Je kent haar niet, maar je kunt haar wel genezen

Waaruit bestaat mijn bloed?

Je bloed bestaat voor ongeveer de helft uit plasma. De andere helft bestaat uit bloedcellen.

Bloedcellen

Bloedcellen worden aangemaakt in het beenmerg (het binnenste van je botten). Als de cellen rijp zijn, zwermen ze uit naar de bloedbaan waar ze door het plasma vervoerd worden door het lichaam. Eenmaal in de bloedbaan hebben bloedcellen een beperkte levensduur. Rode bloedcellen leven 120 dagen. Witte bloedcellen leven gemiddeld twee dagen en bloedplaatjes leven maar tien dagen. In je lichaam worden voortdurend enorme aantallen oude cellen afgebroken en vervangen door nieuwe. Er zijn 3 soorten bloedcellen: rode bloedcellen, wittebloedcellen en bloedplaatjes.

Rode bloedcellen

Rode bloedcellen (erytrocyten) vormen het grootste bestanddeel van de bloedcellen. Zij vervoeren de zuurstof door je lichaam met behulp van hemoglobine; een eiwit dat via ijzer zuurstof aan zich kan binden en daardoor een ideaal transportmiddel voor zuurstof is. Een tekort aan hemoglobine en ijzer noemen we bloedarmoede.

Witte bloedcellen

Witte bloedcellen (leukocyten) hebben vooral een functie bij de afweer tegen alles wat lichaamsvreemd is. Wanneer je een bloedtransfusie krijgt, kunnen de witte bloedcellen afweerstoffen aanmaken tegen de witte bloedcellen van het donorbloed. In het gunstigste geval merk je daar als patiënt niets van. Maar vaak veroorzaken de afweerstoffen koortsreacties of andere, nog ernstiger bijverschijnselen. Daarom filteren we de witte bloedcellen zoveel mogelijk uit het gedoneerde bloed. Dit filteren doen we bij alle bloedgiften en heet algehele leukocytendepletie (ALD).

Bloedplaatjes

Bloedplaatjes (trombocyten) zorgen dat bloed stolt. Ontstaat er ergens een beschadiging van een bloedvat, dan hechten de bloedplaatjes zich aan de bloedvatwand en aan elkaar. Zo vormen ze een korstje dat het lek dicht. Bij iemand met een tekort aan bloedplaatjes kunnen flinke bloedingen ontstaan.

Plasma

Plasma bestaat uit water waarin eiwitten, mineralen, vetten en hormonen zijn opgelost. Het vervoert de bloedcellen door het lichaam en bevat ruim honderd soorten eiwitten die allemaal een verschillende functie hebben. Zo heeft het eiwit albumine een wateraanzuigende functie: het zorgt ervoor dat het water in de bloedvaten blijft en niet weglekt naar de weefsels. Plasma bevat ook stollingsfactoren, dat zijn eiwitten die samen met de bloedplaatjes een belangrijke rol vervullen bij het bloedstollingsproces.

Antistoffen

Een andere belangrijke groep eiwitten in het plasma zijn de antistoffen. Deze eiwitten beschermen het lichaam tegen infectieziekten door zich te hechten aan binnengedrongen virussen en bacteriën. Op deze manier helpen ze het afweersysteem de binnendringers te herkennen als lichaamsvreemd, waarna ze worden vernietigd.

Wil je donor worden?

Meld je aan!