Terug naar overzicht

Onderzoek aan bloedplaatjes

Ons lab is net een bloedbank in het klein. Dat is handig, want voor ons onderzoek bewerken we het bloed vaak net even anders dan dat het normaal gesproken gaat. Ik centrifugeer zelf zakken met donorbloed. Er ontstaan drie lagen: rode cellen onderin, plasma bovenin en daartussen de 'buffycoat', het laagje dat de bloedplaatjes bevat. Voor mijn onderzoek aan bloedplaatjes ga ik dus verder met de buffycoat.

Bloedplaatjes zijn nodig om bij een verwonding het bloed te laten stollen en spontane bloedingen te voorkomen. Patiënten met een tekort aan bloedplaatjes, vaak kankerpatiënten, krijgen daarom plaatjestransfusies. Ze krijgen plaatjesconcentraat toegediend dat afkomstig is van vijf bloeddonaties.

Op het lab voeg ik daarom ook van vijf bloedzakken de buffycoats samen. Dan doe ik er bewaarvloeistof bij en centrifugeer de cellen nogmaals om de bloedplaatjes te ontdoen van de witte cellen en het restant rode bloedcellen. Ik doe onderzoek naar die bewaarvloeistof. Van oudsher gebruiken we daarvoor plasma van een van de vijf donors. Maar eigenlijk vinden we dat zonde. Plasma gebruiken we liever om plasmageneesmiddelen uit te zuiveren. Bovendien is er bij gebruik van plasma altijd een kleine kans op een transfusiereactie door antistoffen uit het donorplasma.

Stroperigheid

Daarom vervangen we plasma liever voor een synthetische bewaarvloeistof. We gebruiken dit nu al bij de helft van alle plaatjesconcentraten. Met de huidige bewaarvloeistof is de opbrengst lager dan met plasma. Soms halen we daardoor niet de minimale hoeveelheid van 250 miljard plaatjes per zakje, waardoor we het plaatjesconcentraat moeten afkeuren. We denken dat het met de stroperigheid van de bewaarvloeistof te maken heeft. De bewaarvloeistof is dunner dan plasma. Daardoor zouden de bloedplaatjes minder goed in de bewaarvloeistof blijven ‘zweven’ tijdens het centrifugeren. Ik probeer daarom de vloeistof stroperiger te maken door het toevoegen van stoffen die lijken op gelatine of zetmeel.

Kwetsbare cellen

Uiteraard houden we ook de invloed van de verschillende bewaarvloeistoffen op de kwaliteit van de bloedplaatjes goed in de gaten. Plaatjes worden maximaal zeven dagen bewaard bij kamertemperatuur. Al die tijd moeten we ze zachtjes schudden. Het zijn heel kwetsbare cellen. Ze klonteren makkelijk samen of raken geactiveerd. Dan zijn ze niet meer geschikt voor transfusie. We doen alles om de plaatjes rustig houden. Dat controleren we door bijvoorbeeld de zuurgraad van de bewaarvloeistof of het glucoseverbruik te meten, en we kijken onder de microscoop naar de vorm. Die verandert door activatie tijdens het bewaren geleidelijk van schijfvormig naar bolvormig, met allerlei uitlopers.

We gaan de goeie kant op. Als ik de bewaarvloeistof  stroperig maak lijkt de opbrengst van bloedplaatjes in het plaatjesconcentraat inderdaad te verbeteren. En de kwaliteit van de plaatjes blijft ook in orde. Maar voor we uiteindelijk kunnen overstappen op vernieuwde bewaarvloeistof is er nog meer en vooral grootschalig onderzoek nodig.

Lara de Laleijne-Liefting is senioranalist Product- en Procesontwikkeling Bloedbank

Terug naar overzicht