“Ik wilde mijn broertje lekker zien buitenspelen”

Donorverhaal
Aangemaakt

Gio heeft een plasmageneesmiddel nodig voor zijn afweerstoornis. Daarom is zijn zus Zoë plasmadonor. 

Gio met zus Zoe

Ook bloed- of plasmadonor worden? Meld je aan en red een leven!

Gio (15) heeft een afweerstoornis, maar merkt daar dankzij plasmadonors nauwelijks iets van. Zijn zus Zoë (18) zag hoe belangrijk donors zijn en meldde zich aan bij Sanquin.

“Vroeger was ik altijd te moe om af te spreken met vriendjes na school, of om te sporten”, begint Gio. “Ik kon me moeilijk concentreren en ik was heel vaak ziek. Mijn groei bleef daardoor ook achter.” Lang wist niemand wat er precies met hem aan de hand was. Jarenlange kuren met antibiotica en twee operaties om zijn neus- en keelamandelen te verwijderen mochten niet baten. Toen Gio 7 jaar oud was, kreeg hij eindelijk de juiste diagnose: hij had hypogammaglobulinemie. Dat is een aandoening waarbij je lichaam te weinig of zelfs helemaal geen antistoffen aanmaakt. Daardoor kun je bacteriën en virussen niet goed bestrijden: je wordt heel vaak ziek en hebt meestal heel weinig energie.

Nieuwe knuffel

Gio’s drie jaar oudere zus Zoë herinnert zich nog goed hoe ziek hij vroeger was. “Gio lag vaak in het ziekenhuis. Iedere keer als hij daarnaartoe moest, pakte ik zijn speelgoed voor hem in. Ik ging ook vaak samen met mijn vader of oma een nieuwe knuffel voor hem kopen. Ik vond het heel sneu voor hem. Je wilt je kleine broertje niet ziek zien, je wilt hem lekker buiten zien spelen. Hoewel ik hem eigenlijk niet meer mijn ‘kleine’ broertje kan noemen.” Ze lacht. “Sinds Gio zijn plasmamedicatie krijgt, heeft hij een enorme groeispurt doorgemaakt. Hij is nu de langste van het gezin en doet aan basketbal.”

Gio basketbal

Afbouwen

Patiënten met hypogammaglobulinemie krijgen als behandeling de antistoffen die ze zelf missen toegediend uit donorplasma. Gio krijgt het middel ‘subcutaan’ toegediend, met een injectie onder de huid waaraan een pomp met het geneesmiddel wordt gehangen. Dat gebeurt thuis op de bank, zijn moeder prikt hem aan. Inmiddels staat de teller van zijn behandelingen op 232 keer. Aanvankelijk kreeg hij de medicatie elke week, maar het ging zo goed met hem dat hij de frequentie kon afbouwen: eerst naar om de drie weken en inmiddels om de zeven weken. Gio: “Ik ga nu proberen om het tot tien weken uit te stellen.” Zijn arts heeft goede hoop dat hij uiteindelijk over de ziekte heen kan groeien, doordat zijn lichaam in de pubertijd veranderingen doormaakt en via de behandelingen getriggerd wordt om zelf weer meer en betere antistoffen aan te maken.

Als Gio geen behandelingen meer nodig zou hebben, zou dat wel betekenen dat er minder taart op tafel komt: zijn ouders halen namelijk bij iedere 50ste keer dat hij zijn medicatie krijgt gebak in huis, én het gezin gaat uit eten. “Want het is wel een feestje waard dat Gio een normaal leven kan leiden”, vinden zijn ouders en zus. “Ik leef hetzelfde leven als mijn vrienden”, beaamt Gio.

“Toen ik werd aangeprikt, dacht ik: oh, is dit alles?”

Thee en koekjes

Zus Zoë kreeg rond haar 14de het idee om ook donor te worden. “Ik zag hoe goed Gio geholpen werd door plasmadonors. Uit waardering voor hen besloot ik dat ik dit ook wilde doen. Een dag na mijn 18de verjaardag heb ik me aangemeld. Ik ben meteen plasmadonor geworden, omdat er een heel grote behoefte aan plasma is. Bovendien vind ik het een pluspunt dat je je rode bloedcellen meteen terugkrijgt; dat is minder vermoeiend.”

Ze heeft nu twee keer gedoneerd, het viel haar enorm mee. “Je moet alleen zorgen dat je een beetje uitgerust bent en goed hebt gegeten en gedronken van tevoren. Toen ik werd aangeprikt, dacht ik: oh, is dit alles? De medewerkers zijn bovendien heel lief, ze brengen thee en koekjes voor je.”

Ook de vader van Gio en Zoë heeft zich aangemeld als donor. Hij geeft nu bloed en switcht binnenkort naar plasma. Gio vindt het speciaal dat zijn vader en zus donor zijn geworden. “Ik weet hoe hard ik het nodig heb gehad. En nog steeds merk ik dat wanneer ik lange tijd zonder medicatie zit, ik minder energie krijg. Zoveel andere mensen hebben ook die antistoffen uit plasma nodig. Dus echt fijn dat mensen donor willen zijn.”

Familiefoto