Bloedgroep A en B en de darmbacteriën

Een bloedgroep is een eiwit of suikergroep op de buitenkant van de rode bloedcel. Je bent negatief voor een bloedgroep als die structuur op je cellen ontbreekt. Krijg je bloed met die bloedgroep op de cellen, positief bloed dus, dan kan je lichaam daar in sommige gevallen antistoffen tegen aanmaken. Bij een volgende transfusie zouden die de rode bloedcelen kunnen afbreken. Dat noemen we een transfusiereactie, en dat heeft soms zeer ernstige gevolgen. Wist je dat de mens wel meer dan 350 bloedgroepen heeft? ABO en Rhesus D (RhD) zijn de belangrijkste, maar zo’n 25 andere bloedgroepen kunnen ook roet in het eten gooien bij bloedtransfusies.

Schuld van de darmbacteriën

Iedereen met bloedgroep A heeft “natuurlijke” antistoffen tegen bloedgroep B en andersom. Mensen met bloedgroep O hebben antistoffen tegen bloedgroep A en B. Daarmee wijken deze bloedgroepen af van de andere bloedgroepen. Dat is de schuld van onze darmbacteriën. Die hebben suikergroepen die precies lijken op die van de bloedgroepen A en B op onze rode bloedcellen, ons afweersysteem heeft hier al vroeg in ons leven antistoffen tegen aangemaakt. Als een patiënt met bloedgroep A,B of O een andere bloedgroep krijgt, geeft dat dus altijd een transfusiereactie, soms met dodelijke afloop.

Bloedcontact

Voor de andere bloedgroepen geld dit niet. We gaan daar pas antistoffen tegen maken nadat we bloedcontact hebben gehad. Met een transfusie, of tijdens de zwangerschap. Bij een volgende transfusie of zwangerschap kunnen er problemen ontstaan. De antistoffen breken het bloed af, er is een transfusiereactie of de baby komt in gevaar. Er speelt nog iets anders mee: De bloedgroepen A en B en ook RhD zijn zeer opvallend voor het immuunsysteem, dat deze bloedgroepen heel makkelijk als lichaamsvreemd herkent. We maken er dus makkelijk antistoffen tegen. De andere bloedgroepen zijn veel minder opvallend en leiden minder vaak tot problemen.

Zijn die natuurlijke anti A- en B-antistoffen van moeder dan niet gevaarlijk voor de foetus? Nee, in de regel niet, want bij de foetus komen de bloedgroepen nog niet volledig tot uiting. Aan de andere kant zijn de anti A- en B-antistoffen van moeder van een bijzondere soort. Het zijn zogeheten IgM-antistoffen. Deze zijn heel groot en kunnen de placenta niet doorkomen. De rode cellen van de baby blijven daardoor beschermd.