“Zonder donors zou ik mijn werk niet kunnen doen”
“Iedere week heeft een patiëntje wel een bloedtransfusie nodig”, zegt kinderhematoloog Elise Huisman.
“Als er geen donors waren? Dan zou ik mijn werk niet kunnen doen”, zegt Elise Huisman zonder aarzelen. Ze is kinderhematoloog en transfusiespecialist in het Erasmus MC Sophia Kinderziekenhuis en bij Sanquin. “Bloedtransfusies en andere bloedproducten zijn essentieel voor onze patiënten. Zonder die producten kan ik veel kinderen niet helpen.”
Als kinderhematoloog behandelt Elise kinderen met aangeboren bloedziekten en aandoeningen waarbij het lichaam de eigen bloedcellen afbreekt. “Kinderen krijgen in principe dezelfde ziekten als volwassenen,” legt ze uit. “Iedere week heeft een patiëntje wel een bloedtransfusie nodig, of schrijven mijn collega’s of ik een infuus voor met medicijnen gemaakt uit donorplasma, bijvoorbeeld antistoffen.”
Veel bloedziekten komen in de kindertijd al aan het licht, zoals sikkelcelziekte en sferocytose: aandoeningen waarbij de rode bloedcellen een afwijkende vorm hebben en de patiënt heel ziek maken. “Tijdens de zwangerschap kunnen er ook al problemen ontstaan bij een kind,” zegt Elise. “Bij bijvoorbeeld hemolytische ziekte van de foetus en pasgeborene breekt het bloed van het kind al in de buik af. Dat komt door antistoffen van de moeder die zich richten tegen een bloedgroep op de rode bloedcellen van het kind. Vaak is er dan een bloedtransfusie nodig na de bevalling, soms zelfs al tijdens de zwangerschap.”
“Elke transfusie wordt afgestemd op het gewicht van het kind”
15 milliliter
De bloedproducten die Elise aan haar patiënten voorschrijft, zijn afkomstig van volwassen donors. Wel wordt bij kinderen steeds nauwkeurig gekeken naar wat hun lichaam aankan. Elise: “We stemmen de hoeveelheid die we geven af op het lichaamsgewicht. Gemiddeld houden we 15 milliliter per kilo lichaamsgewicht aan. Een te vroeg geboren baby kan een transfusie nodig hebben van maar 10-20 milliliter bloed. Dat lijkt heel weinig, toch is dit voor zo’n klein kind soms van levensbelang.”
Verschillen
Er zijn ook fysiologische verschillen tussen kinderen en volwassenen. Zo verdragen kinderen vaak een lager hemoglobinegehalte (Hb) dan volwassenen. “We wachten zo lang mogelijk met het geven van transfusies,” zegt Elise. “Als het lichaam het tekort zelf kan oplossen, heeft dat altijd de voorkeur.”
Ook het afweersysteem van kinderen werkt anders. “Tot ongeveer je twintigste is je afweersysteem nog in ontwikkeling. Daardoor zijn jonge kinderen vaak toleranter voor andere bloedgroepen. Maar dit verschil neemt af vanaf de puberteit. Kinderen kunnen dus ook antistoffen vormen. Ik heb patiënten in mijn praktijk voor wie het daardoor echt een uitdaging is om passend bloed te vinden. Daarvoor schakel ik de experts van Sanquin in: de artsen van de unit Transfusiegeneeskunde van Sanquin zijn heel goed in het zoeken van passend donorbloed.”
Placentabloed
In principe kan het donorbloed van iemand van 65 jaar zonder problemen gegeven worden aan een patiëntje van 1 jaar. Maar voor heel jonge baby’s is het een lastiger verhaal. Elise: “Pasgeboren baby’s hebben een ander type Hb in hun rode bloedcellen, dat de zuurstof in het bloed anders vasthoudt. Pas na 6 maanden verandert dat Hb in het type Hb van volwassenen. We denken daarom dat het beter is om aan deze groep ook het ‘jonge’ type rode bloedcellen te geven.”
Baby’s als bloeddonor gebruiken, dat kan natuurlijk niet. Maar er is een andere mogelijkheid: de placenta van de moeder bevat namelijk ook rode bloedcellen van de baby. “Bij Sanquin hebben we onderzocht of we van dit placentabloed na de geboorte een bloedproduct kunnen maken – en dat kunnen we inmiddels. De volgende stap is het opzetten van een zorgvuldig donatieproces. Dat is complex, omdat er voor een net bevallen vrouw een andere donorprocedure nodig is dan voor een reguliere bloeddonor. Ze kan bijvoorbeeld medicatie hebben gekregen tijdens de bevalling, die niet op de standaard donorscreeningslijst staat. Maar we onderzoeken deze mogelijkheid momenteel wel. Wie weet kunnen we dit product over een paar jaar inzetten.”
Kennisnetwerk
Lange tijd was Elise de enige kinderarts in Nederland gespecialiseerd in transfusiegeneeskunde voor kinderen. “En dat terwijl er dagelijks heel veel zorgverleners beslissingen nemen over bloedtransfusies bij kinderen,” zegt ze, “kinderartsen, SEH-artsen, chirurgen, anesthesisten.” Daarom richtte ze het Netwerk Kind en Transfusie op, waarbinnen artsen en onderzoekers kennis kunnen delen en samenwerken. Inmiddels heeft ze er drie collega-deskundigen bij en zijn twee artsen in opleiding tot specialist transfusiegeneeskunde voor kinderen.
Elise: “Veel van wat we doen bij kinderen is nog gebaseerd op onderzoek bij volwassenen. Maar voor kinderen werken sommige biologische processen anders, bovendien is hun lichaam nog volop in ontwikkeling. We weten bijvoorbeeld nog niet goed waarom kinderen relatief vaak een transfusiereactie krijgen.” Binnen het netwerk werken artsen onder andere aan een apart kinderprotocol voor transfusies bij massaal bloedverlies. “Er is nog veel te leren; daarom is het ook zo belangrijk dat we blijven investeren in kennis én in goede bloedproducten. En natuurlijk in een gezond en groot donorbestand, want zonder donors zijn we nergens.”



