Terug naar overzicht

Plasmadonors helpen zwangere vrouwen die rhesus(D)-negatief zijn

Datum
2 februari 2016

200x167-Chantal-en-kids‘Rhesusfactor? Echt nog nooit van gehoord.’ Tijdens de eerste zwangerschap van Chantal de Langen werd ontdekt dat ze rhesus(D)-negatief is. ‘Natuurlijk schrok ik van de risico’s, maar ik werd snel gerust gesteld.’

Als je rhesus(D)-negatief bent, ontbreekt de rhesusfactor in je bloed. Dat is het geval bij ongeveer 15% van de West-Europese bevolking. Rhesus(D) is een soort bloedgroep net zoals A, AB of O. Niets ernstigs, tenzij een vrouw die rhesus(D)-negatief is een rhesus(D)-positief kindje verwacht. Als na de bevalling het bloed van de moeder en het kindje met elkaar in contact komt, kan het lichaam van de moeder antistoffen tegen de rode bloedcellen van de baby aanmaken. Antistoffen worden meestal pas na de bevalling aangemaakt, maar soms al tijdens de zwangerschap. Daarom wordt er in week 27 van de zwangerschap getest in het laboratorium of antistoffen gevormd zijn. Die breken namelijk de rode bloedcellen van de baby af, met bloedarmoede en ernstige geelzucht als gevolg: de rhesusziekte. Op dat moment wordt ook bepaald of de foetus rhesus(D)-positief of rhesus(D)-negatief is.

Antistoffen tegen eigen kindje

Een ongeboren kindje met rhesusziekte kan een vertraging in de ontwikkeling oplopen, minder bewegelijk zijn en in het ergste geval zelfs hersenbeschadiging oplopen. Bij haar eerste zwangerschap bleek dat Chantal de Langen geen rhesusfactor in haar bloed heeft. ‘Toen ik 12 weken zwanger was, kreeg ik een preventief bloedonderzoek bij mijn verloskundige. Ze vertelde me daarna dat ik rhesus(D)-negatief was. Ik had nergens last van. Ik had zelf nog nooit van rhesus(D) gehoord. Tot dat bezoekje bij de verloskundige dus. Zij vertelde me dat deze bloedgroep weinig voorkomt’, aldus Chantal. ‘En dat er best wat risico’s aan verbonden zijn.’ Chantal werd echter snel gerustgesteld door haar verloskundige: ‘Om te voorkomen dat ik antistoffen zou aanmaken als mijn kindje wél de rhesusfactor zou hebben, hoorde ik dat er een preventieve prik is.’ De preventieve rhesusprik wordt gemaakt uit plasma van donors en bevat antistoffen tegen de rhesusfactor.

Bloedgroep van een foetus bepalen

Vroeger kregen alle rhesus(D)-negatieve vrouwen twee rhesusprikken. Eentje tijdens de zwangerschap (omdat bij sommige vrouwen ook in de laatste drie maanden van de zwangerschap antistoffen gevormd kunnen worden) en eentje na de bevalling. Omdat Sanquin een bloedtest ontwikkelde die de bloedgroep van de foetus kan bepalen, hoeven alleen rhesus(D)-negatieve vrouwen die een rhesus(D)-positief kindje verwachten de prik te krijgen. Chantal kreeg de test in week 27 van haar zwangerschap. ‘Mijn kindje bleek rhesus(D)-positief. Omdat ik al zo gerustgesteld was door mijn verloskundige, maakte ik me geen zorgen. Ik wist dat die zou voorkomen dat tijdens een volgende zwangerschap mijn baby ziek zou worden.’

Zeldzame rhesusdonors voorkomen dat baby’s ziek worden

De rhesusprik bevat antistoffen tegen de rhesusfactor: de prik ruimt als het ware de rhesus-positieve bloedcellen van het kind in de bloedbaan van de moeder op. Dat voorkomt dat de moeder antistoffen aanmaakt waardoor een volgend kindje de rhesusziekte krijgt. ‘Ik kreeg de eerste prik in week 30 van mijn zwangerschap en de tweede na mijn bevalling. Gelukkig maar, want later tijdens een tweede zwangerschap bleek ook mijn dochtertje rhesus(D)-positief is. Ook toen kreeg ik weer het onderzoek en de prikken bij mijn verloskundige’, vertelt Chantal. ‘Dankzij tijdig onderzoek én dankzij het plasma van donors zijn mijn twee kindjes zonder rhesusziekte ter wereld gekomen.’

Meer weten?

Terug naar overzicht