Een nieuwe test: prenataal onderzoek naar foetale alloimmuun trombocytopenie

Foetale/neonatale alloimmuun trombocytopenie (FNAIT) wordt veroorzaakt door antistoffen van de moeder gericht tegen bloedgroepantigenen (humane plaatjes antigenen of HPA) op de trombocyten van haar kind. In 75%-80% van de gevallen wordt FNAIT veroorzaakt door antistoffen tegen HPA-1a, in 10-15% door antistoffen tegen HPA-5b en in ongeveer 10% door antistoffen tegen andere HPA’s (m.n. tegen HPA-3a, HPA-1b en tegen laag-frequente antigenen op trombocyten).

Laboratoriumdiagnostiek FNAIT

De laboratoriumdiagnostiek voor FNAIT bestaat uit een uitgebalanceerde test algoritme, waarbij de HPA-1a, -1b, -3a, -3b, -5a, -5b, -15a en 15b genotypering van ouders en kind wordt verricht, het serum van moeder wordt onderzocht op de aanwezigheid van allo-antistoffen tegen de klinisch belangrijke HPA’s en kruisproeven worden verricht tussen het serum van de moeder en de trombocyten van de vader om antistoffen tegen laag frequente antigenen (LFA) aan te tonen, dan wel uit te sluiten. Voor een optimaal onderzoek naar de aanwezigheid van allo-antistoffen in het serum van de moeder zijn verschillende testmethoden nodig en wordt met een HPA-getypeerd screening/identificatie panel van ingevroren en verse donortrombocyten suspensies getest. De verse trombocyten worden ingezet om antistoffen tegen HPA-15 te kunnen detecteren.
Over het algemeen zijn de antistoffen aantoonbaar met de door ons gebruikte serologische technieken en zijn de positieve reacties in combinatie met de verschillen in HPA typering voldoende om een betrouwbare conclusie te trekken.
Het is echter bekend dat antistoffen tegen HPA-1a ernstige FNAIT kunnen veroorzaken, terwijl de antistoffen (nog) niet aantoonbaar zijn. Hierbij is van belang dat 98% van de Kaukasische bevolking positief is voor het HPA-1a antigeen en dat moeders die HPA-1a negatief zijn ongeveer 12% kans hebben om geïmmuniseerd te raken. Bij een sterke verdenking op FNAIT waarbij moeder HPA-1a negatief is en vader/kind HPA-1a positief, is herhalingsonderzoek noodzakelijk om anti-HPA-1a antistoffen definitief uit te kunnen sluiten.

Diagnostisch testalgoritme bij prenatale verdenking FNAIT

Tot op heden hebben we bij de aanvraag ‘verdenking FNAIT’ geen onderscheid gemaakt tussen een verdenking die reeds in de zwangerschap ontstaat als gevolg van echoschopische afwijkingen en onderzoek dat aangevraagd wordt in het kader van postnataal opgemerkte neonatale trombocytopenie. We weten dat alloimmuun trombocytopenie waarbij een foetale bloeding optreedt, met name wordt veroorzaakt door anti-HPA-1a, en in geval van een hoge antistoftiter door anti-HPA-5b.
Door het invoeren van “’20 weken zwangerschap echoscopisch onderzoek’, is bij Sanquin Diagnostiek het aantal FNAIT diagnostiekaanvragen in verband met verdenking op foetale bloedingen, de laatste jaren toegenomen. Om te zien of er een minder uitgebreid, en daardoor minder kostbaar, onderzoek voor deze prenatale diagnostiek mogelijk is hebben we nu de uitkomsten van 343 ‘prenatale’ onderzoeken op een rij gezet. Er werden bij 6,1% (21/343) van deze aanvragen HPA antistoffen aangetoond, waarvan 1,7% (6/343) anti-HPA-1a; 0,3% (1/343) anti-HPA-1b; 0,6% (2/343) anti-HPA-5a en 3,5% (12/343) anti-HPA-5b.
Gesteund door kennis uit eerdere studies en deze data hebben we besloten voor het prenatale FNAIT een beperkte variant van het diagnostisch algoritme ‘prenataal FNAIT onderzoek’ als eerste onderzoek aan te bieden.

Het prenataal FNAIT onderzoek houdt in:

Wat zijn de voordelen van dit beperkte onderzoek

Wat zijn de nadelen van dit beperkte onderzoek

Bij een positieve uitslag zullen we, in overleg met de aanvrager, de antistofspecificiteit verder bewijzen en een paternale genotypering verrichten om het klinisch belang vast te stellen. Indien vader heterozygoot is voor het betreffende antigeen, is een foetale genotypering met foetaal DNA verkregen uit amniocyten of, in geval van HPA-1a antistoffen, foetaal DNA verkregen uit maternaal plasma mogelijk.
Als we met behulp van dit beperkte onderzoek geen maternale HPA antistoffen aantonen zullen we adviseren, om bij blijvende sterke verdenking (bv. door het aspect en plaats van de bloeding) en met name als er postnataal een neonatale trombocytopenie wordt aangetoond, het ‘reguliere’ uitgebreidere FNAIT onderzoek te laten verrichten.

Diagnostische test

T923: Prenatale verdenking foetale alloimmuun trombocytopenie
Benodigd materiaal: 16 ml EDTA ontstold bloed + 16 ml gestold bloed

Vragen

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met drs. Leendert Porcelijn, tel. 020-512 33 13 en l.porcelijn@sanquin.nl.

 

Laatst bewerkt op: 28 augustus 2014