Nieuwsbericht

Werken als donorassistente in coronatijd

De bloedafname is een vitaal zorgproces, het is superbelangrijk dat dit kan blijven doorgaan om levens te redden. Onze donorassistenten zetten met z’n allen de schouders eronder: afstand houden, mondkapjes op, extra vaak handen wassen en wéér een nieuw protocol lezen. Anke en Thea doen hun verhaal.

zoom_out_map

Anke Klijn is gewend om op haar afnamelocatie in het UMC Groningen uitgebreid te praten met donors. Tijdens het aanprikken stelt ze hen met wat vragen op hun gemak. Maar nu prikt ze aan in stilte en vraagt ze de donor ook niks tegen haar te zeggen. “Ik kondig het van tevoren aan. Dan zeg ik: ‘Ik kom nu dicht bij u, wilt u daarom de andere kant opkijken?’ Dat voelt zó onnatuurlijk, zo níet hoe ik wil omgaan met mensen. Donors vinden het ook lastig, ze blijven automatisch contact met je zoeken tijdens het aanprikken. 9 van de 10 donors die nu komen vragen ook: ‘Wordt mijn bloed onderzocht op corona?’ Dan moet ik steeds opnieuw uitleggen dat we geen individuele tests doen.”

Angst

“Aan het begin van de coronacrisis was er wel paniek onder de collega’s”, zegt Thea Verhoogt-de Jong, medewerker componentenafname in Haarlem en Purmerend. “We vroegen ons af of wij gevaar liepen op het werk en wilden graag mondkapjes krijgen. Die kwamen pas een paar weken later, maar ik moet zeggen dat het voor mij een beetje schijnveiligheid is. Ze zijn trouwens ook heel benauwend. Ik kan er niet goed mee ademhalen en krijg er hoofdpijn van. Maar ik blijf ze natuurlijk wel dragen. Ik wil vooral mijn kinderen beschermen, het is mijn grootste angst dat zij ziek worden. Mijn man werkt ook in de zorg.”

Die angst heeft Anke ook. “Ik ben me er scherp van bewust dat ik op mijn werk bloot sta aan risico’s. Ik ben een alleenstaande moeder van twee pubers, ik knuffel niet meer met ze omdat ik bang ben hen te besmetten. Mijn dochter heeft twee jaar terug op de IC gelegen met een dubbele longontsteking. Ik wil ook niemand bij ons thuis ontvangen en ga er zelf zo weinig mogelijk op uit. Een bezoek aan de supermarkt voelt al als een survivaltocht.”

Handcrème

Thea heeft overal in huis handcrème staan, vanwege de extreem droge handen die ze krijgt van het vele wassen; Anke slaapt met handschoentjes aan over haar ingevette handen. “De vellen hangen erbij na een paar dagen werken”, zegt ze. “Na élke handeling moeten we onze handen wassen en desinfecteren. Daar valt niet tegen op te smeren. En handschoenen op het werk dragen is lastig, want dan kun je niet goed aanprikken.”

Dan zijn er nog de immer veranderende protocollen. Anke: “Iedere dag verandert er iets in de instructies; de ene keer moet er een buisje extra worden afgenomen, de andere keer moet een bepaalde handeling worden aangepast. Ik kom vaak een half uur eerder op het werk om de gewijzigde SOP’s door te nemen.”

Teamspirit

De opkomst van donors is heel hoog, na alle extra aandacht voor Sanquin in de media. Tegelijkertijd is de planning van medewerkers een enorme klus doordat er veel meer ziekteverzuim is. Thea is naast donorassistent ook planner voor het cluster Hoorn. “Op de locatie Purmerend was op een gegeven moment 33 procent van het team ziek en we moesten ook nog twee nieuwe collega’s inwerken. Toen zaten we echt met de handen in het haar. We lossen het steeds op door veel te schuiven met roosters en mensen te vragen extra uren te werken. Vrijwel iedereen is daartoe bereid, dan merk je weer wat een fijn team wij hebben.”

De teamspirit is heel belangrijk, vindt ook Anke. “Het is enorm druk, we hebben heel veel nieuwe aanmeldingen. Onze vrijwilligers – vrijwel allemaal 65+ – zijn naar huis gestuurd, dus we moeten het koffie- en theeschenken er nu ook bij doen. Maar we kunnen ons hart goed luchten bij elkaar. Als er iemand even doorheen zit, vangen we die samen op.”

Coronaplasma

Thea neemt in Haarlem ook plasma af van ex-coronapatiënten, voor de behandeling van patiënten in het ziekenhuis. “In het begin vroegen we ons af of dat een extra risico voor ons was. Maar onze teamleidster heeft uitgelegd dat deze donors al 14 dagen genezen zijn en niemand kunnen besmetten. Het zijn vaak mensen die voor het eerst komen doneren, dus we geven ze extra aandacht en leggen alles precies uit. Ik ben heel nieuwsgierig naar hoeveel klachten ze hebben gehad toen ze ziek waren, daar vraag ik altijd naar.”

Petje af terug

Anke: “We krijgen veel complimenten van donors dat we dit werk doen, laatst begon er iemand zelfs voor me te klappen. Ik zeg dan steeds: ‘Petje af terug voor jullie, dat jullie blijven komen.’ Want donors hebben de keuze om thuis te blijven, maar vinden het blijkbaar ook belangrijk dat de bloedafname doorgaat.”

Vermoeidheid

Het zijn behoorlijk lange, zware werkdagen, merken Anke en Thea allebei: de werkdruk, de extra hygiënische handelingen, de aangepaste roosters, de continu veranderende procedures. “De vermoeidheid begint toe te slaan”, zegt Anke. Thea: “Toen ik hoorde dat de groepsimmuniteit nog maar op 3 procent zit, zonk de moed me wel in de schoenen. Hoe lang gaat dit nog duren? Ik probeer maar niet te veel vooruit te kijken. Het is zoals het is.”