Nieuwe lactose intolerantie genotypering

Genotypering van het MCM6 gen kan gebruikt worden om de genetisch vormen van lactose-intolerantie aan te tonen.

Lactose is een suiker dat in dierlijke melk voorkomt. Voor de splitsing van lactose is het enzym lactase nodig, dat zich in de dunne darm bevindt. Bij een aanzienlijk deel van de niet-Europese wereldbevolking (o.a. bij de Aziatische en Afrikaanse bevolking) neemt de activiteit van lactase na de kinderleeftijd af, waardoor de ingenomen lactose niet verteerd kan worden. Dit  resulteert in gastro-intestinale klachten, zoals buikpijn, diarree en braken. Deze  vorm noemen we ook wel primaire lactose-intolerantie. In 80% van de Europese bevolking blijft de activiteit van dit enzym op de volwassen leeftijd wel bestaan (lactase persistentie).

Naast deze genetische aanleg kan de lactase activiteit ook afnemen als gevolg van beschadiging van de darmwand. Dit noemen we secundaire lactose-intolerantie. Om de diagnose lactose-intolerantie vast te stellen wordt van oudsher gebruik gemaakt van twee functionele testen, namelijk de lactose tolerantietest (LTT) of de H2 ademtest.

Beide testen hebben voor- en nadelen. Met name de LTT is een  patiënt-onvriendelijke test met een lage specificiteit en een gebrek aan correlatie tussen de klachten en de LTT uitslag. De H2 ademtest is minder belastend voor de patiënt maar  correleert ook niet goed met klinische klachten.

De mate van lactase expressie wordt beïnvloed door verschillende varianten binnen het MCM6 gen. Aanwezigheid van deze varianten zijn op DNA niveau vast te stellen. Hierbij vindt genotypering in het MCM6 gen plaats door middel van real-time PCR gebaseerd op de studie van Haberkorn et al 2011. De resultaten van de genotypering in combinatie met de klachten van de patiënt geven aan of er sprake is van een primaire (genetische) of secundaire oorzaak van lactose-intolerantie. Het wildtype of de normale variant -13910CC is geassocieerd met lactose-intolerantie, waarbij het lactase enzym niet langer actief is bij volwassen. Aanvullende zeldzame polymorfismen zoals -13915 T->G, -13907C>G en de -13913T>C mutatie die geassocieerd zijn met lactose-tolerantie ondanks een -13910CC genotype, kunnen ook met deze test worden opgespoord. Het aanwezig zijn van minimaal 1 allel met 13910T , dus genotype -13910CT of -13910TT, is geassocieerd met lactase persistentie. Deze mensen kunnen lactose op volwassen leeftijd verdragen. Minstens 80% van de Noord-Europeanen bezit deze variant -13910C>T.
Het 13910CC genotype bij een patiënt met  klachten is geassocieerd met primaire lactose intolerantie, en een voor de patiënt belastende LTT of H2 ademtest is niet meer noodzakelijk. Bij deze patiëntengroep kan direct gestart worden met een lactosevrij dieet.

Patiënten die een variant -13910TT of -13910CT  of een-13915GG in combinatie met een-13910CC genotype hebben, maar toch klachten hebben die wijzen op een lactose-intolerantie, hebben mogelijk een secundaire vorm van lactose-intolerantie, ten gevolge van bijvoorbeeld darmziekten. Indien de klachten verdwijnen na een proefperiode met een lactosevrij dieet zal sprake zijn van een secundaire vorm van een lactose-intolerantie en is een LTT of H2 ademtest niet nodig. Indien de klachten persisteren is lactose-intolerantie uitgesloten en zal aanvullend onderzoek naar de oorzaak van de klachten moeten worden uitgevoerd.

Moleculaire Diagnostiek

Sanquin Diagnostiek heeft een groot deel van haar moleculaire diagnostiek ondergebracht bij het centrale Moleculair Platform (MP) van Sanquin. Het Moleculair Platform is een faciliteit waarbij met behulp van een robotstraat de diagnostische bepalingen voor de afdelingen Immunocytologie, Immunogenetica en Immunohematologie geautomatiseerd wordt  ingezet waarbij track en trace van het monster en reagentia geborgd is. Deze sterk doorgevoerde automatisering maakt het ook mogelijk om bepalingen in te zetten voor Sanger sequencing, real-time PCR, fragment analyses en real-time PCR met smeltcurve technieken. De lactose-intolerantie genotypering (LCT) test is opgezet in nauwe samenwerking met het OLVG. De autorisatie en klinische advisering rondom de uitslag van de LCT test wordt door klinisch chemici van het OLVG verzorgd.

De genotypering van het MCM6 gen is sinds 1 maart 2017 online.aan te vragen via het Centraal Laboratorium Aanvraag en Uitslagen Systeem (CLAUS) van Sanquin. De aanvraagcode in CLAUS is P075 met omschrijving lactose-intolerantie genotypering (MCM6). Indien geen toegang tot CLAUS kan op het Sanquin aanvraag formulier nummer 5 bij 'overig' P075 ingevuld worden. In te zenden materiaal is 10 ml vers EDTA bloed en verzending bij kamertemperatuur. De test wordt wekelijks ingezet. Het tarief voor de test is 70 euro.

Lactose-intoleratietest Genotypering van het MCM6 gen

Aanvraagcode P075
Kosten 70 euro 
Doorlooptijd 5-7 werkdagen (testrun één keer per week)

Literatuur

Haberkorn BC, Ermens AA, Koeken A, Cobbaert CM, van Guldener C. Clin Chem and Lab Med 2011; 50(1):119-123. Abstract.

 

Laatst bewerkt op: 1 maart 2017