menu menu

Annemarie: “Ik ben zó dankbaar dat ik mijn kinderen kan zien opgroeien

Het moederinstinct van Annemarie Levinga (34) bleek feilloos te werken, toen ze voelde dat er iets niet goed ging tijdens de bevalling van haar zoon Aaron. Ze werd eerst niet geloofd, het scheelde maar een haar of ze had haar baarmoederruptuur niet overleefd.

Ook bloed- of plasmadonor worden? Meld je aan en red een leven!

“Mijn drie eerdere zwangerschappen en bevallingen waren probleemloos verlopen”, begint Annemarie. “Ik had geen enkele reden om me zorgen te maken bij de vierde, ik was gezond en fit. En toch had ik de hele zwangerschap een raar voorgevoel. Ik weet nog dat ik babykleertjes wilde kopen en opeens dacht: waarom doe ik dit, het gaat niet goed met dit kind. Ik ben redelijk nuchter van mezelf dus ik drukte dat gevoel weg. Ik had bovendien genoeg aan mijn hoofd met drie kleine kinderen.”

Paniek

Omdat Annemarie na 42 weken zwangerschap ingeleid moest worden, ging ze naar het ziekenhuis. “Dat is achteraf mijn redding geweest. Een thuisbevalling had ik zeker niet overleefd.” Ze had pas 5 centimeter ontsluiting toen ze opeens tintelende handen kreeg en heel erg ging zweten en hyperventileren. “Ik werd paniekerig en schreeuwde: ‘Er klopt iets niet! Het kind moet eruit! Ik moet een keizersnee!’ Maar de verloskundige reageerde met: ‘Joh, er is niets aan de hand. Je hebt gewoon weeën.’”

Harde knap

Haar baby had op dat moment nog een normale hartslag, maar Annemaries paniek ging niet weg. “Ik wist dat er iets niet goed ging, alleen niet wat. Opeens voelde ik een harde knap in mijn buik en werd de pijn ondraaglijk. Achteraf was dat het moment waarop mijn baarmoeder openscheurde. De baby lag los in mijn buik en de placenta liet los, waardoor hij geen zuurstof meer kreeg. Zijn hartslag ging opeens razendsnel omlaag.” De aanwezige medici realiseerden zich dat een ingreep nodig was en raceten Annemarie in haar bed naar de ok. “Mijn man rende achter me aan. Het leek een scène uit een horrorfilm: allerlei medici om mij heen die hard schreeuwden naar elkaar om de procedures zo snel mogelijk te laten verlopen. Ze wisten nog niet precies wat er aan de hand was, alleen dat mijn zoontje bijna doodging en dat er met mij iets vreselijk misging.”

Oerdrang

Een baarmoederruptuur is een zeer zeldzame complicatie met veel inwendig bloedverlies. Desondanks was Annemarie, aangekomen bij de ok, nog steeds bij bewustzijn. “Ik voelde een oerdrang om te vechten voor mijn kind. Ik riep de hele tijd: ‘Haal ‘m eruit! Je moet mijn kind redden!’” Met een noodkeizersnede werd Aaron geboren. Hij was slap en bleek en werd direct gereanimeerd. Na acht minuten haalde hij voor het eerst zelfstandig adem.

Ondertussen ging het met Annemarie ook niet goed. ‘De gynaecoloog zei tegen mijn man: “We weten niet of uw vrouw het gaat halen.”’ Haar baarmoeder werd onder narcose gehecht; nog tijdens de operatie kreeg ze donorbloed toegediend. Wonder boven wonder kwam ze uren later bij. Annemarie: “Het eerste dat ik hoorde was ‘Je zoontje leeft, het gaat goed met hem.’ Ik mocht pas naar hem toe nadat ik nog meer bloed had gekregen. Want ik had in heel korte tijd vier liter bloed verloren, extreem veel. Ik heb geen enkele herinnering meer aan die transfusies. Maar ik ben al die bloeddonors ongelooflijk dankbaar.”

Eerste verjaardag

Annemarie: “In het ziekenhuis heb ik geen moment gedacht dat ik dood kon gaan, dat was gewoon geen optie voor me. Maar toen we Aarons eerste verjaardag vierden, voelde dat voor mij ook als een eerste verjaardag. Ik besefte dat ik er een jaar eerder bijna niet meer was geweest. Ik ben zó dankbaar dat ik nog leef, en mijn zoon ook. Hij is nu een fijne, vrolijke jongen van 6 jaar.”

De ervaring heeft haar zeker veranderd. “Ik sta echt anders in het leven; ik maak me minder druk om kleine dingen en materiële zaken. Ik kan mijn kinderen iedere avond een kus geven voor het slapengaan. Ik kan ze zien opgroeien. Dat is wat telt, daar ben ik heel erg dankbaar voor. Mijn man is bloeddonor geworden. Dat kan ik zelf helaas niet meer omdat ik bloed heb gekregen. Maar ik mocht me wel als stamceldonor aanmelden. Wie weet kan ik ooit iemand anders’ leven redden.”

13 juli 2021