“Donors doen iets heel groots voor hun medemens”
Redders komen in vele gedaanten, weet Christel uit eigen ervaring. Haar leven werd twee keer gered door bloeddonors en een stamceldonor. Bovendien verbetert een geneesmiddel gemaakt van donorplasma al jaren haar kwaliteit van leven.
“17 jaar geleden heb ik acute promyelocyten leukemie gekregen”, vertelt Christel (58). “Dat is een vorm van bloedkanker waarbij je lichaam niet genoeg gezonde bloedcellen aanmaakt. Twee jaar lang ben ik vreselijk ziek geweest; ik heb lange tijd in het ziekenhuis gelegen en in die tijd ontzettend veel bloedtransfusies gekregen. Als ik die niet had gehad, had ik mijn behandeling voor de leukemie nooit kunnen doorstaan.” En het was niet de eerste keer dat Christels leven met donorbloed werd gered. “Toen ik 28 jaar was, heb ik een ernstig ongeluk op de motor meegemaakt. Ik moest met spoed geopereerd worden in het ziekenhuis en ook toen heb ik meerdere bloedtransfusies gekregen. Dus ja, het barst van de donors in mijn lijf; ik heb aan heel wat mensen mijn leven te danken.”
Grootste redder
Haar grootste redder kwam in de gedaante van een stamceldonor: om te genezen van de leukemie had Christel een stamceltransplantatie nodig. Daarbij krijg je bloedvormende stamcellen van een donor, zodat je lichaam weer gezonde bloedcellen kan aanmaken. Die donor wordt in een wereldwijd bestand gezocht omdat er een precieze match moet zijn op bepaalde kenmerken. Christel: “Ik weet alleen dat het een jongeman was uit het buitenland, en dat hij onder narcose is geweest om de donorstamcellen uit zijn beenmerg te laten halen. Heel bijzonder dat iemand dat voor een ander over heeft.”
“Drie dagen na het infuus ben ik er weer helemaal”
Niet knuffelen
De donorstamcellen sloegen aan, Christel genas van de leukemie. Alleen hield ze een ander probleem aan de behandeling over: “Mijn immuunsysteem was vanwege de stamceltransplantatie uitgeschakeld.. De eerste periode na de transplantatie moest ik daarom ontzettend uitkijken voor besmetting met virussen en bacteriën, want ik had nul komma nul afweer. Het was heel frustrerend dat ik toen mijn kinderen en mijn man niet mocht knuffelen, en mijn hond niet aaien. Het nieuwe immuunsysteem hoort op een gegeven moment zelf weer aan te gaan. Maar dat gebeurde bij mij niet voldoende: ik blééf maar ziek worden, een paar jaar lang lag ik continu in de lappenmand. Toen ontdekten ze dat ik geen antistoffen meer aanmaak.”
Infuus
Opnieuw kon Christel vertrouwen op donors: ze kreeg medicatie die bestaat uit antistoffen die uit donorplasma worden gehaald. “Daar had ik nog nooit van gehoord, maar het hielp me enorm. Aanvankelijk kreeg ik eens in de drie weken een infuus. Maar inmiddels zijn we 14 jaar verder en kan ik toe met een infuus eens per zes weken. Dat gebeurt wel altijd in het ziekenhuis; ik ben namelijk slecht aan te prikken, dus zelf thuis prikken zoals veel patiënten doen, kan in mijn geval niet.”
Energie
De behandeling met plasmamedicatie helpt Christel enorm: ze is veel minder vaak ziek. “Voorheen moest ik élke dag antibiotica slikken als onderhoudsdosis, dat hoeft niet meer. Ik merk het ook als de datum voor mijn infuus dichterbij komt: dan krijg ik steeds minder energie. Maar drie dagen na het infuus ben ik er weer helemaal. Daardoor kan ik ook lekker met de hond eropuit gaan, en mijn werk blijven doen – ik heb een eigen bedrijf als kapster.” Vorig jaar kreeg ze wel een flinke terugslag, toen ze borstkanker bleek te hebben. “Ik zag er enorm tegenop wéér een medisch traject in te moeten, met een operatie en bestraling. Maar de liefde van mijn gezin hielp me erdoorheen. En ik mag niet zeuren; ik ben er nog, mede dankzij al die donors.”
“Ik ben die grote groep bloed- en plasmadonors die voor mij klaarstond nog meer gaan waarderen”
Waardering
Tien jaar na haar transplantatie schreef Christel haar stamceldonor via de stichting Matchis anoniem een brief om hem te vertellen dat het goed met haar ging. “Ik kreeg toen een brief van zijn ouders terug: hij bleek kort daarvoor door een motorongeluk om het leven te zijn gekomen. Ik heb nog altijd spijt dat ik die brief niet eerder heb gestuurd. Die donor is zó belangrijk voor me! Ik vier ieder jaar op 2 februari, de dag van mijn transplantatie en een dag vóór mijn eigen verjaardag, dat ik mijn nieuwe leven heb gekregen. Door zijn levensreddende daad ben ik bovendien die grote groep bloed- en plasmadonors die voor mij klaarstond nog meer gaan waarderen. Het is iets heel groots wat zij hebben gedaan voor hun medemens.”



