Veelgestelde vragen

Zoek hier ook op trefwoord voor meer informatie over een onderwerp, medicijn of ziekte.
  • Wat is het zuurstofgehalte in je bloed en wat is normaal?

    Gezonde mensen hebben een zuurstofgehalte van 95% tot 100%.

    Bloed neemt het zuurstof uit de longen op en zorgt er - via je aders - voor dat het in alle uithoeken van je lichaam terecht komt. Zodat jij alles kunt doen wat je wilt: sporten, dansen, praten, noem maar op. De lengte van al je aders is 100.000 kilometer, dat is 2,5 keer de wereld rond! Het zuurstofgehalte geeft aan hoeveel procent van hemoglobine (ijzer) in je rode bloedcellen zuurstof aan zich gebonden heeft. Door dit te meten kun je inschatten of je ademhaling en bloedsomloop effectief zijn. Dus of je longen genoeg zuurstof uit de lucht opnemen en of er voldoende zuurstof in je bloed terechtkomt.

    Als je hersenen te weinig zuurstof krijgen, val je flauw.

  • Hoeveel bloedgroepen zijn er?

    Er zijn meer dan driehonderd verschillende bloedgroepen. Meestal gaat het bij de bloedbank om de bloedgroepen van het ABO-systeem en om het rhesus (D)-kenmerk of de rhesus-factor (+ of -).

    Er zijn op basis hiervan acht bloedgroepen, namelijk A+, A-, B+, B-, O+, O- AB+ en AB-

  • Wat houdt een bloedgroep eigenlijk in?

    Het woord bloedgroep betekent letterlijk dat een bepaald erytrocytenantigeen - een molecuul op de buitenkant van de rode bloedcel - slechts bij een bepaalde groep mensen voorkomt. Daardoor kunnen mensen na een transfusie met bloed van een ander individu antistoffen maken tegen bloedgroepantigenen die op het donorbloed aanwezig zijn, maar op het eigen bloed ontbreken. In het ergste geval reageren die antistoffen met de antigenen zodanig dat de rode cellen worden afgebroken (hemolyse), met alle gevolgen van dien voor de patiënt. Daarom moeten de rode bloedcellen van de donor en de ontvanger zo goed mogelijk bij elkaar passen.

  • Hoeveel liter bloed heeft een mens?

    De hoeveelheid bloed in het menselijk lichaam is 7% en dit bestaat weer voor 86% uit water.

    Gemiddeld heeft een vrouw 4,5 liter bloed en een man 5,6 liter. Bij iedere bloeddonatie geef je 500 ml bloed. Je lichaam kan dit goed missen, maar heeft wel weer tijd nodig om te herstellen.

    Tussen twee bloeddonaties moet daarom minimaal 56 dagen (8 weken) zitten voor mannen; voor vrouwen is dat 122 dagen (4 maanden). De hersteltijd na een bloeddonatie is voor vrouwen namelijk langer.

     

  • Wie ontdekte de bloedgroepen?

    Dr. Karl Landsteiner

    Hij beschreef als eerste in 1900 het ABO-systeem. Het is het belangrijkste bloedgroepensysteem bij bloedtransfusies. Hij kreeg hiervoor in 1930 de Nobelprijs.
    Naast het ABO-systeem bestaan bijvoorbeeld het Rhesus-bloedgroepsysteem, het Kell-Bloedgroepsysteem en het Duffy-Bloedgroepsysteem.
     

  • Waaruit bestaat mijn bloed?

    Je bloed bestaat voor ongeveer de helft uit plasma. Plasma bestaat voornamelijk uit vocht en eiwitten.
    De andere helft bestaat uit bloedcellen (rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes).

  • Waarom is het goed om water te drinken voordat je bloed geeft?

    Door water te drinken rekt de maagwand uit. Dit geeft een signaal aan het zenuwstelsel. Hierdoor blijft de bloeddruk beter op peil. Daardoor voorkom je flauwvallen. Ook een liggende houding bij de afname zorgt voor een stabiele bloeddruk.

  • Hoe vaak mag ik bloed geven?

    Mannen mogen maximaal vijf keer per jaar bloed geven, vrouwen drie keer per jaar. Het is afhankelijk van je bloedgroep hoe vaak je wordt opgeroepen.

    De bloedgroep 0-negatief wordt relatief veel gebruikt in de ziekenhuizen. Bloed met deze bloedgroep kan namelijk in noodgevallen aan iedere patiënt gegeven worden. Bloeddonors met deze bloedgroep worden daarom soms extra vaak opgeroepen voor een donatie.

    Het liefst geven wij patiënten bloed van hun eigen bloedgroep. Dus een patiënt met bloedgroep AB-positief geven we bloed van een AB-positieve bloeddonor. Daarom heeft de bloedbank alle bloedgroepen hard nodig.

  • Aan welke bloedgroep is de grootste behoefte?

    Het liefst geven wij patiënten bloed van hun eigen bloedgroep. Dat is het meest passend. Dus een patiënt met bloedgroep AB-positief geven we bloed van een AB-positieve donor. Daarom heeft de bloedbank alle bloedgroepen hard nodig.

    De bloedgroep O-negatief wordt relatief veel gebruikt in de ziekenhuizen doordat bijna iedereen dit bloed kan ontvangen. Als er bijvoorbeeld bij een ongeval of een grote operatie in het ziekenhuis plotseling veel bloed nodig is, dan komt bloedgroep O-negatief altijd van pas. Ook als er een tekort is aan bloed van een andere bloedgroep, kan O-negatief als vervanger optreden. Om deze redenen is er altijd een ruime voorraad O-negatief bloed nodig en zal de bloedbank soms donors met deze bloedgroep extra vaak oproepen voor een donatie.

  • Welke bloedgroepen komen het meeste voor?

    Binnen de Nederlandse bevolking zien we vooral de bloedgroepen O (47%) en A (42%). De bloedgroepen die beduidend minder voorkomen zijn B (8%) en AB (3%). Daarnaast is 84% rhesus (D)-positief en 16% rhesus (D)-negatief. Veel donors en patiënten zijn dus A+ of O+, terwijl B- en AB- juist weinig voorkomen.

Sanquin.nl cookie-instellingen

Deze website maakt gebruik van cookies, onder andere om de website te analyseren en het gebruiksgemak te vergroten. Sanquin neemt de bescherming van jouw privacy zeer serieus. Daarom verzamelen we op onze site alleen anonieme gegevens, tenzij jij ons toestemming geeft om ook andere gegevens te verzamelen. Geef hieronder jouw persoonlijke voorkeuren aan.

Functioneel

Marketing

Advertentietracking