Dankzij donors kunnen we brandwonden goed behandelen
Brandwondenarts Kiran Baran gebruikt dagelijks bloedproducten om haar patiënten te helpen.
Ook bloed- of plasmadonor worden? Meld je aan en red een leven!
Wist je dat ook brandwondpatiënten heel hard bloed- en plasmadonors nodig hebben? Kiran Baran, brandwondenarts in het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk, gebruikt dagelijks bloedproducten en plasmageneesmiddelen om deze groep patiënten te helpen.
Je huid heeft verschillende belangrijke functies voor je lichaam. Zo is je huid een barrière tegen bacteriën en virussen en houdt het je lichaamsvocht binnen. Zware brandwonden zijn dan ook levensgevaarlijk; bij grote en diepe verbrandingen van de huid kunnen ziektekiemen gemakkelijk het lichaam binnendringen en ernstige infecties veroorzaken. Bovendien kan er massaal vocht uit de bloedbaan en de weefsels lekken. Als je te weinig bloedvolume overhoudt om je organen van zuurstof te voorzien, raak je in een shock waaraan je kunt overlijden.
Geen brandwond hetzelfde
In het Brandwondencentrum van het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk zijn ze gespecialiseerd in het behandelen van brandwonden. En dat is echt maatwerk, volgens brandwondenarts Kiran Baran. “Geen enkele brandwond is hetzelfde. We kijken steeds hoe diep en uitgebreid de wond is en stemmen daar onze behandeling op af.”
Veel bloedverlies
Verschillende bloedproducten en plasmageneesmiddelen zijn essentieel bij die behandeling. “Als iemand veel vocht verliest, geven we bijvoorbeeld albumine”, zegt Kiran. “Dat is een eiwit dat in menselijk plasma zit. Het zorgt ervoor dat er geen water weglekt uit de bloedvaten. Ook geven we wel eens rechtstreekse plasmatransfusies, als iemand grootschalig bloedverlies heeft. De stollingseiwitten in het plasma helpen het bloeden te stoppen.”
Dagelijks rode bloedcellen
Voor haar operaties heeft Kiran dagelijks rode bloedcellen van donors nodig. “Bij een grote brandwond moeten we de verbrande huid operatief verwijderen en onbeschadigde huid op die plek transplanteren. De nieuwe huid halen we van andere plekken op het lichaam die niet verbrand zijn. Bij zo’n operatie verliezen de patiënten vaak veel bloed. Ook tijdens hun verdere herstel hebben ze regelmatig een bloedtransfusie nodig; een ziek lichaam gebruikt namelijk veel rode bloedcellen om te herstellen.”
Een ziek lichaam gebruikt veel rode bloedcellen om aan te sterken
Huid lijmen
Ten slotte is er nóg een product, gemaakt van een eiwit uit donorplasma, dat Kiran gebruikt: fibrine-lijm. Met deze medische lijm zet ze nieuwe huid vast aan bestaande huid. “Fibrine-lijm gebruiken we veel bij kinderen, als alternatief voor het vastnieten van de getransplanteerde huid. Want nietjes moet je er ook weer uithalen en dat is heel pijnlijk. We willen kinderen zo min mogelijk hoeven te verdoven.”
Zwaarder en langer
Stel nou dat er geen bloed- en plasmadonors meer zouden zijn, wat zou dat betekenen? Kiran: “Dat zou mijn werk héél ingewikkeld maken, en het zou voor de patiënten de behandeling veel zwaarder en langer maken. Want als er geen transfusiebloed voorhanden is, kunnen we steeds maar een klein stukje huid opereren. Terwijl je het liefst zo veel mogelijk letsel in één keer behandelt. En hoe langer de behandeling duurt, des te groter de kans wordt op levensbedreigende infecties.”
Als er geen donors waren, zou dat mijn werk heel ingewikkeld maken
Mooi en dankbaar werk
Het werk als brandwondenarts is best zwaar, erkent Kiran, en niet alleen door de fysieke medische uitdagingen. “Brandwonden zorgen vaak voor veel psychosociaal leed. Daarom bieden we met ons multidisciplinaire team ook mentale zorg.” Tegelijkertijd vindt ze het mooi om mensen met ernstige brandwonden er weer bovenop te helpen. “Het vraagt flexibiliteit en creativiteit om een brandwond goed dicht te maken. Bovendien bouwen we echt een relatie op met onze patiënten, omdat ze vaak langdurig in ons brandwondencentrum liggen en wij ze ook daarna lang blijven volgen.
We hebben heel veel verschillende patiënten hier, van jong tot oud. Sinds een paar jaar helpen we ook Oekraïense soldaten die gewond zijn geraakt in de oorlog. Het is heel dankbaar werk.”



