alt tekst

Kennis delen

Omschrijving

Patiënten die immunoglobuline deficiënt zijn krijgen intraveneus immunoglobuline (IVIG) toegediend. Ook mensen met auto-immuunziekten en virale infecties zijn gebaat bij IVIG therapie. IVIG bevat voornamelijk monomeer immunoglobuline G (IgG), maar bevat ook enkele procenten dimeer IgG en polymeer IgG. De gevolgen van de aanwezigheid van dimeer IgG zijn niet geheel duidelijk: voor de ene aandoening kunnen ze leiden tot een betere werkzaamheid van het toegediende IVIG, terwijl ze voor de andere ziekte eerder een negatief effect hebben. Ook de structuur van de dimeren (kop – kop of staart – staart) is nog onbekend. De aanwezigheid van polymeer IgG in IVIG kan bij sommige patiënten tot anafylactische shock leiden; daarom wordt tijdens het IgG zuiveringsproces een protease toegevoegd om polymerisatie te voorkomen. Ook voor de IgG polymeren is niet bekend hoe deze precies gevormd worden. Het vervaardigen van en onderzoek doen naar IVIG (zowel in poedervorm als het nieuwe vloeibare product) is voor Sanquin een speerpunt in het beleid voor de komende jaren.

Immunoglobulines bestaan uit 2 functionele delen: twee identieke fragmenten die beide een antigen kunnen binden (Fab) en een crystalline (Fc) deel dat interactie aangaat met receptoren en zodoende bij de signaaltransductie betrokken is. Rheuma factor (RF) is gedefinieerd als een IgM (soms ook IgG of IgA) antistof die gericht is tegen het Fc fragment van IgG, een auto-antistof dus. Deze IgM-IgG immuuncomplexen worden voornamelijk gevonden in de gewrichten van reuma patiënten. RF reageert preferentieel met polymeer IgG.

Doel van dit project is te onderzoeken hoe RF bindt aan dimeer IgG en polymeer IgG. Allereerst wordt op verschillende manieren geprobeerd (pH verandering, zout toevoegen, etc) IVIG met extra veel dimeren/polymeren te maken, “IVIG met immuun-complexen”. Dit zal onder andere worden onderzocht met behulp van RF dat aan Sepharose is gekoppeld. Gemeten zal worden of radioactief gelabelde complexen-IVIG (en, als positieve controle, complexen van anti-tetanus IVIG met 125I gelabeled tetanus) aan deze RF Sepharose binden. Als alternatief kan een mengsel van allergeen en serum van allergiepatiënten na immuuntherapie worden toegevoegd aan RF-sepharose, omdat dergelijke allergiepatiënten serum zowel IgG als IgE bevat dat bij toevoeging van allergeen een immuuncomplex kan gaan vormen. Dit immuuncomplex bevat zowel IgG als IgE, waarbij binding van de IgG component in het complex aan RF-Sepharose wordt gedetecteerd met 125I-gelabeled anti-IgE (zoals bij een RAST).

Als nevenproject kan de verhouding IgG4/IgG1 in vele sera van allergiepatiënten die immunotherapie hebben ondergaan worden bepaald.

Technieken

  •  RAST (radio allergo sorbent test); 
  •  Werken met radioactief gelabelde materialen (125I); 
  •  Werken met patiëntenserum; 
  •  Scheiden en karakteriseren van eiwitten m.b.v. SDS-PAGE. 
  •  Tevens mogelijk: scheiden van en IgG fracties m.b.v. FPLC met verschillende chromatografische principes; detectie van binding tussen moleculen m.b.v. Biacore

 

Laatst bewerkt op: 15 oktober 2015