Uitbreiding van het testpakket voor hepatitis E

Infectie met het hepatitis E virus was in het verleden vooral bekend als importziekte onder reizigers die terugkeren uit tropische gebieden. Inmiddels is echter bekend dat infectie met het HEV-virus frequent endemisch voorkomt in Nederland. Uit een studie van de afdeling Bloedoverdraagbare Infecties van Sanquin Research is gebleken dat 27% van de Nederlandse bloeddonors een infectie met HEV heeft doorgemaakt 1). Onder oudere donors (61-70 jaar) liep het percentage zelfs op tot 43%. Hoewel de bron niet met zekerheid is vastgesteld wordt endemische HEV-infectie veroorzaakt door HEV genotype 3, hetzelfde type dat frequent voorkomt bij Nederlandse varkensbedrijven. Bij HEV-geïnfecteerde varkens blijkt het vlees vaak HEV-RNA te bevatten. De hoge seroprevalentie werd niet gedetecteerd met de vroeger gebruikte EIA test waarvan vooral de IgG test een slechte sensitiviteit had voor genotype 3 HEV infecties. Daarbij was de antistofrespons volgens deze test vaak kortdurend.

Klinisch is hepatitis E niet te onderscheiden van hepatitis A. Infectie met HEV genotype 3 verloopt vaak subklinisch, de reizigersvariant (genotype 1 en 2) lijkt vaker fulminante hepatitis te veroorzaken. De incubatietijd bedraagt 2-8 weken. Bij immuungecompromiteerde patiënten (in het bijzonder na orgaantransplantatie) kan HEV-infectie een chronisch verloop hebben. Bij zwangeren is hepatitis E in 20-30% van de gevallen letaal.

HEV-infectie wordt serologisch vastgesteld met een sterk positieve IgG anti-HEV EIA-uitslag en aanwezigheid van IgM anti-HEV. Aspecifieke reacties zijn mogelijk, daarnaast is de IgM-respons soms kortdurend en relatief zwak waardoor acute infecties moeilijk te onderscheiden kunnen zijn van doorgemaakte infecties. Bepaling van HEV-RNA door middel van PCR kan hierbij uitsluitsel geven. Voor bevestiging van (zwak)positieve EIA-resultaten kan tevens een immunoblot worden uitgevoerd. Bij patiënten met immuunsuppressie of die chemotherapie ondergaan is de antistofrespons tegen HEV niet betrouwbaar en is chronische HEV-infectie mogelijk. In deze gevallen dient bij verdenking op hepatitis E de HEV-RNA test te worden ingezet.

1) Slot E et al, Eurosurveillance, in press.

Diagnostische tests:
V927: Recente HEV-infectie: IgG en IgM anti-HEV 
V077: HEV immunoblot (IgM en IgG) 
V022: HEV immunoblot IgG 
V049: HEV immunoblot IgM
V007: HEV-RNA met PCR

Laatst bewerkt op: 6 juni 2013