alt tekst

Kennis delen

Omschrijving

Slechts 3-4% van humaan IgG bestaat uit IgG4. Bij langdurige blootstelling aan antigeen (zoals bij imkers met bijengif) kan uiteindelijk echter meer dan 90% van de specifieke antistofrespons uit IgG4 bestaan.

IgG4 wordt wel als ‘blokkerende’ antistof beschouwd: hij bindt wel antigeen, maar activeert het immuunsysteem vervolgens niet. IgG4 kan dus een belangrijke rol spelen bij het ontwikkelen van tolerantie.

Eén van de eigenschappen die IgG4 zo bijzonder maakt, is de mogelijkheid dat de helft van 1 antistof met de helft van een andere antistof uitwisselt. Het resultaat is een antistof met twee verschillende antigeenbindingsplaatsen. Omdat het proces willekeurig verloopt, is in vivo elke specificiteit steeds gecombineerd met willekeurige andere specificiteiten. Effectief zijn deze antistoffen dus monovalent, wat voorkomt dat via cross-linking immuuncomplexen ontstaan. Onder de juiste omstandigheden kan dit proces ook in vitro optreden. Het mechanisme van dit proces is niet goed bekend.

Het doel van dit project is uit te zoeken via welke stappen het uitwisselingsproces verloopt. Hiervoor zullen o.a. IgG4 antistoffen worden gelabeld met fluorescente groepen en de snelheid van uitwisseling worden gemeten. Door de snelheid van de reactie te relateren aan de structuur van de IgG antistof (wild-type vs mutanten) en de reactiecondities (concentratie, temperatuur) kan het mechanisme worden opgehelderd. Deze metingen zullen worden aangevuld met karakteriseren van de gevormde bispecifieke antistoffen.

Technieken

  •  Fluorescentiespectroscopie/FRET 
  •  Reactiekinetiek 
  •  SDS-PAGE 
  •  RIA 
  •  HP-SEC
Laatst bewerkt op: 15 oktober 2015