Je kent haar niet, maar ze kan niet zonder jou

Anti-D? Geef het door

Als je rhesus (D)-negatief bent, ontbreekt de rhesusfactor in je bloed. Dat is het geval bij ongeveer 15% van de West-Europese bevolking. Rhesus (D) is een soort bloedgroep net zoals A, AB of O. Niets ernstigs, tenzij je rhesus (D)-negatief bent en een rhesus (D)-positief kindje verwacht. Als na de bevalling jouw bloed en die van het kindje met elkaar in contact komt, kan je lichaam antistoffen tegen de rode bloedcellen van de baby aanmaken. Antistoffen worden meestal pas na de bevalling aangemaakt, maar soms al tijdens de zwangerschap. Daarom wordt er in week 27 van de zwangerschap getest in het laboratorium of antistoffen gevormd zijn. Die breken namelijk de rode bloedcellen van de baby af, met bloedarmoede en ernstige geelzucht als gevolg: de rhesusziekte. Op dat moment wordt ook bepaald of de foetus rhesus (D)-positief of rhesus (D)-negatief is.

Hoe is rhesusziekte te voorkomen?

Indien uit onderzoek blijkt dat het kind rhesus (D)-positief is, wordt in week 30 en na de bevalling een rhesusprik gegeven. Deze prik bevat antistoffen die de rhesus (D)-positieve rode bloedcellen van het kind, die mogelijk in de bloedbaan van de moeder zijn gekomen, opruimen.

Waarom zijn anti-rhesus (D)-donors nodig?

Deze rhesusprik (officieel: anti-rhesus (D)-immunoglobuline) wordt gemaakt uit menselijk plasma waarin zich rhesus (D)-antistoffen bevinden. Het plasma is afkomstig van vrijwillige, niet-betaalde, Nederlandse bloeddonors. Er zijn echter maar weinig donors die het benodigde (hoge) gehalte aan rhesus (D)-antistoffen in hun bloed hebben. De bloedbank is daarom op zoek naar donors die wél genoeg rhesus (D)-antistoffen in hun bloed hebben.

Meer weten?

• Download de folder ‘Anti-D? Geef het door!’ (pdf) voor een uitgebreide versie van bovenstaande informatie.
• Of meld je aan als bloeddonor, tijdens de eerste keuring word je gescreend op rhesus(D)-antistoffen.

Mag ik nu bloed geven?

Doe de donortest