Terug naar overzicht

Bloed, zweet en angst: Opkomstgedrag van bloeddonoren onderzocht

Datum
22 april 2016

Persbericht Radbout Universiteit - Sanquin roept haar bloeddonoren regelmatig op om te komen doneren, maar gemiddeld geeft 50 procent van de donoren geen gehoor aan die oproep.

Psycholoog Anne Wevers onderzocht het opkomstgedrag van bloeddonoren en testte twee interventies om het opkomstpercentage te verhogen. Ze promoveert op 17 mei aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Ieder jaar redden artsen miljoenen mensenlevens met bloed dat vrijwillig is gedoneerd. In Nederland zijn er ongeveer 360.000 donoren, die ieder gemiddeld 1,6 keer per jaar doneren en per donatie 500 milliliter bloed afstaan. Samen is dat jaarlijks 288.000 liter bloed: vijf tankwagens vol.

Blood bagHet streven is dat al die 360.000 donoren minstens één keer per jaar bloed komen doneren. Het precieze aantal oproepen hangt af van geslacht en bloedgroep: mannen mogen vaker bloed doneren dan vrouwen en een donor met een universele donorbloedgroep als O- wordt vaker opgeroepen dan iemand met AB+. Door de relatief lage respons van 50 procent lopen de oproepacties van Sanquin in de kosten en vermindert de stabiliteit van de donorpopulatie.

Betrouwbare doelgroep

‘De meest gehoorde redenen om niet te komen zijn tijdgebrek, fysieke klachten en het feit dat je niet mag komen doneren volgens medische richtlijnen’, aldus Anne Wevers, die haar promotieonderzoek uitvoerde bij Sanquin , in samenwerking met het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit. ‘Mensen die wel vaak komen doneren zijn meestal wat ouder en zijn nog nooit of niet vaak afgekeurd. De meest betrouwbare groep blijkt die vanaf een jaar of veertig, mensen die in een stabiele levensfase verkeren.’

Urgentie

Sommige donoren missen het gevoel van prioriteit of urgentie om te komen doneren. Hoe geef je ze dat? Dat testte Wevers met verschillende interventies bij bijna 4.000 nieuwe bloeddonoren. Eén interventie betrof het uitreiken van een aanvullend informatieformulier aan nieuwe donoren, waarmee Wevers twee beïnvloedingstechnieken testte. De eerste was een zogenaamde implementatie-intentie techniek, die het gewenste gedrag concretiseert. ‘We vroegen deelnemers om alvast na te denken over welke dag en tijd ideaal zouden zijn om te komen doneren.’ De tweede was expliciet vragen om commitment: deelnemers werden verzocht een verklaring te ondertekenen waarin stond: ‘Hierbij verklaar ik dat ik de intentie heb om jaarlijks bloed te doneren’.

Bij donoren die het formulier met daarop beide technieken ontvingen, was het opkomstpercentage 11 procent hoger dan bij de groep die geen aanvullend formulier ontving. ‘Helaas begrijpen we daarmee nog niet precies waarom het percentage hoger is’, aldus Wevers. ‘Misschien ligt het aan de combinatie van de technieken, maar misschien ook wel aan het feit dat meer moeite – iets ondertekenen, ergens over nadenken – meer betrokkenheid oplevert. Dit is onderwerp voor toekomstig onderzoek.’

Terug naar overzicht