Cofact

Terug naar overzicht

Productinformatie

Cofact helpt om bloedingen te behandelen of voorkomen.

Wat is Cofact?

Cofact is een protrombinecomplex en bevat de stollingsfactoren II, VII, IX en X. Bij een tekort aan een of meerdere van deze stollingsfactoren ontstaan bloedingen. De toediening van Cofact vult dit tekort aan.

Wanneer gebruik je Cofact?

Cofact wordt gebruikt om bloedingen te behandelen of te voorkomen.

Deze bloedingen komen voor bij patiënten met een aangeboren tekort van één van de genoemde stollingsfactoren of als gevolg van tekort door het gebruik van specifieke antistollingsmedicatie.

Met antistollingsmedicatie ontstol je het bloed om trombose te voorkomen. Als je hiervoor bloedverdunners gebruikt die de werking van vitamine K tegen gaan (vitamine K antagonisten) kun je Cofact inzetten om de antistollende werking te stoppen.

Lees meer in de bijsluiter van Cofact (pdf).

Hoe gebruik je Cofact?

Cofact is een poeder dat je voor gebruikt moet oplossen. Na het oplossen wordt Cofact via een injectie in een bloedvat (intraveneus) toegediend.

Een arts met specialisatie hemofilie stelt een behandelplan op voor patiënten met een aangeboren stollingstekort. In dit behandelplan staat hoe vaak en met welke dosering Cofact nodig is om bloedingen te voorkomen of om bloedingen te behandelen.

Bij antistollingstherapie wordt Cofact alleen ingezet als de stolling direct gecorrigeerd moet worden. Dit is in geval van ernstige bloeding of spoedeisende ingreep.

Hoe doseer je Cofact? 

De arts bepaalt de dosis Cofact. De hoeveelheid Cofact die nodig is hangt af waarvoor Cofact wordt ingezet.

De dosis en de frequentie hangen af van:

  • ernst van de situatie (bloeding/ingreep)
  • gewicht van de patiënt
  • type stollingsfactor wat nodig is
  • de hoeveelheid stollingsfactor in het bloed

Bij een aangeboren tekort is het nodig om regelmatig de hoeveelheid stollingsfactor in het bloed te bepalen.

In geval van gebruik van bloedverdunners (antistollingsmedicatie) wordt een bloedtest gebruikt om de mate van stolling te bepalen. Deze bloedtest wordt uitgedrukt in INR. De behandelend arts bepaalt het gewenste INR-niveau.

Hoe los je Cofact op?

  • De flacon met poeder wordt opgelost door water voor injecties in de flacon te brengen.
  • Na maximaal 10 minuten is het poeder opgelost.
  • De verkregen oplossing is helder en een beetje blauw van kleur.
  • Gebruik geen oplossingen die troebel zijn of waar je deeltjes in ziet.
  • Afhankelijk van de dosering heb je meer flacons nodig.
  • De inhoud van meerdere flacons kan worden samengevoegd voor toediening aan de patiënt.

Hoe los je Cofact op? Bekijk het filmpje

 

Hoe dien je Cofact toe?

  • Zuig het product op in een steriele injectiespuit.
  • Verwijder de naald van de injectiespuit en vervang deze door een intraveneuze naald.
  • Verwijder de lucht uit de injectiespuit, desinfecteer de huid en steek de naald in de ader.
  • Injecteer intraveneus als één dosis, onmiddellijk na bereiding en met een snelheid van ongeveer 2 ml/minuut.

Lees meer in de bijsluiter van Cofact (pdf).

Wat zijn de bijwerkingen van Cofact?

Cofact kan bijwerkingen veroorzaken, net als andere geneesmiddelen. Niet iedereen krijgt deze bijwerkingen.

In zeer zeldzame gevallen zijn allergische of anafylactische reacties waargenomen.

In zeldzame gevallen ontstaan antistoffen tegen een of meer stollingsfactoren van Cofact. Deze antistoffen heten ‘remmers’. Hierdoor kan je een slechte klinische respons op de behandeling krijgen, doordat Cofact niet meer werkt door de antistoffen.

Er bestaat een risico op de vorming van bloedstolsels (trombotische verschijnselen).

Lees meer in de bijsluiter van Cofact (pdf).

Hoe moet je Cofact bewaren?

Bewaar Cofact

  • buiten bereik en zicht van kinderen
  • in de koelkast bij 2 - 8 °C (dus niet invriezen)
  • in oorspronkelijke verpakking om tegen licht te beschermen

Niet gebruiken na vervaldatum

Gebruik Cofact niet meer na de vervaldatum. Deze staat op het etiket, op de injectieflacon en op de doos.

Weggooien

Gooi het geneesmiddel niet weg via afvalwater of met huishoudelijk afval. Ongebruikte medicijnen kun je inleveren bij de apotheker. Deze maatregelen helpen het milieu beschermen.

Lees meer in de bijsluiter van Cofact (pdf).

 

Laatst bewerkt op: 21 oktober 2013

Bijsluiters Cofact

 

Laatst bewerkt op: 21 oktober 2013

Acute correctie antistollingsmedicatie bij oplossen van trombose

Wanneer wordt antistollingsmedicatie gebruikt?

Een van de functies van bloed is het verzorgen van stolling zodra een bloedvat kapot is. Maar in sommige gevallen stolt het bloed terwijl het bloedvat helemaal niet kapot is. Het ontstaan van een bloedprop in een bloedvat, dat niet kapot is, heet een trombose.

De vorming van een bloedprop belemmert de bloeddoorstroming. Dit kan op verschillende plaatsen in het lichaam voorkomen. Voorbeelden: trombosebeen, longembolie of beroerte (hersenen). Om dit te voorkomen wordt antistollingsmedicatie gebruikt.

Verschillende types antistollingsmedicatie

Medicatie kan

  • klontering van bloedplaatjes tegengaan, bijvoorbeeld acetylsalicylzuur
  • het bloed verdunnen, bijvoorbeeld vitamine K antagonisten
  • het bloed direct ontstollen, bijvoorbeeld heparine
  • bloedproppen oplossen, bijvoorbeeld trombolytica

Hoe wordt trombose voorkomen?

Voor de behandeling van trombose ga je naar het ziekenhuis. Afhankelijk van de ernst van de situatie maakt de arts een inschatting of er een risico is op herhaling. Als dat risico er is, krijg je een preventietherapie. Dit gebeurt meestal door de trombosedienst, die het bloed controleert en adviseert hoeveel antistollingsmedicatie de patiënt moet slikken.

Bloeding tijdens antistollingsmedicatie

Soms gaat het echter mis en ontstaat een bloeding. Omdat het bloed ontstold is, is het lichaam niet in staat om de bloeding zelf te stollen.

Hoe gaat een behandeling met antistollingsmedicatie?

Alleen bij ernstige bloedingen zal de arts het antistollingseffect direct corrigeren met een protrombine-complexconcentraat. Dit concentraat bevat bevat de stollingsfactoren II, VII, IX en X en vult het tekort aan stollingsfactoren aan.

Is er geen ernstige bloeding, dan zal de arts de dosering van de antistollingsmedicatie aanpassen of vitamine K geven.

 

Laatst bewerkt op: 21 oktober 2013

Erfelijke (aangeboren) bloedstollingsziekte

Wat is een erfelijke bloedstollingsziekte?

Als eiwitten, die betrokken zijn bij de bloedstolling, niet voldoende of goed worden aangemaakt, ontstaat een erfelijke bloedstollingsziekte.

Heb je deze eiwitten niet, of onvoldoende, dan ga je sneller bloeden. Bekende erfelijke bloedstollingsziekten zijn hemofilie (link)en de ziekte van Von Willebrand (link). Minder bekende bloedstollingsziekten zijn bijvoorbeeld een tekort aan stollingsfactor VII, stollingsfactor II en stollingsfactor X.

Verschillende types erfelijke bloedstollingsziekten

Dit zijn erfelijke bloedstollingsziekten en hoe vaak ze voorkomen:

  • stollingsfactor II-tekort: zeer zeldzaam, ca. 1 per 2.000.000 personen
  • stollingsfactor VII-tekort: zeldzaam, ca. 1 per 3 – 500.000 personen
  • stollingsfactor X-tekort: zeer zeldzaam, ca. 1 per 1.000.000 personen
  • gecombineerde erfelijke bloedstollingsziekte: vitamine K-afhankelijke stollingsfactoren II, VII, IX en X

Ernst van erfelijke bloedstollingsziekten

Een erfelijke bloedstollingsziekte kan variëren van ernstig, matig ernstig tot mild. Dit is afhankelijk van de hoeveelheid goed functionerende stollingsfactor in je bloed.

Wat zijn de symptomen van erfelijke bloedstollingsziekte?

De symptomen hangen af van de ernst van de ziekte, maar meestal krijg je bloedingen in spieren en gewrichten, en slijmvliesbloedingen.

Bij de milde vorm heb je relatief weinig klachten. Heb je de milde variant, dan wordt dat vaak pas ontdekt tijdens het onderzoek dat voorafgaat aan een chirurgische ingreep of bij bloedingscomplicaties bij een operatie.

Hoe wordt een erfelijke bloedingsziekte behandeld?

De behandeling van erfelijke bloedingsziekten bestaat uit het toedienen van de ontbrekende stollingsfactor via de ader. Dit is bij voorkeur een zogenaamd enkelvoudig stollingsfactorproduct. Is dit niet beschikbaar, dan kun je een protrombine complex concentraat (4 stollingsfactorenconcentraat) toegediend krijgen.

De behandeling van erfelijke bloedstollingsziekten vindt in Nederland plaats in een van de dertien hemofiliebehandelcentra. In de hemofiliebehandelcentra werken, naast een arts, ook andere zorgverleners met kennis van de bloedstolling, zoals verpleegkundigen en fysiotherapeuten.

 

Laatst bewerkt op: 21 oktober 2013