Sanquin Home Sanquin Home Sanquin
We kennen alleen stervend bloed

Bloedstolling

Wanneer een bloedvat wordt doorgesneden, volgt een bloeding waarvan de hevigheid samenhangt met de grootte van het bloedvat en de stroomsnelheid van het circulerende bloed. Kleine haarvaten geven vrijwel geen bloedingen – bloedplaatjes grijpen meteen aan op het bindweefsel aan de randen van het doorgesneden vat en sluiten de opening af. Bij arteriolen en grotere vaten vormt zich aan de rand van een verwonding een grijswitte wal van materiaal die geleidelijk aan groeit, de bloedstroom belemmert en ten slotte de opening afsluit. Deze afsluiting noemt men de bloedstelpingsprop, ofwel hemostatische prop. In sommige gevallen kan er nog een bloedinkje door de prop heen breken, maar dan wordt de opening al snel opnieuw afgesloten.
Het proces van de hemostatische propvorming bestaat uit een aantal stappen. Soms vinden die gelijktijdig plaats, maar voor een beter begrip worden ze hier afzonderlijk vermeld.

Propvorming
Show details for De vorming van een hemostatische prop (1)De vorming van een hemostatische prop (1)
Show details for De vorming van een hemostatische prop (2)De vorming van een hemostatische prop (2)
Show details for De vorming van een hemostatische prop (3)De vorming van een hemostatische prop (3)
Show details for De vorming van een hemostatische prop (4)De vorming van een hemostatische prop (4)

Microscopisch onderzoek leert dat de hemostatische prop geheel uit trombocyten (bloedplaatjes) bestaat – deze hechten zich aan de bindweefselvezels van de beschadigde vaatwand (adhesie) en aan elkaar. De bloedplaatjes die contact maken met de vaatwand ondergaan een opvallende verandering: ze nemen een andere vorm aan en worden geactiveerd tot het afscheiden van stoffen die het bloedstollingsproces bevorderen. Ze stoten hun granula of secretiekorrels uit, die in het celvocht voorkomen. De bloedplaatjes die meer naar het midden van de prop zijn gelegen, raken hun granula aanvankelijk niet kwijt; deze plaatjes liggen nog tamelijk los gepakt, met enige tussenruimte.
Bij het adhesieproces zijn aan de ene kant kleefeiwitten in de vaatwand betrokken: collageen, fibronectine en Von Willebrand-factor. Anderzijds zijn op de bloedplaatjes speciale membraaneiwitten als receptor aanwezig, waaraan deze kleefeiwitten binden. De adhesie activeert de bloedplaatjes om de inhoud van de granula, zowel van de zogenoemde dichte granula als de alfa-granula, uit te scheiden. Het belangrijkste secretieproduct is het adenosine-difosfaat, ADP. Dit ADP zorgt dat bloedplaatjes worden geactiveerd en zich aan andere plaatjes kunnen hechten. Dat gebeurt doordat bij activering van bloedplaatjes verschillende eiwitten, waarvan fibrinogeen en Von Willebrand-factor de belangrijkste zijn, aan de receptoren kunnen binden en zo een brug tussen twee plaatjes kunnen vormen.
Daarna treedt door vorming van het stollingsenzym trombine een retractie van de hemostatische prop op. De bloedplaatjes komen dichter tegen elkaar aan te liggen, er lekt geen vocht meer door de prop, geleidelijk verdwijnen nu alle secretiekorrels uit de bloedplaatjes en een nauwe hechting van de bloedplaatjes onderling is het resultaat. Tot zover de primaire hemostase - een proces dat geheel wordt bepaald door de functie van de bloedplaatjes. Deze fase duurt in het algemeen tussen de vijf minuten en een half uur.

Transformatie bij de bloedstolling
De fase die hierop volgt, is de fibrineuze transformatie van de prop: de bloedplaatjesmassa gaat over in een fibrinenetwerk. Door nog onbekende oorzaak ontstaan, te beginnen aan de buitenkant van de prop, gaten in de buitenmembranen van de bloedplaatjes. Hierdoor veranderen de bloedplaatjes in lege blaasjes, terwijl er ruimte tussen de plaatjes ontstaat. Deze wordt opgevuld door fibrinevezels. Tegelijk dringen hier en daar reeds witte bloedcellen in de hemostatische prop – voorboden van de uiteindelijke opruiming van de prop.

Show details for De fibrineuze transformatieDe fibrineuze transformatie

De hemostatische prop gaat geleidelijk over in een dicht netwerk van fibrinedraden, met daartussen nog resten van bloedplaatjes. De fibrineuze transformatie is nu voltooid. Bij wondgenezing gaan bindweefselcellen de prop binnen en is er uitgroei van vaatjes, zodat herkanalisatie kan optreden.


« terug