Mag ik bloed geven na een ziekte, infectie of besmetting?

Sommige ziektes zijn van invloed op je donorschap. Hieronder vind je een overzicht van de meest voorkomende aandoeningen.

Heb je een (specifieke) vraag over een ziekte die niet in de lijst staat? Bel dan gratis de donorinformatielijn: 0800-256 33 22 65.


Beroerte

Bloed geven is niet meer mogelijk als je een beroerte hebt gehad. Dit ter bescherming van je gezondheid.

Lage bloeddruk

Meestal is een hoge of lage bloeddruk geen probleem. Voor iedere donatie meten we je bloeddruk. Alleen bij zeer hoge of lage waarden stellen we je donatie uit. Medicatie voor je bloeddruk is geen probleem.

Heb je klachten die samenhangen met je bloeddruk, zoals duizeligheid bij opstaan of hoofdpijn door stress? Stel je donatie dan even uit. 

Bijholte-ontsteking

Je mag bloed geven als je tenminste twee weken vrij van klachten bent en tenminste twee weken geen antibiotica meer gebruikt.

Blaasontsteking

Als je een blaasontsteking hebt gehad, mag je weer bloed geven als je tenminste twee weken vrij van klachten bent en tenminste twee weken geen antibiotica meer gebruikt. Dit geldt voor een gewone blaasontsteking.
Neem bij chronische blaasontsteking of blaasontsteking door een bijzondere oorzaak contact met op onze medewerkers van de donorinformatielijn: 0800-256 33 22 65.

Bloed geven en de ziekte van Creutzfeldt-Jakob

De ziekte van Creutzfeldt-Jakob is een ernstige neurologische aandoening veroorzaakt door een afwijkend eiwit. Behandeling is niet mogelijk en bijna alle patiënten overlijden binnen een jaar.

Creutzfeldt-Jakob kan overgedragen worden via bloedtransfusie. Om dat te voorkomen heeft de bloedbank maatregelen genomen tegen de verschillende vormen van deze ziekte.

De klassieke vorm van Creutzfeldt-Jakob

Deze vorm kan drie oorzaken hebben:

1. Erfelijke oorzaak
Je mag geen bloed geven als Creutzfeldt-Jakob in de familie voorkomt. Dit betekent dat een broer, zus, (groot)ouder of (klein)kind de ziekte heeft of eraan is overleden.

2. Overgebracht door medisch handelen
Je mag geen bloed doneren als je voor 1985 behandeld bent met groeihormoon en schildklierstimulerend hormoon van menselijke oorsprong. Je mag ook geen bloed geven als het eiwit mogelijk is overgebracht door een transplantatie van weefsel of orgaan van menselijke of dierlijke oorsprong.

3. Spontaan ontstaan van het eiwit
Hiertegen kunnen we helaas geen maatregelen nemen.

De ziekte variant Creutzfeldt-Jakob

De variantvorm van Creutzfeldt-Jakob wordt veroorzaakt door het eten van besmet rundvlees. Het gaat om runderen die besmet zijn met BSE en dus lijden aan de ‘gekke koeienziekte’. De meeste gevallen zijn in het Verenigd Koninkrijk geregistreerd. Als je tussen 1980 en 1996 in totaal langer dan zes maanden in het Verenigd Koninkrijk bent geweest, mag je daarom geen bloed geven.

Onder het Verenigd Koninkrijk rekent de bloedbank: Engeland, Wales, Noord-Ierland, Schotland, het eiland Man en de Kanaaleilanden.

Als je na 1 januari 1980 een bloedtransfusie hebt ontvangen, mag je ook geen boed geven. 

Galstenen

Je mag bloed geven als je op dit moment geen klachten hebt. Als je een onderzoek of operatie hebt gehad voor galstenen, moet je soms even wachten met bloed geven. Bel voor overleg gratis met de bloedbank via 0800-256 33 22 65.

Geelzucht (hepatitis A, B en C) 

Als je geelzucht of hepatitis A, B of C hebt gehad of contact hebt (gehad) met iemand met hepatitis, overleg dan met een arts van de bloedbank voordat je bloed komt geven. Bel gratis 0800-256 33 22 65.

Vaccinatie tegen hepatitis A en B voor je beroep of voor een reis, is geen bezwaar. Soms worden deze vaccinaties gegeven na contact met deze infectieziekten. Dan moet je wachten met bloed geven. Bespreek dit met onze medewerkers van de donorinformatielijn: 0800-256 33 22 65.

Geslachtsziekte of SOA

Bij syfilis is donorschap niet meer mogelijk. Bij gonorroe, chlamydia en herpes genitalis kun je tot twaalf maanden na adequate behandeling geen bloed geven. Op deze regel bestaan wel uitzonderingen. Bespreek dit in ieder geval met een donorarts of bel gratis de donorinformatielijn: 0800-256 33 22 65.

Griep

Als je griep hebt gehad, mag je weer bloed geven als je twee weken helemaal vrij bent van klachten en antibiootica of antivirale middelen.
Als je contact hebt gehad met iemand die griep heeft, mag je gewoon bloed geven zolang je zelf geen klachten hebt.

Epilepsie

Als je herhaalde episoden van syncope of convulsies of epileptische aanvallen hebt, kun je geen bloeddonor worden. Je mag wel donor worden als je kinderstuipen hebt gehad of als je tenminste drie jaar geen anti-epileptica hebt genomen en sindsdien geen convulsies of epileptische aanvallen meer hebt gehad.

Hartinfarct 

Je mag geen bloed meer geven als je een hartinfarct hebt gehad. Dit ter bescherming van je gezondheid. 

Hartritmestoornis

Het af en toe ‘overslaan’ van een hartslag is meestal geen probleem. Andere hartritmestoornissen vaak wel. Overleg altijd met een arts van de bloedbank. Bel gratis 0800-256 33 22 65.

Hartruis

Vaak is een ruis aan het hart onschuldig en mag je gewoon bloed geven. Soms duidt een ruis op een hartklepafwijking of een gaatje tussen de linker- en de rechter-harthelft. Overleg in dat geval met een arts van de bloedbank. Als je een kunsthartklep hebt, mag je geen bloed geven.

Hiv/AIDS

De bloedbank test elke bloeddonatie op hiv. Hiv is het virus dat AIDS veroorzaakt. Maar deze test is tot een jaar na het oplopen van een hiv-besmetting niet 100% betrouwbaar. Daarom kunnen sommige personen geen bloed geven.

Lees meer over de risicofactoren voor hiv/AIDS.

Huidafwijking 

Meestal is een huidafwijking geen probleem, als er geen wonden of ontstekingen zijn.
De huid in de elleboogsholte moet gaaf zijn, omdat je daar wordt aangeprikt voor de bloedafname.
Bij steenpuisten en andere infecties mag je tijdelijk geen bloed geven. Bij huidkanker mag je alleen bloed geven als het gaat om een basalioom, dat eerst moet zijn verwijderd. Als je een andere vorm van huidkanker hebt gehad, mag je geen bloed geven.

Infectieziekte 

Stel je donatie bij griep of blaasontsteking uit totdat de klachten veertien dagen weg zijn.
Als je antibiotica hebt gebruikt, moeten er minstens veertien dagen zijn verlopen tussen de inname van het laatste tablet en de donatie.
Bij minder alledaagse infectiezieken gelden andere regels. Neem hierover contact op met de donorinformatielijn: 0800-256 33 22 65.

Kanker 

In de regel mag je geen donor zijn. Er zijn enkele uitzonderingen. Heb je specifieke vragen? Neem dan contact op met onze donorinformatielijn: 0800-256 33 22 65.

Koorts

Stel je donatie uit totdat je 14 dagen koortsvrij bent.

Malaria 

Als je malaria hebt gehad, mag je de eerste drie jaar na behandeling en genezing geen bloed geven. Je mag pas weer bloed geven als er een test is uitgevoerd en er geen antistoffen tegen malaria aantoonbaar zijn. Als de testuitslag positief is, kun je definitief geen bloed of bloedplaatjes meer geven. Wel kun je plasmadonor worden of blijven. Uit je plasma worden dan geneesmiddelen gemaakt. De malariaparasiet overleeft het bewerkingsproces van plasma tot geneesmiddel niet.

Nierstenen 

Na herstel mag je gewoon bloed geven.

Chronische nierziekte

In de meeste gevallen is bloed geven niet meer mogelijk. Heb je specifieke vragen? Neem dan contact op met onze donorinformatielijn: 0800-256 33 22 65.

Neurologische aandoening

In de meeste gevallen is bloed geven niet meer mogelijk. Heb je specifieke vragen? Neem dan contact op met onze donorinformatielijn: 0800-256 33 22 65.

Pfeiffer

Als je volledig bent hersteld, mag je bloed geven.

Schildklier werkt te snel/traag

Na behandeling, als de schildklierfunctie weer normaal is, mag je bloed geven.

Suikerziekte

Je mag bloed geven als de suikerziekte wordt behandeld met een dieet of tabletten. Het suikergehalte moet normaal en stabiel zijn en de suikerziekte mag geen schade aan ogen, zenuwen of bloedvaten hebben veroorzaakt.
Bij gebruik van insuline mag je geen bloed meer geven.

Trombose

Meestal is trombose een eenmalige gebeurtenis. Je mag bloed geven als je tenminste een week geen antistollingsmiddel meer gebruikt. Na herhaalde trombose mag je geen bloed meer geven.

Tuberculose

Je mag bloed geven, maar pas 24 maanden na genezing.

Verhoogde bloedingsneiging

Je mag helaas geen bloed geven.

Verkoudheid

Je mag gewoon bloed geven bij neusverkoudheid of kriebelhoest zo lang er geen andere verschijnselen (zoals hoofd- of keelpijn, malaise of koorts) zijn.
Als je wel bijkomende klachten hebt, mag je pas weer bloed geven als je twee weken geen klachten meer hebt en twee weken geen antibiotica meer gebruikt.

Ziekte van Crohn

Je mag bloed geven als de ziekte niet actief is. Als je geneesmiddelen hiervoor gebruikt, kan dit een reden zijn dat je (tijdelijk) geen bloed mag geven. Neem hiervoor contact op met onze donorinformatielijn: 0800-256 33 22 65.