Veelgestelde vragen

Wanneer je iets niet kunt vinden, kun je middels de zoekfunctionaliteit op zoek gaan naar de antwoorden op je vragen.
  • Hoeveel patiënten kan ik helpen met mijn donatie?

    Van één donatie maken we ongeveer 1.500 doseringen oogdruppels. Dit is voldoende om één patiënt een jaar lang te kunnen behandelen. Met drie donaties per jaar helpt de donor dus drie patiënten een jaar lang!

  • Wat is serum?

    Serum is de vloeistof die overblijft als bloed stolt. Serum bevat diverse eiwitten, waaronder groeifactoren. Qua samenstelling lijkt serum erg op traanvocht. De groeifactoren in het serum, kunnen wondjes op het hoornvlies herstellen en blijvende schade voorkomen.

  • Beïnvloedt bloed geven de bloeddruk?

    Wanneer je bloed hebt gegeven, daalt de bloeddruk een heel klein beetje, maar deze stijgt later weer en stabiliseert snel. Bloed geven is dus geen behandeling tegen een te hoge bloeddruk.

  • Op de keuring bleek dat mijn bloeddruk aan de hoge kant was, maar ik merk er niets van. Hoe zit dat?

    Soms kan een hoge bloeddruk klachten geven bij het bereiken van heel hoge waarden. Een normale waarde is lager of gelijk aan 140/90 mm Hg. Meestal merk je niets van een hoge waarde. Mensen met een langdurig hoge bloeddruk hebben een vergrote kans op ziekten van hart- en bloedvaten. Je huisarts kan dit voor jou het beste beoordelen en eventueel behandeling adviseren. De meeste medicijnen voor de bloeddruk zijn geen bezwaar voor het geven van bloed of plasma.

  • Heb ik na een bloedtransfusie twee soorten DNA in mijn lichaam?

    Dat is nauwelijks het geval. In de eerste plaats hebben rode bloedcellen geen kern en dus geen DNA. In de tweede plaats hebben rode bloedcellen een beperkte levensduur van enkele maanden. Een bloedtransfusie overbrugt dus een periode van bloedarmoede, maar daarna is het lichaam weer aangewezen op de eigen productie van rode bloedcellen. Van de toegediende cellen is dan niets meer over. 

  • Heb ik na een beenmergtransplantatie twee soorten DNA in mijn lichaam?

    Ja. De donor is met zorg gekozen en zal met betrekking tot de zogenaamde ‘weefseltypering’ (HLA, kenmerken van witte bloedcellen) zo veel mogelijk lijken op de ontvanger, maar het DNA van de donor zal niet identiek zijn aan het DNA van de ontvanger. Er zijn, als alles goed gaat, na de transplantatie dus twee verschillende ‘DNA-profielen’ te onderscheiden. Het is zelfs mogelijk dat de ontvanger wisselt van bloedgroep. 

  • Ik ben flauwgevallen, hoe kan ik dit voorkomen?

    Bij ongeveer één op de duizend volbloeddonaties treedt een zogenaamde vasovagale reactie op die kan leiden tot een flauwte, een kortdurend bewustzijnsverlies door lage bloeddruk en een langzame pols. In liggende houding, liefst met de benen wat hoger, herstel je in de regel snel.

    Zo’n flauwte wordt deels veroorzaakt door het verlies van 500 ml bloed. Daarnaast is het een combinatie van vochtverlies, spanning en de prikkeling van de vaatwand door de naald die deze (reflex)reactie in gang zet. Het is vergelijkbaar met het snel van houding veranderen, van liggen naar staan. Om dit te voorkomen, kun je de volgende maatregelen treffen:

    - fit zijn als je bloed komt geven 
    - voor de donatie voldoende eten en drinken
    - tijdens en na de donatie extra water en zout nemen
    - (half)liggend bloed geven
    - voor afleiding zorgen
    - niet te snel opstaan na donatie
    - een spierspanningstechniek toepassen (van het onderlichaam)
    - na afloop minstens tien minuten aan de koffietafel iets blijven drinken.

  • Ik heb een blauwe plek gekregen na het prikken, is dat normaal?

    Dit komt niet vaak voor, maar het is niet altijd te voorkomen. Het wordt veroorzaakt door het onderhuids lopen van wat bloed uit de ader na het aanprikken of bij het verwijderen van de naald. Ook als er vervelend genoeg mis geprikt wordt of als de stuwband of manchet te strak zit, kan er een bloeduitstorting ontstaan. Je lichaam zorgt ervoor dat dit bloed wordt opgeruimd. Om dit zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken, dient de donor het bloedvat na de afname op de prikplaats dicht te drukken tot het bloeden is gestopt. De donor krijgt hiervoor een drukverbandje. Het advies is dit twee uur te laten zitten en de arm te ontzien.

  • Klopt het dat er littekens ontstaan na het geven van bloed en is dat geen probleem als je later zelf een infuus nodig mocht hebben?

    Bij mensen die heel vaak doneren of al heel lang donor zijn, zien we soms dat er door het vele aanprikken littekenweefsel gevormd wordt in de huid in de elleboogplooi. Het verschilt per donor of en hoeveel dit gebeurt, want elke huid is nu eenmaal anders. Als het aanprikken lastiger wordt, zal de afname-assistente dit opmerken. Als je zelf merkt dat het lastiger gaat, bespreek het dan met de donorarts of de donorassistent(e). 


    Sommige mensen vragen zich af of dit kwaad kan als ze zelf ooit een transfusie of infuus nodig hebben. In het algemeen worden infusen op andere plaatsen aangelegd. Als je erg moeilijk te prikken bent, is het zinvol dit eens kritisch te bekijken met een donorassistent(e) of een donorarts.
     

  • Waarom wordt mijn bloed niet op cholesterol getest?

    Je cholesterolwaarde heeft geen invloed heeft op de kwaliteit en de veiligheid van het bloed. Met een verhoogde cholesterolwaarde mag je bloed geven, tenzij je een aandoening hebt aan je hart of bloedvaten. Een verhoogde cholesterolwaarde kan wel nadelig zijn voor je gezondheid. Informeer bij je huisarts als je vragen hebt over je cholesterol. Omdat je huisarts je meestal goed kent, kan hij inschatten of een cholesterolbepaling voor jou noodzakelijk is.

Sanquin.nl cookie-instellingen

Deze website maakt gebruik van cookies, onder andere om de website te analyseren en het gebruiksgemak te vergroten. Sanquin neemt de bescherming van jouw privacy zeer serieus. Daarom verzamelen we op onze site alleen anonieme gegevens, tenzij jij ons toestemming geeft om ook andere gegevens te verzamelen. Geef hieronder jouw persoonlijke voorkeuren aan.

Functioneel

Marketing

Advertentietracking