De ontwikkeling van hart- en bloedvaten
begint zes weken na de bevruchting vorm te krijgen. Het hart groeit naar haar definitieve structuur en het bloed wordt door de navelstreng gepompt. Het embryo is voortdurend in beweging en het hartje klopt 140 tot 150 maal per minuut, twee keer zo snel als dat van de moeder.
Bonnier Alba, Stockholm. Fotografie Lennart Nilsson

"Het is duidelijk, op grond van de stuctuur van het hart, dat het bloed continu door de longen passeert naar de aorta, als werd het door twee waterpompen voortgestuwd. Door een bloedvat af te binden, kunnen we aantonen dat het bloed van de slagaders naar de aders stroomt, reden om aan te nemen dat het bloed continu circuleert met het hart als aandrijfkracht. De vraag is nu of dit is bedoeld voor de voeding of voor het behoud van bloed en longen door warmte te transporteren, zodat het in armen en benen afgekoelde bloed in het hart opnieuw wordt opgewarmd. …"
William Harvey
Het citaat hierboven is uit 1628, toen een van de belangrijkste boeken uit de geschiedenis van de geneeskunde het licht zag: Exercitatio Anatomica de Motu Cordis et Sanguinis in Animalibus. Het is van de hand van William Harvey (1578-1657), arts aan het Engelse hof. Hij toonde aan dat het bloed vanuit het hart in de slagaders stroomt en via de aders weer terugvloeit. Bovendien bewees hij dat door de kleppen in de aders het bloed niet kan terugstromen. Hij legde hiermee de grondslag voor de kennis omtrent de bloedsomloop.
Titelblad van Harvey's boek uit 1628
Gravure uit het werk van Harvey, |