Terug naar Bloedgroepen
Als bij een vrouw antistoffen tegen bloedgroepen voorkomen, kunnen die tijdens zwangerschap in de bloedsomloop van de foetus terechtkomen. De antistoffen kunnen bij de moeder zijn veroorzaakt door bloedtransfusie, maar ook door erytrocyten van een foetus, die in de laatste maanden van de zwangerschap, en vooral tijdens de geboorte, in het bloed van de moeder terechtkomen. Hierdoor kunnen antistoffen worden opgeroepen tegen een bloedgroep die bij haar kind aanwezig is maar bij de moeder ontbreekt. Meestal gaat het dan om antistoffen tegen de rhesus-D-bloedgroep. Immunisatie bij Rhesus-D-negatieve moeders tegen het D-antigeen van het kind treedt veel vaker op dan tegen enige andere bloedgroep tijdens en na de zwangerschap.
Het rhesus-systeem
Zwangerschapsimmunisatie
Louyse Bourgeois, vroedvrouw van Maria de Medici,
beschreef reeds in 1609 een treffend voorbeeld van geelzucht bij een pasgeboren tweeling. (Haar levendige relaas is hierna te lezen.) Pas in 1941 werd de relatie gelegd tussen dit ziektebeeld en de aanwezigheid van rhesus-antistoffen bij de moeder tegen het rhesus-antigeen van het kind.
CLB

Historische beschrijving van geelzucht bij een pasgeboren tweeling
Ook kunnen moederlijke antistoffen in de bloedsomloop van de foetus terechtkomen en, als het kind positief is voor de bloedgroep waartegen ze zijn gericht, de erytrocyten van de foetus afbreken. Hierdoor ontstaat bij de foetus een vorm van bloedarmoede die zó ernstig kan zijn dat het hart niet meer goed kan functioneren. Dit kan reeds vóór de geboorte tot de dood leiden. Uit afgebroken erytrocyten komt hemoglobine vrij die ook weer wordt afgebroken. De gele kleurstof bilirubine die hierdoor in het bloed komt, is giftig voor de hersenkernen van het kind. Zolang de foetus nog niet is geboren, wordt het bilirubine via de bloedsomloop van de moeder afgevoerd. Na de geboorte echter hoopt het zich op in de bloedsomloop van de pasgeborene en kan het schade aanrichten in de jonge hersenen. In de ernstigste vorm leidt dit tot de dood, in minder ernstige gevallen kunnen motorische stoornissen het gevolg zijn. De bovengenoemde symptomen noemt men de hemolytische ziekte van de pasgeborene.
Hemolytische ziekte van pasgeborene door moederlijke antistoffen
De hemolytische ziekte van de pasgeborene
Een rhesus-negatieve moeder draagt een rhesus-positief kind (1). Bij de geboorte van dit kind kan de moeder in contact komen met de rhesus-antigenen van haar kind. Na de bevalling kan het immuunsysteem van de moeder antistoffen (Anti-Rh) gaan aanmaken tegen deze antigenen (2). Bij een volgende zwangerschap van een rhesus-positief kind kunnen deze antistoffen door de placenta de bloedbaan van het kind binnendringen en daar de rode bloedcellen vernietigen (3).

Deze ziekte kan steeds beter worden behandeld. Tijdens de zwangerschap kunnen de foetus erytrocytentransfusies worden toegediend, teneinde de bloedarmoede te bestrijden. Na de geboorte is een gewone transfusie nodig, maar het kan ook wenselijk zijn het bilirubine uit de bloedsomloop van het kind te verwijderen. Daartoe wordt dan een 'wisseltransfusie' verricht; het bloed van de pasgeborene wordt vervangen door het bloed van een donor. Zodoende wordt bloedarmoede bestreden en hersenbeschadiging voorkomen.
Expo 10 Bloedtransfusie bij kinderen
Transfusie bij een pasgeborene
Preventie rhesus (D) immunisatie
Diagnostiek rhesus (D) immunisatie
Preventie immunisatie tegen andere bloedgroepen dan rhesus (D)
Diagnostiek bij andere antistoffen dan anti-rhesus (D)
Zoals gezegd, gaat het in verreweg de meeste gevallen om de D-factor, de hemolytische ziekte van de pasgeborene kan ook een gevolg kan zijn van antistoffen tegen een andere bloedgroep. |