plasma krijgen van vet eten?

    Ja. Vlak na een maaltijd met veel vet kan het plasma er melkachtig uitzien. Dat plasma is niet geschikt om verder te verwerken. Voor plasmadonors betekent dit dat Sanquin de donatie niet gebruikt. Van volbloeddonors gebruikt Sanquin in deze gevallen alleen de rode bloedcellen. Lang niet alle donors krijgen melkachtig plasma na vet eten. Toch raden we je aan de kroketten met friet te laten staan tot na de donatie. Iets eten en voldoende drinken vóór de donatie is natuurlijk wel belangrijk. Is het plasma van een donor elke keer ‘vet’, dan wordt deze donor geadviseerd via de huisarts een bloedonderzoek te laten doen. 

  • Ik zie donors wel eens plasma geven met een elektrisch dekentje om hun arm. Waarom is dat?

    Sommige donors hebben snel last van koude handen. Daardoor kunnen de bloedvaten wat samentrekken en is er minder doorbloeding van de arm. Soms loopt de afnameprocedure daardoor langzaam, waardoor de plasmaferese-machine steeds afslaat. Een elektrisch warmtedekentje kan dan helpen om de doorbloeding van de arm en het volume in de vaten wat beter te maken, waardoor de procedure makkelijker verloopt.

  • Waarom gaat bij mij de bloedafname trager dan bij de meeste anderen?

    Het kan zijn dat je bloedvaten dun zijn. Dat komt door aanleg of als je koude handen hebt. De trage snelheid heeft niets te maken met een slechte bloedsomloop, met dun of dik bloed of met je gezondheid. Als de afname langzaam gaat krijg je een knijpkussentje. Door het knijpen met je hand gebruik je de armspieren als een soort pomp om het bloed sneller rond te pompen. Daardoor wordt de stroomsnelheid groter.

  • Klopt het dat er na donatie littekens ontstaan?

    Bij mensen die heel vaak doneren of al heel lang donor zijn zien we soms dat er littekenweefsel gevormd wordt in de huid in de elleboogplooi. Dit komt door het vele aanprikken. Of en hoeveel dit gebeurt, verschilt per donor. Elke huid is anders. Als het aanprikken lastiger wordt zal de afname-assistente dit opmerken. Als je zelf merkt dat het lastiger gaat, bespreek het dan met de donorarts of de donorassistent(e).

    Sommige mensen vragen zich af of dit kwaad kan als ze zelf ooit een transfusie of infuus nodig hebben. In het algemeen worden infusen op andere plaatsen aangelegd. Als je erg moeilijk te prikken bent, is het zinvol dit eens kritisch te bekijken met een donorarts of de donorassistent(e).

  • Zijn er bij een donatie dingen waar je rekening mee moet houden als het warm is?

    Het is vooral belangrijk om extra water te drinken. Op zomerse dagen kan bloed of plasma geven meer consequenties hebben voor je lichaam, vooral voor de waterhuishouding. De kans op een vochttekort is dan groter dan bij normale temperaturen. Bij vochttekort is de kans op duizeligheid iets groter. Drink daarom zowel voor als na de donatie voldoende water; eventueel bouillon om ook je zoutgehalte op peil te houden. Wie echt veel last heeft van de warmte of normaal al wat duizelig is na de donatie, adviseren we om op een andere dag te doneren. We hopen dat de donors die wel goed tegen de warmte kunnen wel komen. Op warme dagen is er immers ook bloed nodig!

Sanquin.nl cookie-instellingen

Deze website maakt gebruik van cookies, onder andere om de website te analyseren en het gebruiksgemak te vergroten. Sanquin neemt de bescherming van jouw privacy zeer serieus. Daarom verzamelen we op onze site alleen anonieme gegevens, tenzij jij ons toestemming geeft om ook andere gegevens te verzamelen. Geef hieronder jouw persoonlijke voorkeuren aan.

Functioneel

Marketing

Advertentietracking