Sanquin Home Sanquin Home Sanquin
Het onderscheid tussen ongeborenen, pasgeborenen, kinderen en volwassenen is wat bloed, bloedsomloop en transfusies betreft opvallend groot. De bloedsomloop bij de foetus verloopt anders dan bij de pasgeborene, terwijl het bloedvolume in de loop van de groei toeneemt van enkele milliliters bij de foetus naar liters bij een volwassene. Ook de samenstelling verandert, zowel wat betreft de bloedcellen als de plasmabestanddelen.
Bij kinderen kunnen zich, meer dan bij volwassenen, problemen voordoen die vaak op aangeboren aandoeningen berusten en al of niet erfelijk bepaald zijn. Ouderen kunnen aandoeningen hebben die men bij kinderen nooit aantreft: bijvoorbeeld aderverkalking, die in bepaalde ziekte-omstandigheden de bloedings- of tromboseneiging kan vergroten.

Hide details for Bloedtransfusie bij de foetusBloedtransfusie bij de foetus
Meteen na de conceptie kunnen zich eventuele ziekten voordoen, terwijl de foetus niet of slecht bereikbaar is voor onderzoek of behandeling. De laatste jaren is het mogelijk geworden om de bloedgroepen van de foetus te bepalen uit het vruchtwater. Het is hiervoor niet meer nodig het bloed van de foetus zelf af te nemen. Er bestaat ook een techniek waarbij dwars door de buikhuid van de zwangere vrouw heen bloedvaten in de navelstreng van de foetus worden aangeprikt. Deze techniek, die alleen in gespecialiseerde klinieken wordt uitgevoerd, maakt het mogelijk te bepalen of de foetus bijvoorbeeld bloedarmoede heeft. Ook zijn hiermee bloedtransfusies mogelijk, zodat bijvoorbeeld een rhesus-baby al enige maanden vóór de geboorte kan worden behandeld.

Ruim vóór de geboorte,
vanaf de twintigste week van de zwangerschap, kan via een prikje in de navelstreng van de foetus al wat bloed worden afgenomen om de bloedwaarden te bepalen.
Als de moeder rhesus-negatief is en het (ongeboren) kind rhesus-positief kan de moeder afweerstoffen maken die de rode bloedcellen van het kind afbreken. Dit proces kan reeds enige maanden vóór de geboorte op gang komen en dan bij de foetus ernstige bloedarmoede veroorzaken, wat tot overlijden van de foetus kan leiden. Door een tijdige transfusie met rhesus-negatief bloed wordt dit voorkomen. Ook als de moeder antistoffen maakt tegen de bloedplaatjes van het kind is het soms nodig al vóór de geboorte een transfusie met bloedplaatjes te geven.



Hide details for Bloedtransfusie bij de pasgeboreneBloedtransfusie bij de pasgeborene
Het hierboven beschreven proces kan ook ná de geboorte nog optreden. Dan treedt er naast bloedarmoede ook geelzucht op. De gele kleurstof in het bloed, bilirubine, kan schade aan de hersenen veroorzaken. Naast transfusie van bloed kan het daarom ook wel eens nodig zijn de bilirubine uit te wassen. Dit gebeurt door middel van een wisseltransfusie, waarbij door een slangetje in een bloedvat van de navelstreng per injectiespuit een bepaalde hoeveelheid bloed (5-20 ml) bij het kind wordt afgenomen. Direct daarna of tegelijkertijd wordt evenveel passend donorbloed aan het kind toegediend. In totaal duurt een wisseltransfusie ongeveer negentig minuten. Door verschillende voorzorgsmaatregelen rondom de zwangerschap komt dit ziektebeeld gelukkig steeds minder vaak voor. Soms kan door bijvoorbeeld onrijpheid van de lever of door een infectie bij te vroeg geboren kinderen (prematuren) een zodanige toename van het bilirubine ontstaan dat daarvoor een wisseltransfusie nodig is.

Transfusie bij een pasgeborene.
Dit couveuzekindje krijgt voorzichtig een tiental milliliter bloed toegediend.
Wilhelmina Kinderziekenhuis, Utrecht




Prematuren hebben vaak intensieve behandelingen nodig, waarbij allerlei bloedonderzoek moet worden gedaan, terwijl de baby's zelf nog onvoldoende bloed kunnen maken. Dan worden kleine hoeveelheden erytrocytenconcentraat getransfundeerd, bijvoorbeeld 10 ml voor een kind van 1000 gram. Ook kan bij prematuren een tekort aan trombocyten bestaan, meestal als complicatie van infecties of zuurstoftekort. Omdat bij hen toch al een vergrote kans op hersenbloedingen bestaat, moet een trombocytentekort door transfusie worden aangevuld.

Hide details for Aangeboren bloedziektenAangeboren bloedziekten
De bekendste aangeboren erfelijke bloedziekte is hemofilie. Hierbij is vaak een transfusie noodzakelijk van de ontbrekende stollingseiwitten factor VIII of factor IX, die worden bereid ofwel uit bloed van donors ofwel door middel van recombinant-DNA-technologie.
Andere aangeboren bloedziekten, zoals sikkelcelanemie, die vooral bij negroïde mensen voorkomt (in Afrika, Amerika en het Caraïbisch gebied) en thalassemie, een aandoening die vooral bij mensen optreedt die uit het Middellandse-Zeegebied en uit Zuidoost-Azië afkomstig zijn, komen in de Benelux meer en meer voor.
Bij de sikkelcelziekte kunnen zich bij stress, zoals een forse inspanning, een infectie of koude temperaturen, in verschillende organen doorbloedingsstoornissen (infarcten) voordoen; botinfarcten zijn zeer pijnlijk, terwijl hersen- of longinfarcten levensbedreigend kunnen zijn. Bij thalassemie kan de bloedarmoede op zich levensbedreigend zijn. Transfusie van erytrocyten is vaak noodzakelijk om het kind de beste kansen te bieden op een goede lichamelijke en geestelijke ontwikkeling.
Sommige kinderen hebben vanaf hun geboorte of in de loop van het eerste levensjaar een tekort aan antistoffen. Deze ziekte, hypogammaglobulinemie genoemd, komt vooral bij jongens voor, die hierdoor zeer vatbaar zijn voor infecties. Regelmatige transfusie van immunoglobuline-concentraat, bereid uit donorbloed, is dan essentieel.

Hide details for LeukemieLeukemie
Leukemie komt bij kinderen minder vaak voor dan bij volwassenen. De ziekte kan bij kinderen vaker worden genezen, enerzijds doordat de leukemiecellen bij hen gevoeliger zijn voor de medicijnen, anderzijds doordat het kind minder kans heeft op ernstige complicaties. Zo is bij kinderen, mede door de goede conditie van hun bloedvaten, het risico op bloedingen in de hersenen kleiner dan bij volwassenen. Omdat het merendeel van de vormen van leukemie ook met geneesmiddelen alleen is te genezen, is beenmerg/stamcel transplantatie bij hen minder vaak nodig.
Voor het overige ontvangen kinderen en volwassenen dezelfde ondersteunende behandelingen met transfusies.


« terug