Je kent hem niet, maar je kunt wel zijn leven redden

Veel gestelde vragen

Donor worden
Filter op subcategorie
  • Hoe vaak word je met een zeldzame bloedgroep opgeroepen?

    Donors met de bloedgroep B+ en AB+ ontvangen iets minder vaak een oproep. Bloedcellen zijn beperkt houdbaar. Daarom heeft Sanquin van de bloedgroepen die niet vaak voorkomen (B+ en AB+) geen grote voorraad.

    In bijzondere situaties kan een tekort dreigen. Dan is het belangrijk dat we extra donors kunnen oproepen.

    Een donor met bloedgroep B+ of AB+ die graag regelmatig wil geven, kan zich aanmelden als plasmadonor. Plasma is lang houdbaar.

  • Beïnvloedt bloed geven mijn bloeddruk?

    Wanneer je bloed hebt gegeven, daalt de bloeddruk een heel klein beetje, maar stijgt later terug en stabiliseert snel. Bloed geven is dus geen behandeling tegen een te hoge bloeddruk.

  • Hoe vaak mag ik bloed geven?

    Mannen mogen maximaal vijf keer per jaar bloed geven, vrouwen drie keer per jaar. Het is afhankelijk van je bloedgroep hoe vaak je wordt opgeroepen.

    De bloedgroep 0 negatief wordt relatief veel gebruikt in de ziekenhuizen. Bloed met deze bloedgroep kan namelijk in noodgevallen aan iedere patiënt gegeven worden. Bloeddonors met deze bloedgroep worden daarom soms extra vaak opgeroepen voor een bloeddonatie.

    Het liefst geven wij patiënten bloed van hun eigen bloedgroep. Dus een patiënt met bloedgroep AB positief geven we bloed van een AB positieve bloeddonor. Daarom heeft de bloedbank alle bloedgroepen hard nodig.

  • Hoe lang duurt bloed geven?

    Een bloeddonatie duurt maximaal 15 minuten. Samen met het invullen van de vragenlijst, de keuring en de rusttijd na de bloedgift, reserveer je ongeveer 45 tot 60 minuten voor een bezoek aan de bloedbank. Een plasmadonatie duurt ongeveer 1 tot 1,5 uur.
    De tijden zijn afhankelijk van de drukte op de bloedbank. Over het algemeen kan gezegd worden dat het overdag minder druk is dan ’s avonds.

  • Hoe snel maakt mijn lichaam bloed aan na een donatie?

    Ons lichaam heeft één dag nodig om de verloren vloeistof (plasma) en witte bloedcellen te vervangen. Voor rode bloedlichaampjes verloopt dit proces trager; na zes tot acht weken heeft ons lichaam de afgenomen rode cellen weer aangemaakt.

  • Hoelang kan bloed worden bewaard?

    De bewaringstermijn wisselt per bloedcomponent:
    • Bloedplaatjes kunnen zeven dagen worden bewaard.
    • De rode cellen kunnen 35 dagen worden bewaard.
    • Plasma wordt ingevroren en bewaren we twee jaar.

  • Hoeveel bloed mag ik per keer geven?

    Per donatie geef je een halve liter bloed.

    Bij plasma geef je 660 ml.

  • Bloed geven en kleding

    Draag geen shirt of trui met te strakke mouwen, zodat het gemakkelijker is om je mouwen op te stropen voor het aanprikken van de ader.

  • Mag ik bloed geven als ik me grieperig voel?

    Nee, als je je grieperig voelt mag je geen bloed geven. Dan is de kans op klachten als duizeligheid of zelfs flauwvallen na de donatie groter. Voor een zwakke patiënt die het bloed ontvangt, kan een ziekteverwekker een ernstige bedreiging vormen. Als je weer beter bent, vragen we je twee weken te wachten met bloed geven om er zeker van te zijn dat je niet meer besmettelijk bent.
    Doe elke keer voordat je bloed gaat geven de donortest op onze site. Daarmee voorkom je dat je voor niets naar de bloedbank gaat.

  • Mag ik bloed geven na mijn vakantie?

    Bij een bezoek aan bepaalde landen mag je helaas (tijdelijk) geen bloed geven. Bedenk daarom van te voren welke landen je onlangs hebt bezocht en doe eventueel de online donortest om erachter te komen of je mag doneren. Je kunt ook de Donorinformatielijn bellen: 0800 - 5115 (gratis).

  • Bloed geven en medicijnen gebruik?

    Wil je bloed geven en heb je onlangs (nieuwe) medicijnen gekregen?

    Meld dit dan bij je donatie of bel voordat je langskomt met onze donorinformatielijn (0800-5115) om erachter te komen of je bloed mag geven.

  • Mogen kinderen mee in de keuringskamer?

    Het is de bedoeling dat je alle vragen op de vragenlijst eerlijk beantwoordt. In de vragenlijst staat een aantal privacygevoelige vragen. Het kan voorkomen dat je je pas tijdens het invullen van het formulier realiseert dat je een risicovraag met ‘ja’ moet beantwoorden, maar dit in het bijzijn van een ander niet durft.
    Daarom geldt de regel dat personen ouder dan 6 jaar niet mee mogen in de keuringsruimte. Ook niet als zij zeggen geen geheimen voor elkaar te hebben.

  • In welke gevallen worden reiskosten vergoed?

    Als de reiskosten van en naar de dichtstbijzijnde afnamelocatie een financiële drempel vormen om bloed of plasma te geven, kan de donor de kosten bij Sanquin declareren. De donor kan de volgende kosten declareren: parkeergeld, brug- en tolgelden, verreden autokilometers of de kosten van openbaar vervoer. Bij de balie van de afnamelocaties is een declaratieformulier beschikbaar. Op de ene zijde staat de regeling uitgelegd, de andere zijde is om in te vullen. Het ingevulde declaratieformulier kan men de balie afgeven (na afloop van de donatie). De reiskostenvergoeding kan niet met terugwerkende kracht worden aangevraagd.

  • Vanaf welke leeftijd kun je je aanmelden als bloeddonor?

    Je kunt je aanmelden als bloeddonor als je tussen de 18 en 65 jaar bent. Bloed geven is mogelijk tot 70 jaar.

  • Waarom moet ik elke keer een vragenlijst invullen?

    Aan de hand van de vragenlijst en eventuele aanvullende vragen van een van onze medewerkers kunnen we beoordelen of je gezondheid het toelaat om bloed te geven en of je bloed veilig is voor de patiënt die het bloed ontvangt. Het is dus belangrijk dat je de vragen goed leest en correct beantwoordt.

  • Waar wordt mijn bloed op getest?

    Sanquin Bloedvoorziening stelt veiligheid voorop, zowel voor donors als patiënten.

    Al het gedoneerde bloed testen we op 4 infectieziekten, die via bloed overdraagbaar zijn:

    HIV

    Hepatitis B

    Hepatitis C

    Syfilis

    Het bloed van nieuwe donors testen we ook op HTLV-I/II. De verwekkers van deze vijf ziekten kunnen lang, soms levenslang, in het bloed aanwezig blijven. Wanneer een virus of bacterie in je bloed zit, ben je een drager van de ziekte. Hiervan merk je zelf soms helemaal niets, maar je bloed is wel besmet.

    Blijkt dat je besmet bent met één van deze vijf infectieziekten, dan lichten we je altijd in.

  • Waarvoor wordt bloed gebruikt?

    We hebben vooral bloed nodig voor mensen die tijdens een zware operatie of een ongeval bloed hebben verloren. Patiënten hebben ook bloedproducten nodig als ze een ziekte hebben die het bloed of het aanmaken van bloedcellen aantast, zoals leukemie.

  • Hoeveel bloedgroepen zijn er?

    Meer dan 300, maar voor de dagelijkse praktijk gaat het vooral om de bloedgroepen A, B, AB, O en het Rhesus D (RhD)-kenmerk. De combinatie van deze twee systemen levert 8 bloedgroepen op: A+, A-, B+, B-, AB+, AB-, O+ en O-.

  • Welke bloedgroepen komen het meeste voor?

    Binnen de Nederlandse bevolking zien we vooral de bloedgroepen O (47%) en A (42%), in duidelijk mindere mate B (8%) en AB (3%). Daarnaast is 85% Rhesus D-positief en 15% Rhesus D-negatief. Veel donors en patiënten zijn dus A+ of O+ en weinig zijn B- en AB-.

  • Welke bloedgroep krijg ik van mijn ouders?

    In het onderstaande schema is te zien welke bloedgroep de kinderen van een ouderpaar kunnen krijgen en welke niet. Dit schema geldt voor het ABO-bloedgroepsysteem.

    bloedgroepen-tabel

    * In bijzondere situaties is soms een andere bloedgroep mogelijk.

    Voor het Rhesus D (RhD)-kenmerk geldt het volgende. Als beide ouders hier negatief voor zijn, dan is het kind ook RhD-negatief. Als één van beide of beide ouders RhD-positief zijn, dan kan het kind zowel positief als negatief zijn.

  • Aan welke bloedgroep is het meest behoefte?

    Het liefst geven wij patiënten bloed van hun eigen bloedgroep. Dus een patiënt met bloedgroep AB-positief geven we bloed van een AB-positieve donor. Daarom heeft de bloedbank alle bloedgroepen hard nodig.

    De bloedgroep O-negatief wordt relatief veel gebruikt in de ziekenhuizen doordat bijna iedereen dit bloed kan ontvangen. Als er bijvoorbeeld bij een ongeval of een grote operatie in het ziekenhuis plotseling veel bloed nodig is, dan komt bloedgroep O-negatief altijd van pas. Ook als er een tekort is aan bloed van een andere bloedgroep, kan O-negatief als vervanger optreden. Om deze redenen is er altijd een ruime voorraad O-negatief bloed nodig en zal de bloedbank soms donors met deze bloedgroep extra vaak oproepen voor een donatie.

  • Welke bloedgroepen passen bij elkaar?

    Voor het ABO-bloedgroepsysteem gelden de volgende principes. Bloed van bloedgroep O kan aan iedereen worden toegediend. A kan gegeven worden aan patiënten met A en AB. B kan naar B en AB. AB kan alleen worden toegediend aan mensen die zelf ook AB hebben. Voor het Rhesus-systeem geldt dat RhD-negatief bloed aan iedereen kan worden gegeven, RhD-positief bloed alleen aan mensen met die zelf RhD-positief zijn. 

    Bovenstaande regels gelden voor bloed, niet voor bloedplasma. Als een patiënt door eerdere bloedtransfusies of een zwangerschap een antistof tegen een bepaalde bloedgroep heeft ontwikkeld, dan moet naast de bovengenoemde ABO en Rhesus bloedgroepen ook met andere bloedgroepen rekening worden gehouden.

    Daarnaast zijn er voor vrouwen jonger dan 45 jaar extra voorwaarden bij de selectie van donorbloed, naast de ABO en RhD bloedgroep wordt er dan ook gekeken naar de bloedgroepen Rhc, RhE (van het Rhesus-systeem) en naar de bloedgroep K (van het Kell systeem).

  • Welke bloedgroep kan aan iedereen worden toegediend?

    De bloedgroep O-negatief kan over het algemeen aan iedereen worden toegediend (‘algemene gever’).

  • Welke bloedgroep kan iedereen ontvangen?

    De bloedgroep AB-positief kan over het algemeen van iedereen ontvangen (‘algemene ontvanger’).

    In onderstaand schema zie je welke bloedgroepen een ontvanger van een bloedtransfusie al dan niet toegediend kan krijgen.

    tabel-combinaties-bloedgroepen

  • Heb ik na een bloedtransfusie 2 soorten DNA in mijn lichaam?

    Nee. In de eerste plaats hebben rode bloedcellen geen kern en dus geen DNA. In de tweede plaats hebben rode bloedcellen een beperkte levensduur van enkele maanden. Een bloedtransfusie overbrugt dus een periode van bloedarmoede, maar daarna is het lichaam weer aangewezen op de eigen productie van rode bloedcellen. Van de toegediende cellen is dan niets meer over.

  • Heeft je lichaam 2 soorten DNA na een beenmergtransplantatie?

    Ja. De donor is met zorg gekozen en zal met betrekking tot de zogenaamde ‘weefseltypering’ (HLA, kenmerken van witte bloedcellen) zo veel mogelijk lijken op de ontvanger, maar het DNA van de donor zal niet identiek zijn aan het DNA van de ontvanger. Er zijn, als alles goed gaat, na de transplantatie dus twee verschillende ‘DNA-profielen’ te onderscheiden. Het is zelfs mogelijk dat de ontvanger wisselt van bloedgroep.

  • Wat is een HLA-getypeerd bloeddonorschap?

    Van iedere donor wordt een aantal bloedgroepen bepaald. Meestal betreft het bloedgroepen van de rode bloedcellen, het meest bekend zijn natuurlijk de ABO en de Rhesus D (RhD) bloedgroep. Ook de witte bloedcellen (leukocyten), de bloedplaatjes (trombocyten) bezitten echter bloedgroepen.

    Het meest bekende bloedgroepsysteem van witte bloedcellen, stamcellen en bloedplaatjes is het zogenaamde HLA-systeem. In Nederland zijn zo’n 30.000 bloeddonors na vooraf verkregen toestemming getypeerd voor deze kenmerken. Deze HLA-typeringen geven Sanquin de mogelijkheid speciale bloedproducten te vervaardigen zoals HLA-getypeerd trombocytenconcentraat en HLA-geselecteerde stamcellen ten behoeve van stamceltransplantatie.

  • Waarom mag er niemand mee in de keuringskamer?

    Het is de bedoeling dat de donor alle vragen op de vragenlijst eerlijk beantwoordt. In de vragenlijst staat een aantal privacygevoelige vragen over seksuele contacten. Het kan voorkomen dat de donor zich pas tijdens het invullen van het formulier realiseert dat hij of zij een 'risicovraag' met 'ja' moet beantwoorden, maar dit vanwege het bijzijn van een ander (gezinslid of kennis) niet durft.

    Dit kan tot een vervelende situatie leiden en bovendien voor de ontvanger van het bloed een groot risico inhouden. Sanquin wil te allen tijde voorkomen dat dit gebeurt. Daarom geldt de regel dat kinderen ouder dan zes jaar niet meer mee mogen in de keuringskamer. Ook partners en ouders mogen om dezelfde reden niet mee in de keuringskamer, ook niet als zij aangeven geen geheimen te hebben voor elkaar.

  • Wordt gedoneerd bloed getest op de ziekte van Lyme?

    Nee. Er zijn geen aanwijzingen dat de ziekte van Lyme via bloedproducten wordt overgedragen. Daarnaast schrijven internationale richtlijnen van de Europese Commissie en Raad van Europa niet voor om gedoneerd bloed te testen op aanwezigheid van Borrelia burgdorferi (ziekte van Lyme / borreliose). Wel worden donors met ziekteverschijnselen (koorts en/of huidsymptomen) na een tekenbeet uitgesteld voor bloeddonatie. Dit is om de gezondheid van de donor te beschermen. De ziekte van Lyme wordt met antibiotica behandeld. Als de donor na de antibioticakuur klachtenvrij is, kan deze weer bloed doneren.

Laatst bewerkt op: 23 juni 2016

Wil je donor worden?

Meld je aan!